Inleiding
Geloof is het fundament van je hele leven als christen. Zonder geloof kun je God niet kennen, zonder geloof kun je Hem niet behagen, zonder geloof kun je niet gered worden. Alles in het christelijk leven begint met geloof en wordt gedragen door geloof. Maar wat is geloof eigenlijk? Is het een gevoel? Een keuze? Een gave? Hoe krijg je het en hoe groeit het?
In deze les gaan we diep Gods Woord in om te ontdekken wat geloof werkelijk is. We zullen leren van de grote geloofsgetuigen uit Hebreeën 11, we zullen ontdekken hoe geloof groeit, en we zullen zien hoe geloof en werken samengaan. Ook zullen we leren dat beproevingen niet het einde van ons geloof zijn, maar juist het middel waardoor God ons geloof sterker maakt.
Efeze 2:8-9 Want uit genade bent u zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand roeme.
Geloof is de hand waarmee je Gods genade aanneemt. Het is niet iets dat je zelf produceert — het is een gave van God. Maar het is wel iets waar je verantwoordelijkheid voor draagt, iets dat je kunt voeden en laten groeien.
Vraag 1: Lees Efeze 2:8-9. Waardoor worden wij zalig? Wat is hierbij de rol van geloof en wat is de rol van God? Waarom kan niemand roemen? (Efeze 2:8-9)
Wat is geloof?
Gods Woord geeft ons een prachtige definitie van geloof in de brief aan de Hebreeën:
Hebreeën 11:1 Het geloof nu is een vaste grond van de dingen, die men hoopt, en een bewijs van de zaken, die men niet ziet.
Laten we dit vers zorgvuldig ontleden:
Een vaste grond van de dingen die men hoopt — Geloof is niet vaag of onzeker. Het is een vaste grond, een fundament, een zekerheid. Wanneer je gelooft, heb je een rotsvaste zekerheid over de dingen waar je op hoopt. Het is niet ‘misschien zal het gebeuren’, maar ‘ik weet zeker dat het zal gebeuren, want God heeft het beloofd’.
Een bewijs van de zaken die men niet ziet — Geloof is het bewijs van de onzichtbare werkelijkheid. Je kunt God niet zien met je fysieke ogen, maar door geloof weet je dat Hij er is. Je kunt de hemel niet zien, maar door geloof weet je dat hij bestaat. Geloof is geen blind vertrouwen — het is vertrouwen op de betrouwbaarheid van God en Zijn Woord.
Geloof is niet:
- Een gevoel dat komt en gaat
- Wensdenken of positief denken
- Blind vertrouwen zonder bewijs
- Iets dat je in eigen kracht opwekt
Geloof is wel:
- Vaste zekerheid gebaseerd op Gods Woord
- Vertrouwen op de betrouwbaarheid van God
- Een gave van God die je kunt voeden en laten groeien
- De hand waarmee je Gods beloften vastgrijpt
Hebreeën 11:3 Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord van God is toebereid, zo dat de dingen, die men ziet, niet geworden zijn uit dingen, die gezien worden.
Geloof geeft ons inzicht in de werkelijkheid achter de werkelijkheid. Door geloof begrijpen we dat de zichtbare wereld geschapen is door het onzichtbare Woord van God. Geloof opent onze ogen voor de geestelijke dimensie van het bestaan.
Vraag 2: Schrijf Hebreeën 11:1 over in je eigen woorden. Wat bedoelt de schrijver met ‘een vaste grond’ en ‘een bewijs van de zaken die men niet ziet’? (Hebreeën 11:1)
Zonder geloof is het onmogelijk God te behagen
Hebreeën 11:6 Maar zonder geloof is het onmogelijk voor God te behagen. Want die tot God komt, moet geloven, dat Hij is, en een Beloner is van degenen, die Hem zoeken.
Dit vers bevat twee fundamentele waarheden:
1. Zonder geloof is het onmogelijk God te behagen. Niet moeilijk, niet lastig — onmogelijk. Je kunt de meest indrukwekkende goede werken doen, je kunt de strengste religieuze discipline beoefenen, je kunt al je bezittingen weggeven — maar zonder geloof is het allemaal waardeloos in Gods ogen. Geloof is de absolute voorwaarde om God te behagen.
2. Wie tot God komt, moet twee dingen geloven: Ten eerste, dat God is — dat Hij bestaat, dat Hij werkelijk is wie Hij zegt te zijn. Ten tweede, dat Hij beloont wie Hem zoeken — dat Hij geen afstandelijke God is, maar een God die betrokken is en die Zich laat vinden door wie Hem oprecht zoekt.
Jeremia 29:13 En u zult Mij zoeken en vinden, wanneer u naar Mij zult vragen met uw hele hart.
God beloont wie Hem zoeken. Als je Hem met je hele hart zoekt, zul je Hem vinden. Dat is Zijn belofte, en Hij is getrouw om die belofte na te komen. Geloof is vertrouwen dat God doet wat Hij belooft.
Vraag 3: Lees Hebreeën 11:6. Welke twee dingen moet je geloven om tot God te komen? Waarom is het zonder geloof onmogelijk — niet ‘moeilijk’ maar ‘onmogelijk’ — om God te behagen? (Hebreeën 11:6)
Hebreeën 10:38 Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven; en zo iemand zich onttrekt, Mijn ziel heeft in hem geen behagen.
De rechtvaardige leeft uit het geloof — niet uit eigen kracht, niet uit religieuze prestatie, maar uit geloof. Dit citaat uit Habakuk 2:4 is zo fundamenteel dat Paulus het drie keer aanhaalt in zijn brieven (Romeinen 1:17, Galaten 3:11 en hier). Het geloof is niet alleen het begin van het christelijk leven, het is ook de manier waarop we elke dag leven.
Vraag 4: Zoek Habakuk 2:4, Romeinen 1:17 en Galaten 3:11 op. Welke zin wordt in alle drie herhaald? Waarom citeert Paulus dit vers zo vaak? (Habakuk 2:4; Romeinen 1:17; Galaten 3:11)
Geloof komt door het horen van Gods Woord
Als geloof zo belangrijk is, hoe krijgen we het dan? Hoe groeit geloof? Paulus geeft ons het antwoord:
Romeinen 10:17 Zo is dan het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God.
Geloof komt door het horen van Gods Woord. Niet door menselijke wijsheid, niet door filosofie, niet door je eigen redenering — maar door het Woord van God. Wanneer je Gods Woord leest, hoort en overdenkt, groeit je geloof. Het Woord van God is het zaad waaruit geloof ontspringt.
Dit is waarom het zo belangrijk is om dagelijks Gods Woord te lezen en te overdenken. Elke keer dat je Gods Woord opent en leest, wordt er geloof in je hart gezaaid. Elke keer dat je een preek hoort waarin Gods Woord wordt uitgelegd, groeit je geloof. Het Woord is het voedsel voor je geloof.
Romeinen 10:14-15 Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in Welke zij niet geloofd hebben? En hoe zullen zij in Hem geloven, van Welke zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen, zonder die hun predikt? En hoe zullen zij prediken, als zij niet gezonden worden? Zoals geschreven is: Hoe liefelijk zijn de voeten van degenen, die vrede verkondigen, van degenen, die het goede verkondigen!
Hier zien we een keten: God zendt predikers, predikers verkondigen het Woord, mensen horen het Woord, en uit dat horen komt geloof. Dit is Gods methode: Hij gebruikt mensen om Zijn Woord te verkondigen, en door dat Woord werkt Hij geloof in de harten van de hoorders.
Vraag 5: Lees Romeinen 10:14-17. Beschrijf de keten die Paulus hier schetst: van zending tot geloof. Welke schakel volgt op welke? Waarom is prediking onmisbaar? (Romeinen 10:14-17)
Praktische manieren om je geloof te voeden:
- Dagelijks Gods Woord lezen — hoe meer je leest, hoe meer je geloof groeit
- Bijbelteksten uit je hoofd leren — zo heb je Gods Woord altijd bij je
- Luisteren naar prediking en onderwijs vanuit Gods Woord
- Gods Woord overdenken — erover nadenken, het toepassen op je leven
- Samen met andere gelovigen studeren in Gods Woord
De geloofsgetuigen uit Hebreeën 11
Hebreeën 11 wordt vaak de ‘geloofshal’ genoemd. In dit hoofdstuk worden talloze mannen en vrouwen beschreven die door geloof grote dingen deden voor God. Laten we een aantal van hen bekijken en leren van hun geloof.
Abel — geloof in aanbidding
Hebreeën 11:4 Door het geloof heeft Abel een meerdere offergave voor God geofferd dan Kaïn, door dat hij getuigenis bekomen heeft, dat hij rechtvaardig was, zo God over zijn gave getuigenis gaf; en door hetzelfde geloof spreekt hij nog, nadat hij gestorven is.
Abel bracht een offer in geloof en werd daardoor rechtvaardig verklaard. Zijn geloof uitte zich in aanbidding — hij gaf God het beste wat hij had.
Vraag 6: Lees Genesis 4:3-7 naast Hebreeën 11:4. Waarom aanvaardde God het offer van Abel wel en dat van Kaïn niet? Wat leert dit over de rol van geloof bij aanbidding? (Genesis 4:3-7; Hebreeën 11:4)
Henoch — geloof dat God behaagt
Hebreeën 11:5 Door het geloof is Henoch weggenomen geweest, opdat hij de dood niet zou zien; en hij werd niet gevonden, daarom dat hem God weggenomen had; want voor zijn wegneming heeft hij getuigenis gehad, dat hij voor God behaagde.
Henoch wandelde zo dicht met God dat God hem wegnam. Zijn geloof was niet alleen theoretisch — het was een dagelijkse wandel met God.
Noach — geloof dat gehoorzaamt
Hebreeën 11:7 Door het geloof heeft Noach, door Goddelijke aanspraak vermaand zijnde van de dingen, die nog niet gezien werden, en bevreesd geworden zijnde, de ark toebereid tot behoudenis van zijn huisgezin; door welke ark hij de wereld heeft veroordeeld, en is geworden een erfgenaam van de rechtvaardigheid, die naar het geloof is.
Noach bouwde een ark terwijl er nog geen regen was. Dat is geloof: gehoorzamen aan Gods Woord, ook wanneer het menselijk gezien onlogisch lijkt. Hij bouwde op basis van wat God gezegd had, niet op basis van wat hij kon zien.
Abraham — geloof dat vertrekt
Hebreeën 11:8-10 Door het geloof is Abraham, geroepen zijnde, gehoorzaam geweest, om uit te gaan naar de plaats, die hij tot een erfdeel ontvangen zou; en hij is uitgegaan, niet wetende, waar hij komen zou. Door het geloof is hij een inwoner geweest in het land van de belofte, als in een vreemd land, en heeft in tenten gewoond met Izak en Jakob, die mee-erfgenamen waren derzelfde belofte. Want hij verwachtte de stad, die fundamenten heeft, waarvan de Kunstenaar en Bouwmeester God is.
Abraham vertrok zonder te weten waar hij heen ging. Dat is radicaal geloof: alles achterlaten wat vertrouwd is en God volgen, zelfs als je de bestemming niet kent. Abraham vertrouwde niet op een kaart of een plan — hij vertrouwde op God.
Vraag 7: Lees Genesis 12:1-4 en Hebreeën 11:8-10. Wat moest Abraham achterlaten? Wat wist hij over zijn bestemming? Op welke ‘stad met fundamenten’ was zijn hoop gericht? (Genesis 12:1-4; Hebreeën 11:8-10)
Hebreeën 11:17-19 Door het geloof heeft Abraham, als hij verzocht werd, Izak geofferd, en hij, die de beloften ontvangen had, heeft zijn eniggeborene geofferd, (Tot die gezegd was: In Izak zal u het zaad genoemd worden) overleggende, dat God machtig was, hem ook uit de doden te verwekken; Waaruit hij hem ook bij gelijkenis wedergekregen heeft.
Het ultieme geloof van Abraham: bereid zijn om zijn eigen zoon te offeren, omdat hij geloofde dat God hem zelfs uit de dood kon opwekken. Abraham vertrouwde op Gods karakter — hij wist dat God Zijn beloften zou houden, hoe dan ook.
Mozes — geloof dat kiest
Hebreeën 11:24-26 Door het geloof heeft Mozes, nu groot geworden zijnde, geweigerd een zoon van Farao's dochter genoemd te worden; Verkiezende liever met het volk van God kwalijk gehandeld te worden, dan voor een tijd de genieting van de zonde te hebben; Achtende de versmaadheid van Christus meerdere rijkdom te zijn, dan de schatten in Egypte; want hij zag op de vergelding van het loon.
Mozes maakte een bewuste keuze: hij verkoos lijden met Gods volk boven de rijkdom van Egypte. Geloof is ook een keuze — de keuze om de eeuwige beloning hoger te schatten dan tijdelijk genot.
Vraag 8: Lees Hebreeën 11:24-26. Wat gaf Mozes op en waarom? Wat beschouwde hij als ‘grotere rijkdom dan de schatten in Egypte’? Wat leer je hiervan over het maken van keuzes in geloof? (Hebreeën 11:24-26)
Rachab — geloof dat redt
Hebreeën 11:31 Door het geloof is Rachab, de hoer, niet omgekomen met de ongehoorzamen, als zij de spionnen met vrede had ontvangen.
Zelfs een hoer werd gered door geloof! Rachabs achtergrond deed er niet toe — haar geloof maakte het verschil. Dit laat zien dat geloof voor iedereen toegankelijk is, ongeacht je verleden.
Het hoofdstuk gaat verder met nog veel meer geloofsgetuigen:
Hebreeën 11:32-34 En wat zal ik nog meer zeggen? Want de tijd zal mij ontbreken, zou ik verhalen van Gideon, en Barak, en Samson, en Jeftha, en David, en Samuël, en de profeten; Die door het geloof koninkrijken hebben overwonnen, gerechtigheid geoefend, de beloftenissen verkregen, de muilen van de leeuwen toegestopt; De kracht van het vuur hebben uitgeblust, de scherpte van het zwaard zijn ontvlucht, uit zwakheid krachten hebben gekregen, in de oorlog sterk geworden zijn, legers van de vreemden op de vlucht hebben gebracht.
Wat een lijst! Door geloof zijn er koninkrijken overwonnen, leeuwen verslagen, vuur geblust, zwakheid veranderd in kracht. Dit is wat geloof kan doen — niet omdat de gelovigen zo sterk waren, maar omdat ze vertrouwden op een God die almachtig is.
Hebreeën 11:35-38 De vrouwen hebben haar doden uit de opstanding wedergekregen; en anderen zijn uitgerekt geworden, de aangeboden verlossing niet aannemende, opdat zij een betere opstanding verkrijgen zouden. En anderen hebben bespottingen en geselen geproefd, en ook banden en gevangenis; Zijn gestenigd geworden, in stukken gezaagd, verzocht, door het zwaard ter dood gebracht; hebben gewandeld in schaapsvellen en in geitenvellen; verlaten, verdrukt, kwalijk gehandeld zijnde; (Van wie de wereld niet waard was) hebben in woestijnen gedoold, en op bergen, en in grotten, en in holen van de aarde.
Geloof leidt niet altijd tot aardse overwinning. Sommige geloofsgetuigen werden gefolterd, gestenigd, gedood. Maar hun geloof bleef staan. De wereld was hen niet waard — wat een eretitel! Geloof houdt stand, ook wanneer de omstandigheden tegen je zijn.
Vraag 9: Lees Hebreeën 11:35-38. Sommige geloofsgetuigen werden gefolterd en gedood. Toch wordt gezegd: ‘de wereld was hen niet waard.’ Hoe kan geloof standhouden wanneer het juist lijden brengt? (Hebreeën 11:35-38)
Geloof als een mosterdzaadje
Misschien denk je: ‘Mijn geloof is zo klein. Hoe kan ik ooit zulke dingen doen?’ Jezus heeft daar iets bijzonders over gezegd:
Mattheüs 17:20 En Jezus zei tot hen: Vanwege uw ongeloof; want voorwaar zeg Ik u: Zo u een geloof had als een mosterdzaad, u zou tot deze berg zeggen: Ga heen van hier daarheen, en hij zal heengaan; en niets zal u onmogelijk zijn.
Een mosterdzaadje is een van de kleinste zaadjes die er bestaan. Toch zegt Jezus dat zelfs zo’n klein geloof bergen kan verzetten! Het gaat niet om de grootte van je geloof, maar om het Object van je geloof. Klein geloof in een grote God is genoeg. Het is niet de kracht van je geloof die het verschil maakt, maar de kracht van de God in wie je gelooft.
Het mosterdzaadje is klein, maar het groeit uit tot een grote boom. Zo is het ook met geloof: het begint misschien klein, maar als je het voedt met Gods Woord en oefent in gebed en gehoorzaamheid, groeit het uit tot een onwrikbaar vertrouwen op God.
Vraag 10: Lees Mattheüs 17:14-20. Waarom konden de discipelen de demon niet uitdrijven? Wat leert het beeld van het mosterdzaadje over de grootte van ons geloof versus de grootte van God? (Mattheüs 17:14-20)
Het schild van het geloof
In de geestelijke wapenrusting die Paulus beschrijft in Efeze 6 neemt het geloof een bijzondere plaats in:
Efeze 6:16 Bovenal aangenomen hebbende het schild van het geloof, met dat u al de vurige pijlen van de bozen zult kunnen uitblussen.
Het geloof is als een schild. In de Romeinse tijd was het grote schild (thureos) groot genoeg om het hele lichaam te beschermen. Zo beschermt het geloof je tegen alle aanvallen van de vijand. De ‘vurige pijlen van de boze’ — twijfel, angst, beschuldiging, verleiding — worden uitgeblust door het schild van het geloof.
Wanneer de duivel je influistert dat God je niet liefheeft, hef je het schild van het geloof op en zeg je: ‘God heeft Zijn liefde bewezen door Zijn Zoon voor mij te geven!’ Wanneer hij je influistert dat je niet goed genoeg bent, zeg je: ‘Ik ben rechtvaardig verklaard door het geloof in Christus!’ Dat is het schild van het geloof in actie.
Vraag 11: Lees Efeze 6:16. Wat zijn de ‘vurige pijlen van de boze’? Noem drie voorbeelden. Hoe kan het schild van het geloof deze pijlen uitblussen? (Efeze 6:16)
Geloof en werken
Een van de meest besproken onderwerpen in de christelijke theologie is de verhouding tussen geloof en werken. Jakobus schrijft hier uitgebreid over:
Jakobus 2:14 Wat nut is het, mijn broeders, als iemand zegt, dat hij het geloof heeft, en hij heeft de werken niet? Kan dat geloof hem zaligmaken?
Jakobus 2:17 Zo ook het geloof, als het de werken niet heeft, is bij zichzelf dood.
Jakobus 2:18 Maar iemand zal zeggen: 'U hebt het geloof en ik heb de werken.' Toon mij uw geloof uit uw werken, en ik zal u uit mijn werken mijn geloof tonen.
Jakobus 2:19-20 U gelooft, dat God één enig God is; u doet wel; de duivelen geloven het ook, en zij sidderen. Maar wilt u weten, o ijdel mens, dat het geloof zonder de werken dood is?
Jakobus 2:22 Ziet u wel, dat het geloof mee gewerkt heeft met zijn werken, en het geloof volmaakt is geweest uit de werken?
Jakobus 2:26 Want zoals het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het geloof zonder de werken dood.
Jakobus spreekt hier niet tegen Paulus. Paulus leert dat we gerechtvaardigd worden door geloof, niet door werken (Romeinen 3:28). Jakobus leert dat waar geloof altijd werken voortbrengt. Ze spreken over twee kanten van dezelfde waarheid:
Geloof en werken — hoe ze samengaan:
- We worden gered door geloof alleen (Efeze 2:8-9)
- Maar geloof dat echt is, brengt altijd werken voort (Jakobus 2:17)
- Werken zijn niet de oorzaak van onze redding, maar het bewijs ervan
- Geloof zonder werken is dood geloof — het is geen echt geloof
- De werken volmaken het geloof — ze maken het compleet en zichtbaar
Denk aan een boom: de wortels zijn het geloof, de vruchten zijn de werken. Een boom zonder vruchten is een dode boom. Maar de vruchten maken de boom niet levend — het leven zit in de wortels. Zo is het ook: het leven zit in het geloof, maar waar geloof brengt altijd vrucht voort.
Vraag 12: Lees Jakobus 2:17-26. Welk voorbeeld uit het Oude Testament gebruikt Jakobus om te laten zien dat geloof en werken samengaan? Spreekt Jakobus tegen Paulus (Romeinen 3:28)? Leg uit. (Jakobus 2:17-26; Romeinen 3:28)
Geloof dat bergen verzet
Jezus leert ons over de kracht van geloof dat verbonden is met gebed:
Markus 11:22-24 En Jezus, antwoordende, zei tot hen: Hebt geloof op God. Want voorwaar zeg Ik u, dat, zo wie tot deze berg zal zeggen: Word opgeheven en in de zee geworpen; en niet zal twijfelen in zijn hart, maar zal geloven, dat wat hij zegt, gebeuren zal, het zal hem geworden, zo wat hij zegt. Daarom zeg Ik u: Alle dingen, die u biddende begeert, gelooft, dat u ze ontvangen zult, en zij zullen u geworden.
Bergen verzetten begint met geloof in God — niet geloof in jezelf, niet geloof in je eigen geloof, maar geloof in God. Het begint bij Wie God is: almachtig, getrouw, liefdevol. Wanneer je weet wie God is, kun je Hem vertrouwen voor het onmogelijke.
Maar let op: dit is geen blanco cheque om alles te krijgen wat je wilt. Het geloof waar Jezus over spreekt is geloof dat verbonden is met Gods wil. Het is geloof dat voortkomt uit een intieme relatie met God, waarin je Zijn hart kent en Zijn wil zoekt. Je bidt niet je eigen verlangens, maar Gods verlangens.
Vraag 13: Lees Markus 11:22-24 en 1 Johannes 5:14-15 samen. Wat is de voorwaarde voor gebedsverhoring? Waarom is ‘bidden naar Gods wil’ het geheim van krachtig gebed? (Markus 11:22-24; 1 Johannes 5:14-15)
1 Johannes 5:14-15 En dit is de vrijmoedigheid, die wij tot Hem hebben, dat zo wij iets bidden naar Zijn wil, Hij ons verhoort. En als wij weten, dat Hij ons verhoort, wat wij ook bidden, zo weten wij, dat wij de beden verkrijgen, die wij van Hem gebeden hebben.
Als wij bidden naar Gods wil, verhoort Hij ons. Het geheim van krachtig gebed is niet het volume van je stem of de lengte van je gebed, maar de overeenstemming van je hart met Gods hart.
De beproeving van het geloof
Geloof wordt sterker door beproeving. Zoals goud gelouterd wordt door vuur, zo wordt geloof gelouterd door moeilijkheden.
1 Petrus 1:6-7 In welke u u verheugt, nu een korte tijd (zo het nodig is) bedroefd zijnde door menigerlei verzoekingen; Opdat de beproeving van uw geloof, die veel kostelijker is dan van het goud, dat vergaat en door het vuur beproefd wordt, bevonden wordt te zijn tot lof, en eer, en heerlijkheid, in de openbaring van Jezus Christus.
Petrus vergelijkt geloof met goud. Goud wordt door vuur beproefd om alle onzuiverheden te verwijderen. Zo worden beproevingen gebruikt om ons geloof te zuiveren en te versterken. En beproefd geloof is kostbaarder dan goud! Goud vergaat uiteindelijk, maar beproefd geloof houdt stand tot in eeuwigheid.
Vraag 14: Lees 1 Petrus 1:6-7. Waarom is beproefd geloof ‘kostbaarder dan goud’? Wat is het uiteindelijke doel van de beproeving van je geloof? (1 Petrus 1:6-7)
Jakobus 1:2-4 Acht het voor grote vreugde, mijn broeders, wanneer u in allerlei verzoekingen valt; Wetende, dat de beproeving van uw geloof volharding werkt. Maar de volharding hebbe een volmaakt werk, opdat u mag volmaakt zijn en geheel oprecht, in geen ding gebrekkig.
Jakobus zegt iets verrassends: we moeten beproevingen als vreugde beschouwen. Niet omdat het lijden leuk is, maar omdat we weten wat het uitwerkt: volharding. En volharding leidt tot volmaaktheid en oprechtheid. Beproevingen zijn Gods trainingsschool voor het geloof.
Vraag 15: Lees Jakobus 1:2-4. Waarom moeten we beproevingen als ‘enkel vreugde’ achten? Welke keten beschrijft Jakobus: wat brengt beproeving teweeg, en wat brengt dat op zijn beurt voort? (Jakobus 1:2-4)
Jakobus 1:12 Zalig is de man, die verzoeking verdraagt; want als hij beproefd zal geweest zijn, zal hij de kroon van het leven ontvangen, die de Heere beloofd heeft aan hen, die Hem liefhebben.
Er wacht een kroon voor wie de beproeving doorstaat. Niet omdat we zo sterk zijn, maar omdat God getrouw is om ons erdoorheen te brengen. De beproevingen van dit leven zijn tijdelijk, maar de kroon van het leven is eeuwig.
Romeinen 5:3-5 En niet alleen dit, maar wij roemen ook in de verdrukkingen, wetende, dat de verdrukking volharding werkt; En de volharding bevinding, en de bevinding hoop; En de hoop beschaamt niet, omdat de liefde van God in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, Die ons is gegeven.
Verdrukking leidt tot volharding, volharding tot beproefdheid, beproefdheid tot hoop. En die hoop beschaamt niet, want ze is gefundeerd op de liefde van God. Zo werkt God door beproevingen heen om ons geloof te versterken en te verdiepen.
Vraag 16: Lees Romeinen 5:3-5. Beschrijf de vijfstappenketen die Paulus noemt: van verdrukking tot de liefde van God. Waarom beschaamt de hoop niet? (Romeinen 5:3-5)
De Auteur en Voleinder van het geloof
We eindigen waar het allemaal om draait: Jezus Christus, de Auteur en Voleinder van ons geloof.
Hebreeën 12:1-2 Daarom dan ook, zo wij zo groot een wolk van de getuigen rondom ons hebben liggende, laat ons afleggen allen last, en de zonde, die ons licht omringt, en laat ons met volharding lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is; Ziende op de overste Leidsman en Voleinder van het geloof, Jezus, Die, voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen, en schande veracht, en is gezeten aan de rechterhand van de troon van God.
Jezus is de Leidsman (of Auteur) van ons geloof — Hij is het begin ervan. Hij heeft ons geloof gewekt, Hij heeft het in ons hart gelegd. En Hij is ook de Voleinder — Hij zal het voltooien. Hij die in ons een goed werk begonnen is, zal dat ook voltooien tot op de dag van Christus Jezus (Filippenzen 1:6).
Let op het beeld: we worden omringd door een menigte van getuigen — alle geloofsgetuigen uit Hebreeën 11 en door de eeuwen heen. We zijn niet alleen in deze wedloop. En we lopen niet doelloos — we houden ons oog gericht op Jezus. Hij is het doel, Hij is de prijs, Hij is de reden waarom we lopen.
Filippenzen 1:6 Vertrouwende ditzelve, dat Hij, Die in u een goed werk begonnen heeft, dat voltooien zal tot op de dag van Jezus Christus.
Wat een troost! God is niet begonnen om halverwege te stoppen. Hij die in jou een goed werk begonnen is — het werk van geloof, van bekering, van heiliging — zal dat voltooien. Je geloof is niet afhankelijk van jouw doorzettingsvermogen, maar van Gods trouw. En Hij is getrouw.
Vraag 17: Lees Hebreeën 12:1-2 en Filippenzen 1:6. Wat betekent het dat Jezus zowel ‘Leidsman’ als ‘Voleinder’ van het geloof is? Welke belofte geeft Filippenzen 1:6 en waarom is dat troostend? (Hebreeën 12:1-2; Filippenzen 1:6)
Samenvatting: Geloof is de vaste grond van de dingen die we hopen, het bewijs van de zaken die we niet zien. Het komt door het horen van Gods Woord, het groeit door beproeving, en het wordt volmaakt door werken. Jezus is de Auteur en Voleinder van ons geloof. Vertrouw op Hem — Hij zal het goede werk in jou voltooien!
Geloof in het dagelijks leven
Geloof is niet alleen voor de grote momenten — het is voor elke dag, voor elke situatie, voor elk besluit. Hoe ziet geloof eruit in het gewone, dagelijkse leven?
Geloof in tijden van angst
Psalm 56:4-5 Op de dag als ik zal vrezen, zal ik op U vertrouwen. In God zal ik Zijn woord prijzen; ik vertrouw op God, ik zal niet vrezen; wat zou mij vlees doen?
David zegt niet dat hij nooit bang is. Hij erkent zijn angst: ‘op de dag dat ik vrees.’ Maar in die angst maakt hij een keuze: ‘vertrouw ik op U.’ Geloof betekent niet dat je nooit bang bent. Geloof betekent dat je in je angst kiest om op God te vertrouwen.
Vraag 18: Lees Psalm 56:4-5 en Jesaja 41:10. Wat is de reden om niet te vrezen? Is het de afwezigheid van gevaar of de aanwezigheid van God? Onderbouw je antwoord. (Psalm 56:4-5; Jesaja 41:10)
Jesaja 41:10 Vrees niet, want Ik ben met u; bent niet verbaasd, want Ik ben uw God; Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met de rechterhand van Mijn gerechtigheid.
God zegt niet: ‘Je hoeft niet bang te zijn want er is niets om bang voor te zijn.’ Hij zegt: ‘Je hoeft niet bang te zijn want Ik ben met je.’ De reden om niet te vrezen is niet de afwezigheid van gevaar, maar de aanwezigheid van God.
Geloof in tijden van nood
Filippenzen 4:19 Maar mijn God zal naar Zijn rijkdom vervullen al uw nooddruft, in heerlijkheid, door Christus Jezus.
God belooft te voorzien in al onze behoeften — niet al onze wensen, maar al onze behoeften. En Hij voorziet niet karig, maar naar Zijn rijkdom in heerlijkheid. Het is geloof om op deze belofte te vertrouwen wanneer je bankrekening leeg is, wanneer je niet weet hoe je de huur moet betalen, wanneer de toekomst onzeker is.
Mattheüs 6:31-33 Daarom wees niet bezorgd, zeggende: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmee zullen wij ons kleden? Want al deze dingen zoeken de heidenen; want uw hemelse Vader weet, dat u al deze dingen nodig hebt. Maar zoekt eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden.
Jezus nodigt ons uit om onze prioriteiten om te keren: zoek eerst Gods Koninkrijk, en al het andere zal je erbij gegeven worden. Dat is geloof in de praktijk — God op de eerste plaats zetten en erop vertrouwen dat Hij voor de rest zorgt.
Geloof in de wacht
Soms vraagt geloof om geduld — om te wachten op Gods timing, ook als je het niet begrijpt:
Psalm 27:14 Wacht op JAHWEH, wees sterk, en Hij zal uw hart versterken, ja, wacht op JAHWEH.
Jesaja 40:31 Maar die JAHWEH verwachten, zullen de kracht vernieuwen; zij zullen opvaren met vleugelen, gelijk de adelaars; zij zullen lopen, en niet moe worden; zij zullen wandelen, en niet mat worden.
Wachten op God is niet passief afwachten. Het is actief verwachten — je blik gericht houden op God, vertrouwen dat Hij op het juiste moment zal handelen, en ondertussen trouw blijven in wat Hij je te doen heeft gegeven. Wie de HEERE verwacht, zal kracht ontvangen. Niet eigen kracht, maar Gods kracht — de kracht om op te stijgen als arenden, om te rennen zonder moe te worden.
Vraag 19: Lees Jesaja 40:31 en Mattheüs 6:31-33. Wat belooft God aan wie Hem verwacht? Wat bedoelt Jezus met ‘zoek eerst het Koninkrijk van God’? Hoe hangt geloof samen met prioriteiten stellen? (Jesaja 40:31; Mattheüs 6:31-33)
Het geloof vasthouden tot het einde
Het geloof is niet alleen het begin van de reis — het is ook de manier waarop we de reis voltooien. We worden opgeroepen om het geloof vast te houden tot het einde:
Hebreeën 3:14 Want wij zijn Christus deelachtig geworden, zo wij anders het begin van deze vaste grond tot het einde toe vast behouden.
Hebreeën 10:23 Laat ons de onwankelbare belijdenis van de hoop vast houden; (want Die het beloofd heeft, is getrouw).
Onwrikbaar vasthouden — dat is de oproep. Niet loslaten, niet opgeven, niet afwijken. En de reden waarom we kunnen vasthouden is niet onze eigen vastberadenheid, maar Gods trouw: ‘Hij Die het beloofd heeft, is getrouw.’ Wij houden vast aan Hem, en Hij houdt vast aan ons.
1 Korinthe 15:58 Zo dan, mijn geliefde broeders! Wees standvastig, onbewegelijk, altijd overvloedig zijnde in het werk van de Heere, als die weet dat uw arbeid niet ijdel is in de Heere.
Wees standvastig en onwankelbaar. Niet omdat je het altijd makkelijk zult hebben, maar omdat je weet dat je inspanning niet tevergeefs is. Alles wat je in geloof doet, heeft eeuwige waarde. Niets gaat verloren van wat je in de Heere doet.
Geloof is uiteindelijk een relatie. Het is niet een abstract concept of een theologische positie — het is een levende, dagelijkse, groeiende relatie met de levende God. Hoe beter je Hem kent, hoe meer je Hem vertrouwt. Hoe meer je Hem vertrouwt, hoe meer je Hem kent. Geloof groeit door het kennen van God — en God kennen we door Zijn Woord, door gebed, door de gemeenschap van de gelovigen, en door de ervaringen van het leven waarin Hij Zich steeds weer betrouwbaar toont.
Vraag 20: Lees Hebreeën 3:14 en Hebreeën 10:23. Waartoe worden we opgeroepen met betrekking tot ons geloof? Wat is de reden dat we kunnen vasthouden tot het einde? Op welk gebied in je eigen leven wil je meer geloof? (Hebreeën 3:14; 10:23)
Memorisatieteksten
Leer de volgende drie teksten uit je hoofd. Neem er de tijd voor en herhaal ze dagelijks totdat je ze kent.
- Hebreeën 11:1 — ‘Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, een bewijs van de zaken die men niet ziet.’
- Hebreeën 11:6 — ‘Zonder geloof is het echter onmogelijk God te behagen. Want wie tot God komt, moet geloven dat Hij is, en dat Hij beloont wie Hem zoeken.’
- Romeinen 10:17 — ‘Zo is dan het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God.’