Les 13: Geestelijke wezens

 

← Vorige Overzicht Volgende →

De Bijbel zegt drie dingen tegelijk die mensen graag uit elkaar trekken: er zijn werkelijke geestelijke wezens; ze staan onder Gods gezag — zelfs een leugengeest krijgt zijn opdracht voor Gods troon; en hun greep op een mens loopt bijna altijd via de zonde van die mens, met name zonde die niet beleden wordt. Wie het eerste ontkent, ziet de vijand niet. Wie het tweede vergeet, wordt bang. Wie het derde overslaat, gaat demonen uitdrijven waar bekering nodig is.

Lees ook: Bijbelstudie Geestelijke wezens in de Bijbel — alle teksten op een rij, met Henoch en Jubileeën apart.

Herhaling: Schrijf de drie memorisatieteksten van les 12 uit je hoofd op:

1. Schrijf Efeze 6:12 uit je hoofd op.

2. Schrijf Jakobus 4:7 uit je hoofd op.

3. Schrijf 1 Petrus 5:8-9 uit je hoofd op.

⏱ Geschatte studietijd: 1 - 3 uur

Zoek de onderstaande teksten op en beantwoord de vragen.

Pak je fysieke bijbel erbij! Zoek de teksten op en streep ze aan.

Of lees online in de Open Vertaling 2026.

Leeswerk: Lees Job 1 en Efeze 6:10-20 in hun geheel. Schrijf op wat je opvalt.

De wezens

Vraag 1: Waar verschijnt de satan in Job 1, en wat moet hij daar doen? (Job 1:6-7)

Vraag 2: Wie krijgt in Numeri 22:22 het woord “tegenpartij” (Hebreeuws: satan), en wie in Mattheüs 16:23? Wat betekent het woord dus in de eerste plaats?

Vraag 3: Wat heeft de aanklager in handen zolang Josua vuile kleren draagt — en wat is Gods antwoord: een discussie, of iets anders? (Zacharia 3:1-4)

Vraag 4: Waardoor is de aanklager overwonnen? (Openbaring 12:10-11)

Vraag 5: Waar zitten de engelen die gezondigd hebben? Lopen zij rond? (2 Petrus 2:4; Judas 1:6)

Vraag 6: Wat gebeurt er met een huis dat leeg, geveegd en versierd is? Wat ontbreekt erin? (Mattheüs 12:43-45)

Vraag 7: Wat gebeurde er bij Saul éérst, en wat daarna? En wat was de oorzaak volgens Samuël? (1 Samuël 16:14; 15:23)

Vraag 8: Waar krijgt de leugengeest zijn opdracht? Wat zegt dat over Gods gezag over boze geesten? (1 Koningen 22:21-23)

Vraag 9: Tegen wie is de strijd wél, en tegen wie niet? (Efeze 6:12)

Vraag 10: Zijn de overheden en machten eeuwig? En wat heeft Christus aan het kruis met ze gedaan? (Kolossenzen 1:16; 2:15)

Vraag 11: Aan wie offeren de heidenen volgens Mozes en Paulus? (Deuteronomium 32:17; 1 Korinthe 10:20)

Vraag 12: Wat geloven de demonen? Wat is dan het verschil tussen rechtzinnigheid en geloof? (Jakobus 2:19)

Vraag 13: Wat is een engel volgens Hebreeën 1:14 en Psalm 103:20? En wat doet de engel als Johannes hem wil aanbidden? (Openbaring 22:8-9)

Vraag 14: Wie staat er tegenover de engel in Daniël 10:13, hoe lang, en wie komt helpen?

Geest en zonde

Dit is de kern. De Bijbel beschrijft steeds dezelfde volgorde.

Vraag 15: Wat gebeurt er met boosheid die “overnacht”? Wat geef je de duivel dan? (Efeze 4:26-27)

Vraag 16: Waarom bekeren zij zich niet volgens Hosea 5:4? Let op het woordje “want”.

Vraag 17: Judas in drie stappen: schrijf bij elke tekst op wat er gebeurt. (Johannes 12:6; 13:2; 13:27)

Vraag 18: Wat gebeurde er met Davids botten toen hij zweeg, en wat toen hij beleed? (Psalm 32:3-5)

Vraag 19: Wat is de volgorde in Romeinen 1:24 en 28 — wie handelt eerst, de mens of God?

Vraag 20: Wat komt éérst in Jakobus 4:7, en wat dán? Waarom die volgorde?

Vraag 21: Wat deed Manasse, en wat gebeurde er toen hij zich vernederde? (2 Kronieken 33:6, 12-13)

Vraag 22: Wie vat “de boze” niet? (1 Johannes 5:18)

Vraag 23: Wat doet de Sterkere met de sterke gewapende? (Lukas 11:21-22)

Vraag 24: Nergens voert een apostel een gesprek met een geest om informatie. Hoe weet Paulus dan wat de satan van plan is? (2 Korinthe 2:10-11)

Slotopdracht: De uitweg is nooit een gevecht met de geest, maar belijden en bekeren. Is er zonde die bij jou “overnacht”? Schrijf op wat je vanavond gaat belijden — aan God (1 Johannes 1:9), en aan een mens die je vertrouwt (Jakobus 5:16).

Mijn slotopdracht:

Memoriseren

Leer deze drie teksten uit je hoofd:

  1. Jakobus 4:7Onderwerp u dan aan God; bied weerstand aan de duivel, en hij zal van u vluchten.
  2. 1 Johannes 1:9Als wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid.
  3. 1 Johannes 5:18Wij weten, dat een ieder die uit God geboren is, niet zondigt; maar die uit God geboren is, bewaart zichzelf, en de boze vat hem niet.

Download als afbeelding

← Vorige les Overzicht Volgende les →