Filippenzen 1

Boekinleiding lees meer ▾ DE Apostel Paulus in een Godlijk gezichte van een Macedonisch man vermaand zijnde, dat hij het Evangelie zou prediken in Macedonië, heeft zulks aangevangen in de stad Filippi, en aldaar een Gemeente g...
DE Apostel Paulus in een Godlijk gezichte van een Macedonisch man vermaand zijnde, dat hij het Evangelie zou prediken in Macedonië, heeft zulks aangevangen in de stad Filippi, en aldaar een Gemeente geplant hebbende, heeft hij uit zijn banden te Rome deze brief aan haar door Epaphroditum gezonden, om haar in het geloof te versterken. Filip. 2:25. Tot welke ein de hij, na het opschrift, voor eerst de Filippensen prijst over haar standvastigheid in het geloof, niet tegenstaande zijn banden en verdrukkingen, die hij verhaalt, met de vrucht van de zelf: en verklaart daarna, hoewel hij liever had te sterven en bij CHRISTUS te zijn, dat hij nochtans vertrouwde, dat hij noch een tijd lang zou in 't leven blijven tot haar dienst en besten. Hfst. 1. Vermaand voorders haar tot allerlei Christelijke deughden, voornaamlijk tot lijdsaamheid, standvastigheid, eenigheid, en nederigheid, met het exempel CHRISTUS, die in de gedaante Gods zijnde, hem zelf vernedert heeft tot de dood van de kruises: en voecht daarbij een recommandatie van Timotheus en Epaphroditus. Hfst. 2. Daar na waarschouwt hij haar voor de valse Apostelen die de Wet en het Evangelie te samen menghden, en leerden dat door de onderhouding van de Wet, naast het geloof in CHRISTUS, de zaligheid verkregen moest worden: waar tegen hij zijn exempel en geloof op CHRISTUS alleen stelt, om na te volgen. Hfst. 3. En twee vrouwen aldaar tot vreedsaamheid vermaand hebbende, doet daar opnieuw bij een Algemene vermaning tot verscheidene Christelijke deughden: en prijst ten slotte de mildadigheid die de Gemeente van de Filippensen aan hem betoont had tot zijn onderhoudt: en daarop besluit hij de brief met gewoonlijke groetenissen. Hfst. 4.
1Paulus en1 Timotheüs, dienaren van Jezus Christus, aan al de heiligen in Christus Jezus, die te2 Filippi zijn, met de3 opzieners en4 diakenen: 2a Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en de Heere Jezus Christus. 3b Ik dank mijn God, telkens als ik aan U gedenk. 4(Altijd in al mijn gebed voor u allen met blijdschap het gebed doende) 55 Over6 uw gemeenschap aan het Evangelie, van7 de eerste dag af tot nu toe; 6Vertrouwende ditzelve, dat8 Hij, Die in u9c een goed werk begonnen heeft,10 dat voltooien zal tot11 op de dag van Jezus Christus; 7Zoals het12 bij mij recht is, dat ik van u allen dit gevoel, omdat ik in mijn hart houde, dat u, zoweld in mijn banden, als13 in mijn verantwoording en bevestiging van het Evangelie, u allen, zeg14 ik, van mijn genade mee deelachtig bent. 8e Want15 God is mijn Getuige, hoezeer ik16 begerig ben naar u allen,17 met innerlijke bewegingen18 van Jezus Christus. 9En dit bid ik God, dat19 uw liefde nog meer en meer overvloedig wordt20 in erkentenis en alle21 gevoelen; 10Opdat u22 beproeft23 de dingen, die daarvan verschillen, opdat u24 oprecht bent, en25 zonder aanstoot te geven, tot26 de dag van Christus; 11Vervuld met vruchten27 van de28 gerechtigheid, die door Jezus Christus zijn29 tot heerlijkheid en prijs van God. 12En30 ik wil, dat u weet, broeders, dat31 wat aan mij is geschied, meer32 tot bevordering van het Evangelie gekomen is; 13Zo dat33 mijn banden34 in Christus openbaar geworden zijn35 in het hele rechthuis, en36 aan alle anderen; 14f En dat het meerderdeel van de broeders in de Heere,37 door mijn banden38 vertrouwen gekregen hebbende, overvloediger39 het Woord onbevreesd durven spreken. 1540 Sommigen prediken ook wel Christus41 door afgunst en42 twist, maar sommigen ook43 door goedwilligheid. 16Anderen verkondigen wel Christus uit twisting,44 niet zuiver, menende aan mijn banden45 verdrukking toe te brengen; 17Maar deze46 uit liefde, omdat zij weten, dat ik47 tot verantwoording van het48 Evangelie gezet ben. 1849 Wat dan? Toch wordt Christus op50 allerlei wijze, hetzij51 onder een deksel, hetzij in52 van de waarheid, verkondigd; en53 daarin verblijd ik mij, ja, ik zal mij ook verblijden. 19g Want ik weet,54 dat dit mij ter zaligheid strekken zal,55 door uw gebed en ondersteuning van de Geest van Jezus Christus. 20Volgens mijn56 ernstige verwachting en hoop,h dat ik in geen zaak zal57 beschaamd worden; maar dat in alle vrijmoedigheid,58 zoals altijd, zo ook nu, Christus zal59 groot gemaakt worden60 in mijn lichaam,61 hetzij door het leven,62 hetzij door de dood. 2163 Want64 het leven is mij Christus, en65 het sterven is mij winst. 22Maar66 of te leven in het67 vlees, hetzelfde mij raadzaam zij, en68 wat ik verkiezen zal,69 weet ik niet. 23Want ik word van70 deze twee71 gedrongen, hebbende begeerte, om72 ontbonden te worden en73 met Christus te zijn; want dat is74 zeer verre het beste. 24Maar75 in het vlees te blijven, is noodzakelijker76 om uwentwil. 25En77 dit vertrouw en weet ik, dat ik zal78 blijven, en79 met u allen zal verblijven80 tot uw bevordering en blijdschap81 van het geloof; 26Opdat82 uw roem in Christus Jezus overvloedig zij83 aan mij, door84 mijn aanwezigheid opnieuw bij u. 27Alleen85 wandelt86 waardig het Evangelie van Christus, opdat, hetzij ik kom en u zie, hetzij ik afwezig ben, ik van uw zaken mag horen, dat u staat in één geest, met87 één gemoed gezamenlijk strijdende door het geloof van het Evangelie; 28En dat u in geen ding verschrikt wordt van degenen,88 die tegenstaan; dat89 hun wel90 een bewijs is van het verderf,91 maar u van de zaligheid, en dat92 van God. 29Want u is93 uit genade gegeven in de zaak van Christus, niet alleen in94 Hem te geloven, maar ook95 voor Hem96 te lijden; 30Deze strijd97 hebbende, die u98 in mij gezien hebt, en99 nu in mij hoort.