Les 26: Ga dan heen — Uitzending en Discipelschap

 

Inleiding

Dit is het. Les 26. De laatste les van deze discipelschapstraining. Je bent begonnen bij het evangelie en je bent nu aangekomen bij het moment waar alles naartoe heeft geleid: de uitzending. Je hebt geleerd over Jezus Christus, over Zijn offer, over de doop, over bevrijding, over groei, over gebed, over de Heilige Geest, over discipline, over Gods Woord, over gerechtigheid, over bekering, over geloof, over Gods wet, over de rustdag, over man en vrouw, over de gemeente en over het vertellen van het evangelie.

Maar al die kennis is zinloos als je er niets mee doet. Jakobus zegt het scherp:

Jakobus 1:22 En wees daders van het Woord, en niet alleen hoorders, uzelf met valse overlegging bedriegende.

Het is nu tijd om op te staan, de deur uit te gaan en te doen wat Jezus je heeft opgedragen. Niet morgen, niet volgende week, niet "als ik er klaar voor ben" — nu. Want de wereld wacht. Mensen gaan verloren. De oogst is groot. En Jezus zegt: Ga dan heen!

Vraag 1: Lees Jakobus 1:22. Wat is het gevaar van alleen maar "hoorder" zijn en geen "dader" van het Woord? Hoe voorkom je dat? (Jakobus 1:22)

Mattheüs 28:18-20 En Jezus, bij hen komende, sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Gaat dan heen, onderwijst al de volken, dezelfde dopende in de Naam van de Vader, en van de Zoon, en van de Heilige Geest; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb. En ziet, Ik ben met u al de dagen tot de voleinding van de wereld. Amen.

1. Jezus' laatste woorden: ga dan heen

De laatste woorden van iemand zijn altijd de belangrijkste. Wanneer iemand weet dat hij gaat sterven of vertrekken, zegt hij niet iets onbelangrijks. Hij zegt datgene wat het meest op zijn hart ligt. De laatste woorden van Jezus vóór Zijn hemelvaart waren geen theologische verhandeling. Het was een opdracht. Een zending. Een missie.

"Ga dan heen" — twee woordjes die de wereld veranderd hebben. Twaalf gewone mannen ontvingen deze opdracht, en binnen een generatie was het evangelie verspreid over het hele Romeinse Rijk. Zonder internet, zonder sociale media, zonder vliegtuigen, zonder boekdrukkunst. Gewoon: mensen die gingen en het goede nieuws vertelden.

En nu, tweeduizend jaar later, klinkt dezelfde opdracht voor jou. Ga dan heen. Niet: "Blijf zitten." Niet: "Wacht tot je perfect bent." Niet: "Laat dat maar aan de dominee over." Nee: jij. Ga. Heen.

Johannes 20:21 Jezus dan zei opnieuw tot hen: Vrede zij u, zoals Mij de Vader gezonden heeft, zend Ik ook u.

Jezus zendt jou zoals de Vader Hem gezonden heeft. Dat is een overweldigende gedachte. De Vader zond Jezus met een missie van liefde en redding. Nu zendt Jezus jou met diezelfde missie. Je bent een gezondene — een zendeling, een missionaris. Niet alleen als je naar Afrika of Azië gaat, maar ook in je eigen straat, in je eigen stad, op je eigen werkplek.

Vraag 2: Lees Johannes 20:21. Hoe zendt Jezus jou uit? Wat betekent het dat Hij je zendt "zoals de Vader Hem gezonden heeft"? (Johannes 20:21)

Iedere gelovige is een zendeling. Je hoeft niet "geroepen" te zijn tot "het zendingsveld." Je bent al geroepen — door Jezus Zelf. Het zendingsveld is overal waar jij bent. Je buren, je collega's, je klasgenoten, je familie, de vreemde in de trein — dat is jouw zendingsveld.

2. Discipelen maken, niet alleen bekeerlingen

De opdracht van Jezus is niet: "Maak bekeerlingen." Het is: "Maak discipelen." Dat is een cruciaal verschil. Een bekeerling is iemand die een gebed heeft gebeden en "ja" heeft gezegd tegen Jezus. Een discipel is iemand die Jezus volgt, van Hem leert en Hem gehoorzaamt — elke dag van zijn leven.

Mattheüs 28:19-20 Gaat dan heen, onderwijst al de volken, dezelfde dopende in de Naam van de Vader, en van de Zoon, en van de Heilige Geest; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb. En ziet.

Merk op de drie onderdelen van discipelen maken:

  1. Maak discipelen — Verkondig het evangelie zodat mensen tot geloof komen.
  2. Doop hen — Leid hen door de doop door onderdompeling als teken van hun nieuwe leven.
  3. Leer hen alles onderhouden — Begeleid hen in het gehoorzamen van alles wat Jezus geboden heeft.

Het derde punt is waar het vaak misgaat in de kerk. We zijn goed in evangeliseren (punt 1) en soms ook in dopen (punt 2), maar we laten mensen vaak achter na hun bekering. Ze komen tot geloof, worden gedoopt en dan... niets. Geen begeleiding, geen onderwijs, geen discipelschap. Dat is als een baby op de wereld zetten en hem vervolgens aan zijn lot overlaten.

Jezus deed het anders. Hij koos twaalf mannen en investeerde drie jaar van Zijn leven in hen. Hij leerde hen, at met hen, wandelde met hen, corrigeerde hen, bemoedigde hen. Toen Hij vertrok, waren ze klaar om de wereld op z'n kop te zetten. Dat is discipelschap.

Vraag 3: Lees Mattheüs 28:19-20. Welke drie onderdelen van discipelen maken noemt Jezus? Waarom is "leren onderhouden" net zo belangrijk als bekeren en dopen? (Mattheüs 28:19-20)

Lukas 6:40 De discipel is niet boven zijn meester; maar ieder volmaakt discipel zal zijn zoals zijn meester.

Het doel van discipelschap is dat de discipel wordt als zijn meester. Dat betekent dat jij, als je iemand discipelt, het doel hebt dat die persoon op Jezus gaat lijken — niet op jou. Jij bent slechts een doorgeefluik van wat Jezus jou heeft geleerd.

Vraag 4: Lees Lukas 6:40. Wat is het uiteindelijke doel van discipelschap? Waarom is het belangrijk dat een discipel op Jezus gaat lijken en niet op jou? (Lukas 6:40)

3. Het principe van vermenigvuldiging

Hier komen we bij het hart van de zaak. Paulus schrijft aan zijn geestelijke zoon Timotheüs:

2 Timotheüs 2:2 En wat u van mij gehoord hebt onder vele getuigen, betrouw dat aan getrouwe mensen, die bekwaam zullen zijn om ook anderen te leren.

Tel de generaties in dit ene vers: (1) Paulus leert Timotheüs, (2) Timotheüs leert trouwe mensen, (3) die trouwe mensen leren weer anderen. Drie generaties discipelschap in één vers! Dit is het principe van vermenigvuldiging. Het is niet: één persoon bereikt duizend mensen. Het is: één persoon bereikt twee, die elk twee bereiken, die elk twee bereiken — en zo breidt het Koninkrijk zich uit als een lopend vuurtje.

Rekensom: Als jij één persoon per jaar discipelt, en die persoon discipelt het volgende jaar ook iemand, en zo verder — dan zijn er na 10 jaar 1.024 discipelen. Na 20 jaar meer dan een miljoen. Na 30 jaar meer dan een miljard. Dat is de kracht van vermenigvuldiging. Het begint klein, maar het groeit exponentieel. Dit is Gods strategie om de wereld te bereiken.

De sleutel is: maak niet alleen bekeerlingen, maar maak discipelen die op hun beurt weer discipelen maken. Dat was het model van Jezus, dat was het model van Paulus, en dat mag ook jouw model zijn. Investeer in mensen. Leer hen Gods Woord. Loop met hen op. En leer hen om hetzelfde te doen met anderen.

Vraag 5: Lees 2 Timotheüs 2:2. Hoeveel generaties discipelschap zie je in dit ene vers? Noem ze en leg uit hoe dit het principe van vermenigvuldiging illustreert. (2 Timotheüs 2:2)

4. Paulus en Timotheüs: een model van discipelschap

De relatie tussen Paulus en Timotheüs is een prachtig beeld van hoe discipelschap eruitziet. Paulus noemt Timotheüs "mijn geliefde zoon" (2 Timotheüs 1:2) en "mijn kind in het geloof" (1 Timotheüs 1:2). Het was een diepe, persoonlijke, liefdevolle relatie.

Filippenzen 2:19-22 En ik hoop in de Heere Jezus Timotheüs haast tot u te zenden, opdat ik ook welgemoed mag zijn, als ik uw zaken zal verstaan hebben. Want ik heb niemand, die even zo gemoed is, die oprecht voor uw zaken zal zorgen. Want zij zoeken allen het hunne, niet wat van Christus Jezus is. En u weet zijn beproeving, dat hij, als een kind zijn vader, met mij gediend heeft in het Evangelie.
2 Timotheüs 1:2-7 Aan Timotheüs, mijn geliefde zoon: genade, barmhartigheid, vrede zij u van God de Vader, en Christus Jezus, onze Heere. Ik dank God, Wie ik dien van mijn voorouderen aan in een rein geweten, zoals ik zonder ophouden aan u gedachtig ben in mijn gebeden nacht en dag; Zeer begerig zijnde om u te zien, als ik gedenk aan uw tranen, opdat ik met blijdschap mag vervuld worden; Als ik mij in herinnering breng het ongeveinsd geloof, dat in u is, dat eerst gewoond heeft in uw grootmoeder Lois, en in uw moeder Eunice; en ik ben verzekerd, dat het ook in u woont. Om die reden maak ik u indachtig, dat u opwekt de gave van God, die in u is, door de oplegging van mijn handen. Want God heeft ons niet gegeven een geest van de vreesachtigheid, maar van de kracht, en van de liefde, en van de gematigdheid.

Wat zien we hier?

Dit is het model. Zoek iemand om te discipelen. Niet een groep van honderd — begin met één of twee. Bid voor hen, wandel met hen, leer hen Gods Woord, wees eerlijk en transparant over je eigen strijd en overwinningen. Dat is discipelschap.

Vraag 6: Lees Filippenzen 2:19-22. Welke eigenschappen van Timotheüs vallen op? Hoe beschrijft Paulus hun relatie en wat leert dat over discipelschap? (Filippenzen 2:19-22)

Vraag 7: Lees 2 Timotheüs 1:5-7. Waar kwam Timotheüs' geloof vandaan? Wat zegt dit over het belang van geloofsoverdracht in families? (2 Timotheüs 1:5-7)

5. Jezus investeerde drie jaar in twaalf mannen

Jezus is de Zoon van God. Hij had de hele wereld in één keer kunnen bereiken. Hij had een megacampagne kunnen houden, een boek kunnen schrijven, een wereldwijd netwerk kunnen opzetten. Maar wat deed Hij? Hij koos twaalf gewone mannen en investeerde drie jaar van Zijn leven in hen.

Markus 3:13-14 En Hij klom op de berg, en riep tot Zich, die Hij wilde; en zij kwamen tot Hem. En Hij stelde er twaalf, opdat zij met Hem zouden zijn, en opdat Hij deze zou uitzenden om te prediken;

Let op de volgorde: eerst "bij Hem zijn," dan "uitgezonden worden om te prediken." Discipelschap begint met relatie, niet met prestatie. Jezus wilde dat de twaalf eerst bij Hem waren — Hem kenden, Hem zagen, van Hem leerden — voordat ze uitgezonden werden.

Vraag 8: Lees Markus 3:13-14. Wat was de volgorde in Jezus' aanpak: eerst bij Hem zijn of eerst uitgezonden worden? Waarom is die volgorde zo belangrijk? (Markus 3:13-14)

Die twaalf mannen waren geen theologen, geen priesters, geen geleerden. Het waren vissers, een tollenaar, gewone arbeiders. Maar na drie jaar met Jezus waren ze getransformeerd. Jezus leerde hen niet alleen door woorden, maar door Zijn leven. Ze zagen hoe Hij bad, hoe Hij omging met zieken en zondaars, hoe Hij reageerde op tegenstand, hoe Hij vergaf, hoe Hij liefhad. Ze leerden niet uit een boek — ze leerden van een Persoon. En dat is precies hoe discipelschap werkt: niet alleen informatie overdragen, maar je leven delen.

En met die twaalf mannen (plus Paulus, die later geroepen werd) veroverde God de wereld.

Handelingen 17:6b Deze, die de wereld in roer hebben gesteld, zijn ook hier gekomen.

De wereld in rep en roer gebracht! Twaalf mannen die bij Jezus waren geweest. Dat is de kracht van discipelschap. Het gaat niet om aantallen — het gaat om diepte. Liever twee mensen die je grondig discipelt, dan honderd die je oppervlakkig bereikt.

Vraag 9: Lees Handelingen 17:6. Hoe beschreven buitenstaanders de eerste discipelen? Wat maakte deze gewone mannen zo effectief? (Handelingen 17:6)

Jezus koos Zijn twaalf na een nacht van gebed (Lukas 6:12-13). Hij wist precies wie Hij nodig had. Niet de sterksten, niet de slimsten, niet de meest religieuzen — maar de meest bereidwilligen. Petrus was impulsief, Thomas twijfelachtig, Mattheüs een belastinginner die door iedereen gehaat werd. Maar Jezus zag niet wie ze waren — Hij zag wie ze konden worden door Zijn genade.

1 Korinthe 1:26-29 Want u ziet uw roeping, broeders, dat u niet vele wijzen bent naar het vlees, niet vele machtigen, niet vele edelen. Maar het dwaze van de wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij de wijzen beschamen zou; en het zwakke van de wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij het sterke zou beschamen; En het onedele van de wereld, en het verachte heeft God uitverkoren, en wat niets is, opdat Hij wat iets is, te niet zou maken; Opdat geen vlees zou roemen voor Hem.

God kiest het zwakke, het dwaze, het verachte — zodat alle eer naar Hem gaat. Als jij je ooit te klein, te dom, te onbekwaam hebt gevoeld voor het werk van God, dan heb je goed nieuws: je bent precies het type dat God zoekt. Hij zoekt geen superhelden — Hij zoekt gewone mensen die bereid zijn om door Hem gebruikt te worden.

Vraag 10: Lees 1 Korinthe 1:26-29. Wat voor soort mensen kiest God bij voorkeur uit? Waarom doet Hij dat? Wat betekent dit voor jou persoonlijk? (1 Korinthe 1:26-29)

6. Zij gingen overal heen

Het boek Handelingen is het verhaal van gewone mensen die buitengewone dingen deden door de kracht van de Heilige Geest. Na de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag stopten ze niet meer.

Handelingen 8:4 Zij dan nu, die verstrooid waren, gingen het land door, en verkondigden het Woord.
Handelingen 11:19-21 Degenen nu, die verstrooid waren door de verdrukking, die over Stefanus was gekomen, gingen het land door tot Fenicië toe, en Cyprus, en Antiochië, tot niemand het Woord sprekende, dan alleen tot de Joden. En er waren enige Cyprische en Cyreneïsche mannen uit hen, die te Antiochië gekomen zijnde, spraken tot de Grieken, verkondigende de Heere Jezus. En de hand van de Heere was met hen; en een groot getal geloofde, en bekeerde zich tot de Heere.

Het evangelie verspreidde zich niet door programma's of campagnes, maar doordat gewone gelovigen overal waar ze kwamen over Jezus spraken. Sommigen waren verspreid door vervolging — wat de vijand bedoelde als aanval, gebruikte God als strategie om het evangelie te verspreiden. Zo werkt God: wat de duivel voor kwaad gebruikt, keert God ten goede (Genesis 50:20).

Vraag 11: Lees Handelingen 8:4 en 11:19-21. Hoe gebruikte God vervolging om het evangelie te verspreiden? Wat leert Genesis 50:20 over Gods vermogen om kwaad ten goede te keren? (Handelingen 8:4; 11:19-21; Genesis 50:20)

Handelingen 5:42 En zij hielden niet op, allen dag, in de tempel en bij de huizen, te leren, en Jezus Christus te verkondigen.

Elke dag! Niet alleen op zondag. Niet alleen in de tempel. Maar ook van huis tot huis, elke dag. Het evangelie was hun leven, hun adem, hun passie. Moge het ook zo zijn voor jou.

Het boek Handelingen eindigt niet met een "einde" — het eindigt open. Paulus is in Rome en predikt het evangelie. Het verhaal is niet afgelopen. Wij schrijven het vervolg. Jij schrijft het vervolg. Het boek Handelingen gaat door, in jouw leven, in jouw stad, in jouw tijd. Elke keer dat jij het evangelie vertelt, elke keer dat jij iemand naar Jezus leidt, elke keer dat jij een discipel maakt — schrijf je een nieuw hoofdstuk in het verhaal van Gods werk op aarde.

Handelingen 28:30-31 En Paulus bleef twee volle jaren in zijn eigen gehuurde woning; en ontving allen, die tot hem kwamen; Predikende het Koninkrijk van God, en lerende van de Heere Jezus Christus met alle vrijmoedigheid, onverhinderd.

"Met alle vrijmoedigheid, ongehinderd" — zelfs vanuit gevangenschap preekte Paulus het evangelie. Niets kon hem stoppen. Niets mag jou stoppen. Niet je omstandigheden, niet je beperkingen, niet je angst, niet de tegenstand. Het evangelie is sterker dan elke keten.

Vraag 12: Lees Handelingen 28:30-31 en Handelingen 5:42. Hoe bleef Paulus het evangelie verkondigen zelfs vanuit gevangenschap? Hoe vaak en waar verkondigden de eerste christenen Jezus? (Handelingen 28:30-31; 5:42)

7. De velden zijn wit om te oogsten

In Johannes 4 ontmoet Jezus een Samaritaanse vrouw bij de bron. Na hun gesprek gaan de discipelen naar het dorp om eten te kopen. Als ze terugkomen, zegt Jezus iets opmerkelijks:

Johannes 4:35 Zegt u niet: Het zijn nog vier maanden, en dan komt de oogst? Ziet, Ik zeg u: Heft uw ogen op en aanschouwt de landen; want zij zijn al wit om te oogsten.

De discipelen zagen een Samaritaans dorp — Jezus zag een oogstveld. De discipelen dachten aan brood — Jezus dacht aan zielen. De discipelen zeiden: "Het is nog niet de tijd." Jezus zei: "Kijk beter — het is nu de tijd!"

Overal om je heen zijn mensen die klaar zijn om het evangelie te horen. Je collega die net zijn baan heeft verloren. Je buurvrouw die rouwt om het verlies van haar man. De student die zoekt naar zin en betekenis. De tiener die worstelt met angst en depressie. De velden zijn wit! Sla je ogen op en kijk!

Vraag 13: Lees Johannes 4:35-38. Wat bedoelt Jezus met "de velden zijn wit om te oogsten"? Wie zijn die "velden" in jouw directe omgeving? (Johannes 4:35-38)

Johannes 4:36-38 En die maait, ontvangt loon, en verzamelt vrucht ten eeuwigen leven; opdat zich samen verblijde, zowel, die zaait als die maait. Want hierin is die spreuk waarachtig: Een ander is het, die zaait, en een ander, die maait. Ik heb u uitgezonden, om te maaien, wat u niet bearbeid hebt; anderen hebben het bearbeid, en u bent tot hun arbeid ingegaan.

Soms zaai je, soms oogst je. Soms zaait een ander en mag jij oogsten. Het gaat niet om wie de eer krijgt — het gaat om de vreugde van de oogst. En die vreugde delen we samen.

8. Volharden tot het einde

Discipelschap is geen sprint — het is een marathon. Je bent niet klaar na twintig lessen. Je bent net begonnen! Het leven als discipel duurt een leven lang, en Jezus roept ons op om vol te houden tot het einde:

Mattheüs 24:13 Maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden.
Openbaring 2:10 Vrees geen van de dingen, die u lijden zult. Ziet, de duivel zal enige van u in de gevangenis werpen, opdat u verzocht wordt; en u zult een verdrukking hebben van tien dagen. Wees getrouw tot de dood, en Ik zal u geven de kroon van het leven.

Er zullen moeilijke tijden komen. Er zal vervolging zijn, tegenstand, verleiding, moedeloosheid. De vijand zal alles proberen om je te laten stoppen. Maar Jezus zegt: houd vol! Wees trouw! De kroon van het leven wacht op je.

Vraag 14: Lees Mattheüs 24:13 en Openbaring 2:10. Wat belooft Jezus aan wie volhardt tot het einde? Wat belooft Hij aan wie trouw is tot in de dood? (Mattheüs 24:13; Openbaring 2:10)

Hebreëen 12:1-2 Daarom dan ook, zo wij zo groot een wolk van de getuigen rondom ons hebben liggende, laat ons afleggen allen last, en de zonde, die ons licht omringt, en laat ons met volharding lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is; Ziende op de overste Leidsman en Voleinder van het geloof, Jezus, Die, voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen, en schande veracht, en is gezeten aan de rechterhand van de troon van God.

Houd je ogen op Jezus! Hij is de Leidsman en Voleinder van het geloof. Hij is niet alleen het begin — Hij is ook het einde. Hij zal je thuisbrengen. Hij zal je bewaren. Hij zal je niet loslaten.

Vraag 15: Lees Hebreëen 12:1-2. Welke "last" en welke "zonde" moet je afleggen om de wedloop te kunnen lopen? Waarom is het zo belangrijk je oog op Jezus te richten? (Hebreëen 12:1-2)

Filippenzen 1:6 Vertrouwende ditzelve, dat Hij, Die in u een goed werk begonnen heeft, dat voltooien zal tot op de dag van Jezus Christus.

God is begonnen met een goed werk in jou, en Hij zal het voltooien! Je hoeft het niet in eigen kracht te doen. Hij die je geroepen heeft, is trouw. Hij die je gered heeft, zal je bewaren. Hij die je uitzendt, zal je beschermen. De weg van het discipelschap is soms moeilijk, soms eenzaam, soms pijnlijk — maar je bent nooit alleen. Jezus heeft beloofd: "Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld."

Vraag 16: Lees Filippenzen 1:6 en Jesaja 41:10. Welke troost bieden deze verzen voor momenten van twijfel en moedeloosheid op de weg van het discipelschap? (Filippenzen 1:6; Jesaja 41:10)

Jesaja 41:10 Vrees niet, want Ik ben met u; bent niet verbaasd, want Ik ben uw God; Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met de rechterhand van Mijn gerechtigheid.

In moeilijke momenten, in momenten van twijfel, in momenten van vermoeidheid — klem je vast aan deze beloften. God is met je. God is je kracht. God is je hulp. Hij zal je ondersteunen met Zijn rechterhand. Wie of wat kan tegen je zijn als de almachtige God voor je is?

Romeinen 8:31 Wat zullen wij dan tot deze dingen zeggen? Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?

9. De kroon des levens

Aan het einde van zijn leven schreef Paulus vanuit de gevangenis aan Timotheüs. Hij wist dat zijn einde naderde. Maar er was geen spijt, geen verbittering, geen wanhoop. Alleen vreugde en verwachting:

2 Timotheüs 4:6-8 Want ik word nu tot een drankoffer geofferd, en de tijd van mijn ontbinding is aanstaande. Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop geëindigd, ik heb het geloof behouden; Verder is voor mij weggelegd de kroon van de rechtvaardigheid, die mij de Heere, de rechtvaardige Rechter, in die dag geven zal; en niet alleen mij, maar ook allen, die Zijn verschijning liefgehad hebben.

Wat een woorden! "Ik heb de goede strijd gestreden. Ik heb de loop volbracht. Ik heb het geloof behouden." Dat is het doel van je leven als discipel: aan het einde kunnen zeggen dat je trouw bent geweest. Niet perfect — maar trouw. Niet foutloos — maar volhardend.

Vraag 17: Lees 2 Timotheüs 4:6-8. Hoe beschrijft Paulus zijn leven aan het einde? Zou jij hetzelfde willen kunnen zeggen? Wat moet je daarvoor doen? (2 Timotheüs 4:6-8)

En dan wacht de krans van de rechtvaardigheid. Niet alleen voor Paulus — maar voor "allen die Zijn verschijning hebben liefgehad." Dat is voor jou, als je Jezus liefhebt en naar Zijn komst uitziet.

1 Korinthe 9:24-25 Weet u niet, dat die in de loopbaan lopen, allen wel lopen, maar dat één de prijs ontvangt? Loopt zo, dat u die mag verkrijgen. En een ieder die om prijs strijdt, onthoudt zich in alles. Deze dan doen wel dit, opdat zij een verderfelijke kroon zouden ontvangen, maar wij een onverderfelijke.

10. Terugblik op de 22 lessen

Laten we even stilstaan bij wat je geleerd hebt in deze twintig lessen. Het is goed om terug te kijken en je te realiseren hoeveel God je heeft geleerd:

Twintig lessen. Twintig stappen op de weg van het discipelschap. Maar de reis is niet voorbij — de reis begint nu pas echt. Alles wat je geleerd hebt, moet nu in de praktijk gebracht worden. Niet in je eentje, maar samen met andere gelovigen, geleid door de Heilige Geest, geworteld in Gods Woord.

Vraag 18: Lees Handelingen 1:8. In welke volgorde worden de plaatsen voor getuigenis genoemd (Jeruzalem, Judea, Samaria, uiterste der aarde)? Hoe vertaal je die volgorde naar jouw eigen leven? (Handelingen 1:8)

Je hebt in totaal 60 bijbelteksten gememoriseerd — een schat aan Gods Woord die je altijd bij je draagt, in je hart en in je gedachten. Je hebt 400 bijbelvragen beantwoord — vragen die je hebben gedwongen om zelf na te denken over wat Gods Woord zegt en hoe het van toepassing is op je leven. Je hebt tientallen Bijbelgedeelten bestudeerd en honderden verzen gelezen. Dat is een onschatbare investering in je geestelijk leven.

Maar kennis zonder toepassing is dood. Jakobus vergelijkt het met iemand die in een spiegel kijkt en daarna weggaat en vergeet hoe hij eruitzag (Jakobus 1:23-24). Laat dat niet van jou gezegd worden. Wees een dader van het Woord. Breng in de praktijk wat je geleerd hebt. Elke dag, in elke omstandigheid, met elke persoon die God op je pad plaatst.

11. Ga nu zelf discipelen maken!

Dit is het moment. Je hebt het onderwijs ontvangen. Je hebt de teksten bestudeerd. Je hebt de bijbelvragen beantwoord. Je hebt bijbelteksten gememoriseerd. Nu is het tijd om te doen wat je geleerd hebt.

Handelingen 1:8 Maar u zult ontvangen de kracht van de Heilige Geest, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste van de aarde.

Begin in je "Jeruzalem" — je eigen omgeving. Wie in jouw directe kring kent Jezus nog niet? Wie zou je kunnen discipelen? Begin met gebed. Vraag God om je ogen te openen voor de mensen die Hij op je pad plaatst. En als Hij een deur opent — stap er doorheen.

Vraag 19: Lees 2 Timotheüs 2:2. Schrijf de namen op van twee mensen die je zou willen discipelen. Hoe kun je deze training gebruiken om hen te begeleiden in het geloof? (2 Timotheüs 2:2)

Hier is een concreet plan om te beginnen:

  1. Bid dagelijks voor minstens drie mensen die Jezus nog niet kennen.
  2. Deel je getuigenis met minstens één persoon deze week.
  3. Zoek een discipel — iemand die je kunt begeleiden in het geloof. Dat kan een nieuw bekeerde zijn, maar ook iemand die al langer gelooft en wil groeien.
  4. Gebruik deze training — ga samen door de twintig lessen heen. Wat jij geleerd hebt, kun je doorgeven aan een ander.
  5. Sluit je aan bij een gemeente — of begin er een! Waar twee of drie in Zijn naam samenkomen, daar is Hij in hun midden.

De keten mag niet stoppen bij jou. Wat je geleerd hebt, moet je doorgeven. De hele training die je zojuist hebt afgerond, kun je gebruiken om een ander te discipelen. Ga door de lessen heen met iemand anders. Bespreek de vragen. Lees samen de bijbelteksten. Bid samen. Zo gaat het evangelie verder — van persoon tot persoon, van generatie tot generatie, totdat Jezus terugkomt.

2 Timotheüs 2:2 En wat u van mij gehoord hebt onder vele getuigen, betrouw dat aan getrouwe mensen, die bekwaam zullen zijn om ook anderen te leren.

12. Afsluitend gebed en zegen

We sluiten deze discipelschapstraining af met een gebed en een zegen. Bid dit gebed hardop, vanuit je hart, en geloof dat God het zal beantwoorden:

Hemelse Vader, dank U voor Uw Woord. Dank U voor alles wat ik geleerd heb in deze twintig lessen. Dank U voor Jezus Christus, mijn Heere en Redder, Die Zijn leven gaf voor mij. Dank U voor de Heilige Geest, Die in mij woont en mij kracht geeft.

Vader, ik wil gehoorzaam zijn aan Uw opdracht. Ik wil gaan. Ik wil het evangelie vertellen. Ik wil discipelen maken. Ik weet dat ik het niet in eigen kracht kan — maar ik weet dat U met mij bent. U heeft gezegd: "Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld." Op die belofte vertrouw ik.

Geef mij vrijmoedigheid, Heere. Geef mij wijsheid. Geef mij liefde voor de mensen om mij heen. Open deuren die geen mens kan sluiten. Laat mij een licht zijn in de duisternis, een zoutend zout in een smakeloze wereld.

En Heere, help mij om trouw te blijven. Tot het einde. Tot U terugkomt. Ik wil de goede strijd strijden. Ik wil de loop volbrengen. Ik wil het geloof behouden. In de Naam van Jezus Christus. Amen.

En nu, Gods zegen over je leven:

Numeri 6:24-26 JAHWEH zegene u, en behoede u! JAHWEH doe Zijn aangezicht over u lichten, en zij u genadig! JAHWEH verheffe Zijn aangezicht over u, en geve u vrede!
Judas 1:24-25 Hem nu, Die machtig is u van struikelen te bewaren, en onstraffelijk te stellen voor Zijn heerlijkheid, in vreugde, De alleenwijze God, onze Zaligmaker, zij heerlijkheid en majesteit, kracht en macht, zowel nu als in alle eeuwigheid. Amen.

Vraag 20: Lees Mattheüs 28:18-20 en Openbaring 22:20-21. Met welke belofte stuurt Jezus je op pad? En met welke verwachting mogen we leven terwijl we discipelen maken? (Mattheüs 28:18-20; Openbaring 22:20-21)

Ga dan heen. De wereld wacht. Jezus gaat met je mee. De Heilige Geest geeft je kracht. Gods Woord is je zwaard. De overwinning staat vast. Ga, en maak discipelen van alle volken — tot eer en glorie van onze Heere Jezus Christus.

Openbaring 22:20-21 Die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom haastig. Amen. Ja, kom, Heere Jezus! De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.

Bijbelteksten om te memoriseren

Leer de volgende drie teksten uit je hoofd. Dit zijn de laatste drie teksten van de training — maar ga door met het memoriseren van Gods Woord, je hele leven lang!

1. 2 Timotheüs 2:2
En wat u van mij gehoord hebt onder vele getuigen, vertrouw dat toe aan trouwe mensen die bekwaam zullen zijn om ook anderen te onderwijzen.

2. Mattheüs 28:18-20
En Jezus kwam naar hen toe, sprak met hen en zei: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Ga dan heen, maak al de volken tot Mijn discipelen, door hen te dopen in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen. En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen.

3. Handelingen 1:8
Maar u zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde.

← Vorige les Overzicht