Inleiding
Dit is het. Les 20. De laatste les van deze discipelschapstraining. Je bent begonnen bij het evangelie en je bent nu aangekomen bij het moment waar alles naartoe heeft geleid: de uitzending. Je hebt geleerd over Jezus Christus, over Zijn offer, over de doop, over bevrijding, over groei, over gebed, over de Heilige Geest, over discipline, over Gods Woord, over gerechtigheid, over bekering, over geloof, over Gods wet, over de rustdag, over man en vrouw, over de gemeente en over het vertellen van het evangelie.
Maar al die kennis is zinloos als je er niets mee doet. Jakobus zegt het scherp:
Jakobus 1:22 En wees daders van het Woord en niet alleen hoorders. Anders bedriegt u uzelf.
Het is nu tijd om op te staan, de deur uit te gaan en te doen wat Jezus je heeft opgedragen. Niet morgen, niet volgende week, niet "als ik er klaar voor ben" — nu. Want de wereld wacht. Mensen gaan verloren. De oogst is groot. En Jezus zegt: Ga dan heen!
Vraag 1: Lees Jakobus 1:22. Wat is het gevaar van alleen maar "hoorder" zijn en geen "dader" van het Woord? Hoe voorkom je dat? (Jakobus 1:22)
Mattheüs 28:18-20 En Jezus kwam naar hen toe, sprak met hen en zei: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Ga dan heen, maak al de volken tot Mijn discipelen, door hen te dopen in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen. En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen.
1. Jezus' laatste woorden: ga dan heen
De laatste woorden van iemand zijn altijd de belangrijkste. Wanneer iemand weet dat hij gaat sterven of vertrekken, zegt hij niet iets onbelangrijks. Hij zegt datgene wat het meest op zijn hart ligt. De laatste woorden van Jezus vóór Zijn hemelvaart waren geen theologische verhandeling. Het was een opdracht. Een zending. Een missie.
"Ga dan heen" — twee woordjes die de wereld veranderd hebben. Twaalf gewone mannen ontvingen deze opdracht, en binnen een generatie was het evangelie verspreid over het hele Romeinse Rijk. Zonder internet, zonder sociale media, zonder vliegtuigen, zonder boekdrukkunst. Gewoon: mensen die gingen en het goede nieuws vertelden.
En nu, tweeduizend jaar later, klinkt dezelfde opdracht voor jou. Ga dan heen. Niet: "Blijf zitten." Niet: "Wacht tot je perfect bent." Niet: "Laat dat maar aan de dominee over." Nee: jij. Ga. Heen.
Johannes 20:21 Jezus dan zei opnieuw tegen hen: Vrede zij u! Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u.
Jezus zendt jou zoals de Vader Hem gezonden heeft. Dat is een overweldigende gedachte. De Vader zond Jezus met een missie van liefde en redding. Nu zendt Jezus jou met diezelfde missie. Je bent een gezondene — een zendeling, een missionaris. Niet alleen als je naar Afrika of Azië gaat, maar ook in je eigen straat, in je eigen stad, op je eigen werkplek.
Vraag 2: Lees Johannes 20:21. Hoe zendt Jezus jou uit? Wat betekent het dat Hij je zendt "zoals de Vader Hem gezonden heeft"? (Johannes 20:21)
Iedere gelovige is een zendeling. Je hoeft niet "geroepen" te zijn tot "het zendingsveld." Je bent al geroepen — door Jezus Zelf. Het zendingsveld is overal waar jij bent. Je buren, je collega's, je klasgenoten, je familie, de vreemde in de trein — dat is jouw zendingsveld.
2. Discipelen maken, niet alleen bekeerlingen
De opdracht van Jezus is niet: "Maak bekeerlingen." Het is: "Maak discipelen." Dat is een cruciaal verschil. Een bekeerling is iemand die een gebed heeft gebeden en "ja" heeft gezegd tegen Jezus. Een discipel is iemand die Jezus volgt, van Hem leert en Hem gehoorzaamt — elke dag van zijn leven.
Mattheüs 28:19-20 Ga dan heen, maak al de volken tot Mijn discipelen, door hen te dopen in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen.
Merk op de drie onderdelen van discipelen maken:
- Maak discipelen — Verkondig het evangelie zodat mensen tot geloof komen.
- Doop hen — Leid hen door de doop door onderdompeling als teken van hun nieuwe leven.
- Leer hen alles onderhouden — Begeleid hen in het gehoorzamen van alles wat Jezus geboden heeft.
Het derde punt is waar het vaak misgaat in de kerk. We zijn goed in evangeliseren (punt 1) en soms ook in dopen (punt 2), maar we laten mensen vaak achter na hun bekering. Ze komen tot geloof, worden gedoopt en dan... niets. Geen begeleiding, geen onderwijs, geen discipelschap. Dat is als een baby op de wereld zetten en hem vervolgens aan zijn lot overlaten.
Jezus deed het anders. Hij koos twaalf mannen en investeerde drie jaar van Zijn leven in hen. Hij leerde hen, at met hen, wandelde met hen, corrigeerde hen, bemoedigde hen. Toen Hij vertrok, waren ze klaar om de wereld op z'n kop te zetten. Dat is discipelschap.
Vraag 3: Lees Mattheüs 28:19-20. Welke drie onderdelen van discipelen maken noemt Jezus? Waarom is "leren onderhouden" net zo belangrijk als bekeren en dopen? (Mattheüs 28:19-20)
Lukas 6:40 Een discipel staat niet boven zijn meester, maar ieder die volleerd is, zal zijn als zijn meester.
Het doel van discipelschap is dat de discipel wordt als zijn meester. Dat betekent dat jij, als je iemand discipelt, het doel hebt dat die persoon op Jezus gaat lijken — niet op jou. Jij bent slechts een doorgeefluik van wat Jezus jou heeft geleerd.
Vraag 4: Lees Lukas 6:40. Wat is het uiteindelijke doel van discipelschap? Waarom is het belangrijk dat een discipel op Jezus gaat lijken en niet op jou? (Lukas 6:40)
3. Het principe van vermenigvuldiging
Hier komen we bij het hart van de zaak. Paulus schrijft aan zijn geestelijke zoon Timotheüs:
2 Timotheüs 2:2 En wat u van mij gehoord hebt onder vele getuigen, vertrouw dat toe aan trouwe mensen die bekwaam zullen zijn om ook anderen te onderwijzen.
Tel de generaties in dit ene vers: (1) Paulus leert Timotheüs, (2) Timotheüs leert trouwe mensen, (3) die trouwe mensen leren weer anderen. Drie generaties discipelschap in één vers! Dit is het principe van vermenigvuldiging. Het is niet: één persoon bereikt duizend mensen. Het is: één persoon bereikt twee, die elk twee bereiken, die elk twee bereiken — en zo breidt het Koninkrijk zich uit als een lopend vuurtje.
Rekensom: Als jij één persoon per jaar discipelt, en die persoon discipelt het volgende jaar ook iemand, en zo verder — dan zijn er na 10 jaar 1.024 discipelen. Na 20 jaar meer dan een miljoen. Na 30 jaar meer dan een miljard. Dat is de kracht van vermenigvuldiging. Het begint klein, maar het groeit exponentieel. Dit is Gods strategie om de wereld te bereiken.
De sleutel is: maak niet alleen bekeerlingen, maar maak discipelen die op hun beurt weer discipelen maken. Dat was het model van Jezus, dat was het model van Paulus, en dat mag ook jouw model zijn. Investeer in mensen. Leer hen Gods Woord. Loop met hen op. En leer hen om hetzelfde te doen met anderen.
Vraag 5: Lees 2 Timotheüs 2:2. Hoeveel generaties discipelschap zie je in dit ene vers? Noem ze en leg uit hoe dit het principe van vermenigvuldiging illustreert. (2 Timotheüs 2:2)
4. Paulus en Timotheüs: een model van discipelschap
De relatie tussen Paulus en Timotheüs is een prachtig beeld van hoe discipelschap eruitziet. Paulus noemt Timotheüs "mijn geliefde zoon" (2 Timotheüs 1:2) en "mijn kind in het geloof" (1 Timotheüs 1:2). Het was een diepe, persoonlijke, liefdevolle relatie.
Filippenzen 2:19-22 En ik hoop in de Heere Jezus Timotheüs spoedig naar u toe te sturen, opdat ook ik goedsmoeds mag zijn als ik van uw omstandigheden weet. Want ik heb niemand van gelijke gezindheid, die oprecht voor uw belangen zal zorgen. Want allen zoeken wat van henzelf is, niet wat van Christus Jezus is. En u kent zijn beproefdheid, dat hij met mij dienstbaar is geweest in het Evangelie, zoals een kind bij zijn vader.
2 Timotheüs 1:2-7 Aan Timotheüs, mijn geliefde zoon: genade, barmhartigheid en vrede zij u van God de Vader en van Christus Jezus, onze Heere. Ik dank God, Die ik van mijn voorouders aan dien met een rein geweten, terwijl ik zonder ophouden aan u denk in mijn gebeden, nacht en dag. En wanneer ik aan uw tranen denk, verlang ik ernaar u te zien, om met blijdschap vervuld te worden, als ik herinnerd word aan het ongeveinsd geloof in u, dat eerst gewoond heeft in uw grootmoeder Loïs en in uw moeder Eunice, en waarvan ik ervan overtuigd ben dat het ook in u woont. Daarom herinner ik u eraan de genadegave van God aan te wakkeren, die in u is door de oplegging van mijn handen. Want God heeft ons niet gegeven een geest van vreesachtigheid, maar van kracht en liefde en bezonnenheid.
Wat zien we hier?
- Persoonlijke relatie — Paulus bad zonder ophouden voor Timotheüs, dacht aan hem en verlangde naar hem.
- Bemoediging — Hij herinnerde Timotheüs aan zijn geloof en aan de genadegave die in hem was.
- Aansporing — Hij riep Timotheüs op om niet bang te zijn, maar te leven in kracht, liefde en bezonnenheid.
- Voorbeeldleven — Timotheüs had met Paulus samengewerkt, gezien hoe hij leefde en diende.
- Geloofserfenis — Het geloof was doorgegeven van grootmoeder naar moeder naar zoon. Dat is vermenigvuldiging!
Dit is het model. Zoek iemand om te discipelen. Niet een groep van honderd — begin met één of twee. Bid voor hen, wandel met hen, leer hen Gods Woord, wees eerlijk en transparant over je eigen strijd en overwinningen. Dat is discipelschap.
Vraag 6: Lees Filippenzen 2:19-22. Welke eigenschappen van Timotheüs vallen op? Hoe beschrijft Paulus hun relatie en wat leert dat over discipelschap? (Filippenzen 2:19-22)
Vraag 7: Lees 2 Timotheüs 1:5-7. Waar kwam Timotheüs' geloof vandaan? Wat zegt dit over het belang van geloofsoverdracht in families? (2 Timotheüs 1:5-7)
5. Jezus investeerde drie jaar in twaalf mannen
Jezus is de Zoon van God. Hij had de hele wereld in één keer kunnen bereiken. Hij had een megacampagne kunnen houden, een boek kunnen schrijven, een wereldwijd netwerk kunnen opzetten. Maar wat deed Hij? Hij koos twaalf gewone mannen en investeerde drie jaar van Zijn leven in hen.
Markus 3:13-14 En Hij klom de berg op en riep tot Zich wie Hij wilde, en zij kwamen naar Hem toe. En Hij stelde er twaalf aan om bij Hem te zijn en om hen uit te zenden om te prediken,
Let op de volgorde: eerst "bij Hem zijn," dan "uitgezonden worden om te prediken." Discipelschap begint met relatie, niet met prestatie. Jezus wilde dat de twaalf eerst bij Hem waren — Hem kenden, Hem zagen, van Hem leerden — voordat ze uitgezonden werden.
Vraag 8: Lees Markus 3:13-14. Wat was de volgorde in Jezus' aanpak: eerst bij Hem zijn of eerst uitgezonden worden? Waarom is die volgorde zo belangrijk? (Markus 3:13-14)
Die twaalf mannen waren geen theologen, geen priesters, geen geleerden. Het waren vissers, een tollenaar, gewone arbeiders. Maar na drie jaar met Jezus waren ze getransformeerd. Jezus leerde hen niet alleen door woorden, maar door Zijn leven. Ze zagen hoe Hij bad, hoe Hij omging met zieken en zondaars, hoe Hij reageerde op tegenstand, hoe Hij vergaf, hoe Hij liefhad. Ze leerden niet uit een boek — ze leerden van een Persoon. En dat is precies hoe discipelschap werkt: niet alleen informatie overdragen, maar je leven delen.
En met die twaalf mannen (plus Paulus, die later geroepen werd) veroverde God de wereld.
Handelingen 17:6b Deze mensen, die de wereld in rep en roer hebben gebracht, zijn ook hier gekomen.
De wereld in rep en roer gebracht! Twaalf mannen die bij Jezus waren geweest. Dat is de kracht van discipelschap. Het gaat niet om aantallen — het gaat om diepte. Liever twee mensen die je grondig discipelt, dan honderd die je oppervlakkig bereikt.
Vraag 9: Lees Handelingen 17:6. Hoe beschreven buitenstaanders de eerste discipelen? Wat maakte deze gewone mannen zo effectief? (Handelingen 17:6)
Jezus koos Zijn twaalf na een nacht van gebed (Lukas 6:12-13). Hij wist precies wie Hij nodig had. Niet de sterksten, niet de slimsten, niet de meest religieuzen — maar de meest bereidwilligen. Petrus was impulsief, Thomas twijfelachtig, Mattheüs een belastinginner die door iedereen gehaat werd. Maar Jezus zag niet wie ze waren — Hij zag wie ze konden worden door Zijn genade.
1 Korinthe 1:26-29 Let namelijk op uw roeping, broeders: er zijn onder u niet veel wijzen naar het vlees, niet veel machtigen, niet veel aanzienlijken. Maar het dwaze van de wereld heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen, en het zwakke van de wereld heeft God uitverkoren om het sterke te beschamen. En het onaanzienlijke van de wereld en het verachte heeft God uitverkoren, en wat niets is, om wat iets is teniet te doen, opdat geen vlees voor Hem zou roemen.
God kiest het zwakke, het dwaze, het verachte — zodat alle eer naar Hem gaat. Als jij je ooit te klein, te dom, te onbekwaam hebt gevoeld voor het werk van God, dan heb je goed nieuws: je bent precies het type dat God zoekt. Hij zoekt geen superhelden — Hij zoekt gewone mensen die bereid zijn om door Hem gebruikt te worden.
Vraag 10: Lees 1 Korinthe 1:26-29. Wat voor soort mensen kiest God bij voorkeur uit? Waarom doet Hij dat? Wat betekent dit voor jou persoonlijk? (1 Korinthe 1:26-29)
6. Zij gingen overal heen
Het boek Handelingen is het verhaal van gewone mensen die buitengewone dingen deden door de kracht van de Heilige Geest. Na de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag stopten ze niet meer.
Handelingen 8:4 Zij dan die overal verspreid waren, trokken het land door en verkondigden het Woord.
Handelingen 11:19-21 Zij nu die overal verspreid waren door de verdrukking die er na Stefanus plaatsvond, gingen het land door tot aan Fenicië, Cyprus en Antiochië, terwijl zij tot niemand het Woord spraken dan alleen tot de Joden. En er waren sommigen onder hen, mannen van Cyprus en Cyrene, die, toen zij in Antiochië gekomen waren, spraken tot de Griekssprekenden en de Heere Jezus verkondigden. En de hand van de Heere was met hen, en een groot aantal geloofde en bekeerde zich tot de Heere.
Het evangelie verspreidde zich niet door programma's of campagnes, maar doordat gewone gelovigen overal waar ze kwamen over Jezus spraken. Sommigen waren verspreid door vervolging — wat de vijand bedoelde als aanval, gebruikte God als strategie om het evangelie te verspreiden. Zo werkt God: wat de duivel voor kwaad gebruikt, keert God ten goede (Genesis 50:20).
Vraag 11: Lees Handelingen 8:4 en 11:19-21. Hoe gebruikte God vervolging om het evangelie te verspreiden? Wat leert Genesis 50:20 over Gods vermogen om kwaad ten goede te keren? (Handelingen 8:4; 11:19-21; Genesis 50:20)
Handelingen 5:42 En zij hielden niet op elke dag in de tempel en van huis tot huis onderwijs te geven en Jezus Christus te verkondigen.
Elke dag! Niet alleen op zondag. Niet alleen in de tempel. Maar ook van huis tot huis, elke dag. Het evangelie was hun leven, hun adem, hun passie. Moge het ook zo zijn voor jou.
Het boek Handelingen eindigt niet met een "einde" — het eindigt open. Paulus is in Rome en predikt het evangelie. Het verhaal is niet afgelopen. Wij schrijven het vervolg. Jij schrijft het vervolg. Het boek Handelingen gaat door, in jouw leven, in jouw stad, in jouw tijd. Elke keer dat jij het evangelie vertelt, elke keer dat jij iemand naar Jezus leidt, elke keer dat jij een discipel maakt — schrijf je een nieuw hoofdstuk in het verhaal van Gods werk op aarde.
Handelingen 28:30-31 En Paulus bleef twee volle jaren in zijn eigen gehuurde woning, en ontving allen die naar hem toe kwamen. Hij predikte het Koninkrijk van God en gaf onderwijs over de Heere Jezus Christus, met alle vrijmoedigheid, ongehinderd.
"Met alle vrijmoedigheid, ongehinderd" — zelfs vanuit gevangenschap preekte Paulus het evangelie. Niets kon hem stoppen. Niets mag jou stoppen. Niet je omstandigheden, niet je beperkingen, niet je angst, niet de tegenstand. Het evangelie is sterker dan elke keten.
Vraag 12: Lees Handelingen 28:30-31 en Handelingen 5:42. Hoe bleef Paulus het evangelie verkondigen zelfs vanuit gevangenschap? Hoe vaak en waar verkondigden de eerste christenen Jezus? (Handelingen 28:30-31; 5:42)
7. De velden zijn wit om te oogsten
In Johannes 4 ontmoet Jezus een Samaritaanse vrouw bij de bron. Na hun gesprek gaan de discipelen naar het dorp om eten te kopen. Als ze terugkomen, zegt Jezus iets opmerkelijks:
Johannes 4:35 Zegt u niet: Nog vier maanden en dan komt de oogst? Zie, Ik zeg u: Sla uw ogen op en kijk naar de velden, want zij zijn al wit om te oogsten.
De discipelen zagen een Samaritaans dorp — Jezus zag een oogstveld. De discipelen dachten aan brood — Jezus dacht aan zielen. De discipelen zeiden: "Het is nog niet de tijd." Jezus zei: "Kijk beter — het is nu de tijd!"
Overal om je heen zijn mensen die klaar zijn om het evangelie te horen. Je collega die net zijn baan heeft verloren. Je buurvrouw die rouwt om het verlies van haar man. De student die zoekt naar zin en betekenis. De tiener die worstelt met angst en depressie. De velden zijn wit! Sla je ogen op en kijk!
Vraag 13: Lees Johannes 4:35-38. Wat bedoelt Jezus met "de velden zijn wit om te oogsten"? Wie zijn die "velden" in jouw directe omgeving? (Johannes 4:35-38)
Johannes 4:36-38 En wie oogst, ontvangt loon en verzamelt vrucht voor het eeuwige leven, opdat zich samen verblijden zowel wie zaait als wie oogst. Want hierin is de spreuk waar: De een zaait en de ander oogst. Ik heb u uitgezonden om te oogsten waarvoor u niet gewerkt hebt; anderen hebben gewerkt en u hebt de vrucht van hun werk ingeoogst.
Soms zaai je, soms oogst je. Soms zaait een ander en mag jij oogsten. Het gaat niet om wie de eer krijgt — het gaat om de vreugde van de oogst. En die vreugde delen we samen.
8. Volharden tot het einde
Discipelschap is geen sprint — het is een marathon. Je bent niet klaar na twintig lessen. Je bent net begonnen! Het leven als discipel duurt een leven lang, en Jezus roept ons op om vol te houden tot het einde:
Mattheüs 24:13 Maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden.
Openbaring 2:10 Wees niet bevreesd voor hetgeen u lijden zult. Zie, de duivel zal sommigen van u in de gevangenis werpen, opdat u verzocht wordt. En u zult een verdrukking hebben van tien dagen. Wees trouw tot in de dood, en Ik zal u de kroon van het leven geven.
Er zullen moeilijke tijden komen. Er zal vervolging zijn, tegenstand, verleiding, moedeloosheid. De vijand zal alles proberen om je te laten stoppen. Maar Jezus zegt: houd vol! Wees trouw! De kroon van het leven wacht op je.
Vraag 14: Lees Mattheüs 24:13 en Openbaring 2:10. Wat belooft Jezus aan wie volhardt tot het einde? Wat belooft Hij aan wie trouw is tot in de dood? (Mattheüs 24:13; Openbaring 2:10)
Hebreëen 12:1-2 Welnu dan, laten ook wij, nu wij door zo'n menigte van getuigen omringd worden, elke last en de zonde die ons zo gemakkelijk verstrikt, afleggen en met volharding de wedloop lopen die voor ons ligt, terwijl wij het oog gericht houden op Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof, Die voor de vreugde die Hem in het vooruitzicht was gesteld, het kruis verdragen heeft en de schande veracht en Die gezeten is aan de rechterhand van de troon van God.
Houd je ogen op Jezus! Hij is de Leidsman en Voleinder van het geloof. Hij is niet alleen het begin — Hij is ook het einde. Hij zal je thuisbrengen. Hij zal je bewaren. Hij zal je niet loslaten.
Vraag 15: Lees Hebreëen 12:1-2. Welke "last" en welke "zonde" moet je afleggen om de wedloop te kunnen lopen? Waarom is het zo belangrijk je oog op Jezus te richten? (Hebreëen 12:1-2)
Filippenzen 1:6 Ik vertrouw erop dat Hij Die in u een goed werk begonnen is, dat voltooien zal tot op de dag van Jezus Christus.
God is begonnen met een goed werk in jou, en Hij zal het voltooien! Je hoeft het niet in eigen kracht te doen. Hij die je geroepen heeft, is trouw. Hij die je gered heeft, zal je bewaren. Hij die je uitzendt, zal je beschermen. De weg van het discipelschap is soms moeilijk, soms eenzaam, soms pijnlijk — maar je bent nooit alleen. Jezus heeft beloofd: "Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld."
Vraag 16: Lees Filippenzen 1:6 en Jesaja 41:10. Welke troost bieden deze verzen voor momenten van twijfel en moedeloosheid op de weg van het discipelschap? (Filippenzen 1:6; Jesaja 41:10)
Jesaja 41:10 Wees niet bevreesd, want Ik ben met u, wees niet verschrikt, want Ik ben uw God. Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met Mijn rechterhand, die gerechtigheid werkt.
In moeilijke momenten, in momenten van twijfel, in momenten van vermoeidheid — klem je vast aan deze beloften. God is met je. God is je kracht. God is je hulp. Hij zal je ondersteunen met Zijn rechterhand. Wie of wat kan tegen je zijn als de almachtige God voor je is?
Romeinen 8:31 Wat zullen wij dan over deze dingen zeggen? Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?
9. De kroon des levens
Aan het einde van zijn leven schreef Paulus vanuit de gevangenis aan Timotheüs. Hij wist dat zijn einde naderde. Maar er was geen spijt, geen verbittering, geen wanhoop. Alleen vreugde en verwachting:
2 Timotheüs 4:6-8 Want ik word al als een plengoffer uitgegoten en het tijdstip van mijn heengaan is aangebroken. Ik heb de goede strijd gestreden. Ik heb de loop volbracht. Ik heb het geloof behouden. Verder is voor mij weggelegd de krans van de rechtvaardigheid die de Heere, de rechtvaardige Rechter, mij op die dag geven zal. En niet alleen mij, maar ook allen die Zijn verschijning hebben liefgehad.
Wat een woorden! "Ik heb de goede strijd gestreden. Ik heb de loop volbracht. Ik heb het geloof behouden." Dat is het doel van je leven als discipel: aan het einde kunnen zeggen dat je trouw bent geweest. Niet perfect — maar trouw. Niet foutloos — maar volhardend.
Vraag 17: Lees 2 Timotheüs 4:6-8. Hoe beschrijft Paulus zijn leven aan het einde? Zou jij hetzelfde willen kunnen zeggen? Wat moet je daarvoor doen? (2 Timotheüs 4:6-8)
En dan wacht de krans van de rechtvaardigheid. Niet alleen voor Paulus — maar voor "allen die Zijn verschijning hebben liefgehad." Dat is voor jou, als je Jezus liefhebt en naar Zijn komst uitziet.
1 Korinthe 9:24-25 Weet u niet dat zij die in de renbaan lopen, allen wel lopen, maar dat slechts één de prijs ontvangt? Loop dan zo dat u die verkrijgt. En iedereen die aan een wedstrijd deelneemt, beheerst zich in alles. Zij nu doen dat om een vergankelijke krans te ontvangen, maar wij om een onvergankelijke te ontvangen.
10. Terugblik op de 20 lessen
Laten we even stilstaan bij wat je geleerd hebt in deze twintig lessen. Het is goed om terug te kijken en je te realiseren hoeveel God je heeft geleerd:
- Les 1: Het Evangelie — Gods reddingsplan door Jezus Christus.
- Les 2-3: De doop door onderdompeling — Begraven en opgestaan met Christus.
- Les 4: Bolwerken — Bevrijding van mentale gevangenissen.
- Les 5: Hoop — Gods beloften voor jouw leven.
- Les 6: Leven naar de Geest (deel 1) — De oude en nieuwe mens.
- Les 7: Gebed — Spreken met je hemelse Vader.
- Les 8: De Heilige Geest — Kracht uit de hoogte.
- Les 9: Discipline — Zelfbeheersing en volharding.
- Les 10: Gods Woord — Het zwaard van de Geest.
- Les 11: De Gerechtigheid van Jezus Christus — Rechtvaardig door geloof.
- Les 12: Leven naar de Geest (deel 2) — De vrucht van de Geest.
- Les 13: Bekering — Dagelijkse bekering en heiliging.
- Les 14: Geloof — Het fundament van ons leven.
- Les 15: Gods Wet — De wet en genade.
- Les 16: De Rustdag — Gods rust voor Zijn volk.
- Les 17: Man en Vrouw — Gods ontwerp voor man en vrouw.
- Les 18: De Gemeente — Het Lichaam van Christus.
- Les 19: Het Evangelie Vertellen — Getuigen van Christus.
- Les 20: Ga dan heen — Uitzending en discipelschap.
Twintig lessen. Twintig stappen op de weg van het discipelschap. Maar de reis is niet voorbij — de reis begint nu pas echt. Alles wat je geleerd hebt, moet nu in de praktijk gebracht worden. Niet in je eentje, maar samen met andere gelovigen, geleid door de Heilige Geest, geworteld in Gods Woord.
Vraag 18: Lees Handelingen 1:8. In welke volgorde worden de plaatsen voor getuigenis genoemd (Jeruzalem, Judea, Samaria, uiterste der aarde)? Hoe vertaal je die volgorde naar jouw eigen leven? (Handelingen 1:8)
Je hebt in totaal 60 bijbelteksten gememoriseerd — een schat aan Gods Woord die je altijd bij je draagt, in je hart en in je gedachten. Je hebt 400 bijbelvragen beantwoord — vragen die je hebben gedwongen om zelf na te denken over wat Gods Woord zegt en hoe het van toepassing is op je leven. Je hebt tientallen Bijbelgedeelten bestudeerd en honderden verzen gelezen. Dat is een onschatbare investering in je geestelijk leven.
Maar kennis zonder toepassing is dood. Jakobus vergelijkt het met iemand die in een spiegel kijkt en daarna weggaat en vergeet hoe hij eruitzag (Jakobus 1:23-24). Laat dat niet van jou gezegd worden. Wees een dader van het Woord. Breng in de praktijk wat je geleerd hebt. Elke dag, in elke omstandigheid, met elke persoon die God op je pad plaatst.
11. Ga nu zelf discipelen maken!
Dit is het moment. Je hebt het onderwijs ontvangen. Je hebt de teksten bestudeerd. Je hebt de bijbelvragen beantwoord. Je hebt bijbelteksten gememoriseerd. Nu is het tijd om te doen wat je geleerd hebt.
Handelingen 1:8 Maar u zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde.
Begin in je "Jeruzalem" — je eigen omgeving. Wie in jouw directe kring kent Jezus nog niet? Wie zou je kunnen discipelen? Begin met gebed. Vraag God om je ogen te openen voor de mensen die Hij op je pad plaatst. En als Hij een deur opent — stap er doorheen.
Vraag 19: Lees 2 Timotheüs 2:2. Schrijf de namen op van twee mensen die je zou willen discipelen. Hoe kun je deze training gebruiken om hen te begeleiden in het geloof? (2 Timotheüs 2:2)
Hier is een concreet plan om te beginnen:
- Bid dagelijks voor minstens drie mensen die Jezus nog niet kennen.
- Deel je getuigenis met minstens één persoon deze week.
- Zoek een discipel — iemand die je kunt begeleiden in het geloof. Dat kan een nieuw bekeerde zijn, maar ook iemand die al langer gelooft en wil groeien.
- Gebruik deze training — ga samen door de twintig lessen heen. Wat jij geleerd hebt, kun je doorgeven aan een ander.
- Sluit je aan bij een gemeente — of begin er een! Waar twee of drie in Zijn naam samenkomen, daar is Hij in hun midden.
De keten mag niet stoppen bij jou. Wat je geleerd hebt, moet je doorgeven. De hele training die je zojuist hebt afgerond, kun je gebruiken om een ander te discipelen. Ga door de lessen heen met iemand anders. Bespreek de vragen. Lees samen de bijbelteksten. Bid samen. Zo gaat het evangelie verder — van persoon tot persoon, van generatie tot generatie, totdat Jezus terugkomt.
2 Timotheüs 2:2 En wat u van mij gehoord hebt onder vele getuigen, vertrouw dat toe aan trouwe mensen die bekwaam zullen zijn om ook anderen te onderwijzen.
12. Afsluitend gebed en zegen
We sluiten deze discipelschapstraining af met een gebed en een zegen. Bid dit gebed hardop, vanuit je hart, en geloof dat God het zal beantwoorden:
Hemelse Vader, dank U voor Uw Woord. Dank U voor alles wat ik geleerd heb in deze twintig lessen. Dank U voor Jezus Christus, mijn Heere en Redder, Die Zijn leven gaf voor mij. Dank U voor de Heilige Geest, Die in mij woont en mij kracht geeft.
Vader, ik wil gehoorzaam zijn aan Uw opdracht. Ik wil gaan. Ik wil het evangelie vertellen. Ik wil discipelen maken. Ik weet dat ik het niet in eigen kracht kan — maar ik weet dat U met mij bent. U heeft gezegd: "Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld." Op die belofte vertrouw ik.
Geef mij vrijmoedigheid, Heere. Geef mij wijsheid. Geef mij liefde voor de mensen om mij heen. Open deuren die geen mens kan sluiten. Laat mij een licht zijn in de duisternis, een zoutend zout in een smakeloze wereld.
En Heere, help mij om trouw te blijven. Tot het einde. Tot U terugkomt. Ik wil de goede strijd strijden. Ik wil de loop volbrengen. Ik wil het geloof behouden. In de Naam van Jezus Christus. Amen.
En nu, Gods zegen over je leven:
Numeri 6:24-26 De HEERE zegene u en behoede u! De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig! De HEERE verheffe Zijn aangezicht over u en geve u vrede!
Judas 1:24-25 Aan Hem nu Die bij machte is u voor struikelen te bewaren, en u smetteloos te stellen voor Zijn heerlijkheid, in grote vreugde, de alleenwijze God, onze Zaligmaker, zij heerlijkheid en majesteit, kracht en macht, nu en in alle eeuwigheid. Amen.
Vraag 20: Lees Mattheüs 28:18-20 en Openbaring 22:20-21. Met welke belofte stuurt Jezus je op pad? En met welke verwachting mogen we leven terwijl we discipelen maken? (Mattheüs 28:18-20; Openbaring 22:20-21)
Ga dan heen. De wereld wacht. Jezus gaat met je mee. De Heilige Geest geeft je kracht. Gods Woord is je zwaard. De overwinning staat vast. Ga, en maak discipelen van alle volken — tot eer en glorie van onze Heere Jezus Christus.
Openbaring 22:20-21 Hij Die van deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom spoedig. Amen. Ja, kom, Heere Jezus! De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.
Bijbelteksten om te memoriseren
Leer de volgende drie teksten uit je hoofd. Dit zijn de laatste drie teksten van de training — maar ga door met het memoriseren van Gods Woord, je hele leven lang!
1. 2 Timotheüs 2:2
En wat u van mij gehoord hebt onder vele getuigen, vertrouw dat toe aan trouwe mensen die bekwaam zullen zijn om ook anderen te onderwijzen.
2. Mattheüs 28:18-20
En Jezus kwam naar hen toe, sprak met hen en zei: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Ga dan heen, maak al de volken tot Mijn discipelen, door hen te dopen in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen. En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen.
3. Handelingen 1:8
Maar u zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde.