Herhaling: Schrijf de drie memorisatieteksten van les 11 uit je hoofd op:
1. Schrijf Johannes 14:6 uit je hoofd op.
2. Schrijf Kolossenzen 1:15-17 uit je hoofd op.
3. Schrijf Mattheüs 6:33 uit je hoofd op.
⏱ Geschatte studietijd: 1 - 3 uur
Zoek de onderstaande teksten op en beantwoord de vragen.
Leeswerk: Lees Hebreeën 9. Schrijf op wat je het meest raakt.
Pak je fysieke bijbel erbij! Zoek de teksten op en streep ze aan.
Of lees online in de Open Vertaling 2026.
A. Israël — Gods volk
Vraag 1: Wat beloofde God aan Abraham over zijn nageslacht en over alle geslachten van de aardbodem? (Genesis 12:1-3)
Vraag 2: Wat zou Israël voor God zijn als het Zijn stem gehoorzaamde? (Exodus 19:5-6)
Vraag 3: Waarom heeft God Israël uitgekozen? Was het omdat zij het grootste volk waren? (Deuteronomium 7:6-8)
Vraag 4: Welke voorrechten heeft Israël ontvangen volgens Paulus? (Romeinen 9:4-5)
Vraag 5: Heeft God Zijn volk verstoten? (Romeinen 11:1-2)
Vraag 6: Wat is de olijfboom, en wie zijn de wilde takken die geënt zijn? (Romeinen 11:17-18)
Vraag 7: Wat zal er uiteindelijk met heel Israël gebeuren? (Romeinen 11:25-26)
Vraag 8: Hoe beschrijft Paulus Gods roeping en genadegaven voor Israël? (Romeinen 11:29)
Vraag 9: Welke zegen ontvangt wie Israël zegent? (Genesis 12:3)
B. De Tabernakel
Vraag 10: Waarom moest Israël een heiligdom voor God maken? (Exodus 25:8)
Vraag 11: Waarvan is de tabernakel een afbeelding en schaduw? (Hebreeën 8:5)
Vraag 12: Wat stond er achter het tweede voorhangsel (het heilige der heiligen)? (Hebreeën 9:3-4)
Vraag 13: Hoe vaak per jaar ging de hogepriester het heilige der heiligen binnen, en wat nam hij mee? (Hebreeën 9:7)
Vraag 14: Door welk heiligdom is Christus als Hogepriester binnengegaan? (Hebreeën 9:11)
Vraag 15: Met wiens bloed is Christus het heiligdom binnengegaan? (Hebreeën 9:12)
Vraag 16: Wat betekent het dat het Woord vlees is geworden en ‘onder ons heeft getabernakeld’? (Johannes 1:14)
C. Het bloed — verzoening
Vraag 17: Waar bevindt zich het leven van het vlees, en wat doet het bloed op het altaar? (Leviticus 17:11)
Vraag 18: Wat is er zonder bloedstorting niet mogelijk? (Hebreeën 9:22)
Vraag 19: Waarmee zijn wij niet verlost (vergankelijke dingen), en waarmee wél? (1 Petrus 1:18-19)
Vraag 20: Welke vrijmoedigheid hebben wij door het bloed van Jezus? (Hebreeën 10:19)
Vraag 21: Hoe moeten wij tot God naderen volgens Hebreeën 10:22? (Hebreeën 10:22)
Vraag 22: Waardoor hebben de gelovigen in Openbaring de satan overwonnen? (Openbaring 12:11)
Vraag 23: Wat doet het bloed van Jezus Christus met onze zonden? (1 Johannes 1:7)
Vraag 24: Wat heeft Christus met Zijn eigen bloed verworven? (Hebreeën 9:12b)
Memoriseren
Leer deze drie teksten uit je hoofd:
- Hebreeën 9:22 — En bijna alles wordt volgens de wet door bloed gereinigd, en zonder het vergieten van bloed vindt er geen vergeving plaats.
- 1 Petrus 1:18-19 — In de wetenschap dat u niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, vrijgekocht bent van uw zinloze levenswandel, die u door de vaderen overgeleverd is, maar met het kostbaar bloed van Christus, als van een smetteloos en onbevlekt Lam.
- Exodus 25:8 — En zij moeten voor Mij een heiligdom maken, zodat Ik in hun midden kan wonen.