11 Een lied Hammaäloth, van David. O JAHWEH!a mijn hart is niet2 verheven, enb mijn ogen zijn niet hoog; ook heb ik niet gewandeld in dingen mij te groot en3 te wonderlijk.24 Zo ik mijn ziel niet heb gezet en stil gehouden, gelijk een gespeend kind bij zijn moeder! Mijn ziel is5 als een gespeend kind in mij.36 Israël hope op JAHWEH van nu aan tot in de eeuwigheid.