2 Timotheüs 1
Boekinleiding
lees meer ▾
DE Apostel Paulus te Rome gevangen zijnde, Hfst. 1:8. en nu ziend dat de dood hem was nakende, Hfst. 4:6. heeft deze tweeden zendbrief aan Timotheum, die tot Ephesen was, geschreven, in welke hij hem ...
DE Apostel Paulus te Rome gevangen zijnde, Hfst. 1:8. en nu ziend dat de dood hem was nakende, Hfst. 4:6. heeft deze tweeden zendbrief aan Timotheum, die tot Ephesen was, geschreven, in welke hij hem bidt, na gewoonlijke groetenis, dat hij zou willen met de eerste tot hem komen, verklarende hoe zeer hij na hem verlancht, om zijn uitnemend Godsvrucht, daarin hij van zijn Grootmoeder en Moeder van kindts-been af opgevoed was: en vermaand hem ernstelijk, dat hij zijn gaven wel bestede, en niet en vrees, de troostlijke en voortreflijke Leer van de H. Evangelie vrymoedelijk te verbreiden, volgens zijn exempel: te meer omdat alle die uit Azië waren hem verlaten hadden, uitgenomen Onesiphorus, die hem veel bystants gedaan had, Capit. 1. Dat hij ook tot voort-planting van de zelf Leer andere getrouwe en bequame mannen ’t zelf ambt zou willen bevelen, en voornaamlijk de artikel van de opstanding CHRISTUS bevestigen: troost hem tegen de verdrukkingen, zo met zijn eigen exempel, als met Gods genadige vergelding: vermaand hem alle twistige disputeringen te aanschouwen, en waarschouwt hem voor de ketters, voornaamlijk voor Hymeneus en Filetus, die de opstanding van de doden loochenden, met een vermaning tot verscheidene Christelijke deughden, Hfst. 2. En om hem tot meerder wakkerheid op te wekken, voorsecht hem, hoedanige Mensen in de laatste tijden wezen sullen, en hoe’se de waarheid sullen tegenstaan, vermanende dat hij zijn exempel wil volgen, en stantvastelijk blijven bij de Leer, die hij van hem geleert heeft, als over-een-komende met de H. Schriftuur, wier sekerheid en nuttigheid hij verklaart, Hfst. 3. Ten slotte alzo hij wist, dat hij haast zou gedoodt worden, zo vermaand hij hem zeer ernstelijk zijn ambt ijverig en getrouwelijk te bedienen, en noch voor de winter bij hem te komen, te meer alzo zij hem alle in zijn verantwoording hadden verlaten: en besluit met gewoonlijke groetenissen, Capit. 4.