Psalmen 130
11 Een lied Hammaäloth.2 Uit de diepten roep ik tot U, o JAHWEH!
2JAHWEH!3 hoor naar mijn stem; laat Uw oren opmerkende zijn op de stem van mijn smekingen.
3a Zo U, JAHWEH! de ongerechtigheden4 gadeslaat; JAHWEH!5 wie zal bestaan?
4Maarb bij U is vergeving, opdat U6 gevreesd wordt.
5c Ik7 verwacht JAHWEH;d mijn ziel verwacht, en8 ik hoop op Zijn Woord.
6e Mijn ziel wacht op JAHWEH, meer dan de wachters op de morgen; de wachters op de morgen.
79 Israël hope op JAHWEH;10 want bij JAHWEH is goedertierenheid, en bij Hem is veel verlossing.
8En Hij zal11 Israël verlossen van al zijn ongerechtigheden.