Herhaling: Schrijf de drie memorisatieteksten van les 10 uit je hoofd op:
1. Schrijf Johannes 15:5 uit je hoofd op.
2. Schrijf Galaten 5:22-23 uit je hoofd op.
3. Schrijf Johannes 15:16 uit je hoofd op.
⏱ Geschatte studietijd: 1 - 3 uur
Zoek de onderstaande teksten op en beantwoord de vragen.
Leeswerk: Lees Mattheüs 6 en 7. Schrijf op wat je het meest raakt.
Pak je fysieke bijbel erbij! Zoek de teksten op en streep ze aan.
Of lees online in de Open Vertaling 2026.
A. Wie is Jezus?
Vraag 1: Wie was het Woord in het begin, en wat was het Woord? (Johannes 1:1)
Vraag 2: Wat is er gebeurd met het Woord volgens Johannes 1:14? (Johannes 1:14)
Vraag 3: Wat zei Jezus over Zichzelf vóór Abraham er was? (Johannes 8:58)
Vraag 4: Wat zei Jezus over Zijn relatie met de Vader? (Johannes 10:30)
Vraag 5: Hoe beschrijft Jezus Zichzelf als de enige weg tot de Vader? (Johannes 14:6)
Vraag 6: Hoe beschrijft Paulus Christus in relatie tot de onzichtbare God en de schepping? (Kolossenzen 1:15-17)
Vraag 7: In welke gestalte was Christus vóór Zijn komst naar de aarde, en wat heeft Hij gedaan? (Filippenzen 2:6-7)
Vraag 8: Hoe ver ging de vernedering van Christus? (Filippenzen 2:8)
Vraag 9: Wat zal er gebeuren bij het noemen van de Naam van Jezus? (Filippenzen 2:10-11)
Vraag 10: Hoe heeft God in deze laatste dagen tot ons gesproken? (Hebreeën 1:1-2)
Vraag 11: Wat is de Zoon in relatie tot Gods heerlijkheid en wezen? (Hebreeën 1:3)
Vraag 12: Hoe noemt Jezus Zichzelf in Openbaring? (Openbaring 1:8)
B. De Bergrede (Mattheüs 6-7)
Vraag 13: Hoe moet je aalmoezen geven volgens Jezus? (Mattheüs 6:1-4)
Vraag 14: Waar moet je je schatten verzamelen, en waarom? (Mattheüs 6:19-21)
Vraag 15: Waarom kun je niet twee heren dienen? (Mattheüs 6:24)
Vraag 16: Waarom hoef je je geen zorgen te maken over eten en kleding? (Mattheüs 6:25-26)
Vraag 17: Wat moet je allereerst zoeken? (Mattheüs 6:33)
Vraag 18: Wat zegt Jezus over het oordelen van anderen? (Mattheüs 7:1-2)
Vraag 19: Wat belooft Jezus over bidden, zoeken en kloppen? (Mattheüs 7:7-8)
Vraag 20: Hoe beschrijft Jezus de weg die naar het leven leidt? (Mattheüs 7:13-14)
Vraag 21: Waaraan herken je valse profeten? (Mattheüs 7:15-16)
Vraag 22: Wat zegt Jezus tegen mensen die ‘Heere, Heere’ zeggen maar Gods wil niet doen? (Mattheüs 7:21-23)
Vraag 23: Waarop bouwt een verstandig man zijn huis en wat is het verschil met de dwaze bouwer? (Mattheüs 7:24-27)
Vraag 24: Waarom waren de menigten versteld over het onderwijs van Jezus? (Mattheüs 7:28-29)
Memoriseren
Leer deze drie teksten uit je hoofd:
- Johannes 14:6 — Jezus zei tegen hem: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij.
- Kolossenzen 1:15-17 — Hij is het Beeld van de onzichtbare God, de Eerstgeborene van heel de schepping. Want door Hem zijn alle dingen geschapen die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zichtbaar en die onzichtbaar zijn. Alle dingen zijn door Hem en voor Hem geschapen. En Hij is vóór alle dingen, en alle dingen bestaan tezamen door Hem.
- Mattheüs 6:33 — Maar zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden.