Nahum 1

Boekinleiding lees meer ▾ WAnneer de Profeet Nahum geleeft en geprofeetert hebbe, en wordt ons nergens in de heilige Schriftuur te kennengegeven: Maar het schijnt, na sommiger gevoelen, dat hij ten tijde van de Konings Hizkiae...
WAnneer de Profeet Nahum geleeft en geprofeetert hebbe, en wordt ons nergens in de heilige Schriftuur te kennengegeven: Maar het schijnt, na sommiger gevoelen, dat hij ten tijde van de Konings Hizkiae, en corts daarna, geprofeetert hebbe, omtrent tnegentich jaren na Iona, door wiens Prediking de Nineviten haar wel tot God bekeert hebben, en heeft daarom te dier tijt de JAHWEH zijn dreigingen over haar, te rugge gehouden: Maar doe zij haar opnieuw tot alle boosheid en godtloosheid begeven hadden, vervolgende en verdrukkende Gods volk: Zo voorzegd hier de Profeet van de stad Nineve, en te gelijke de Koning van Aszijrien (wiens Hoofd-stad Nineve was) haar ondergang, en volgens die, de Joden haar verlossing uit de hant van de Aszijriers, haar alzo troostende in haar elende, ’t welk van de Profeten naam zelfs mede brengt, want Nahum betekent zo veel als, Vertrooster. Zijn woorden worden aangetogen in het nieuwe Testament, Rom. 10:15.
11 De last2 van Nineve. Het3 boek van het visioen van Nahum,4 de Elkosiet. 2Een5a ijverig God en6 een wreker is JAHWEH, een wreker is JAHWEH, en7 zeer grimmig; een wreker is JAHWEH aan Zijn tegenstanders, en8 Hij behoudt9 de toorn Zijn vijanden. 3JAHWEH is10 geduldig, maar van grote kracht, en11 Hij houdt de schuldige12 in geen geval onschuldig. Van JAHWEH weg is in wervelwind, en in storm, en13 de wolken zijn het stof van Zijn voeten. 4Hij14 scheldt de zee, en15 maakt ze droog, en Hij verdroogt alle rivieren;16 Basan en Karmel kwelen, ook17 kweelt18 de bloem van Libanon. 5b De bergen19 beven voor Hem, en de heuvelen20 versmelten; en de aarde21 licht zich op voor Zijn aangezicht, en de wereld, en allen, die daarin wonen. 6Wie22 zal voor Zijn toorn staan, en wie zal voor de hitte van Zijn toorn bestaan? Zijn woede is uitgestort als vuur, en de rotsstenen worden van Hem vermorzeld. 7JAHWEH is goed,c Hij is ter sterkte in de dag van de benauwdheid, en24 Hij kent hen,25 die op Hem betrouwen. 8En met een doorgaande vloed zal27 Hij28 haar plaats te niet maken; en29 duisternis zal30 Zijn vijanden vervolgen. 9Wat denkt32 u33 tegen JAHWEH?34 Hij zal35 zelf een voleinding maken; de benauwdheid36 zal niet tweemaal op rijzen. 10Omdat zij in elkaar gevlochten zijn als doornen,38 en dronken zijn, zoals zij plegen dronken te zijn,39 zo worden zij volkomen verteerd, als een dorre stoppel. 11Van u41 is een uitgegaan,42 die kwaad denkt tegen JAHWEH,43 een Belialsraadsman. 12Zo zegt JAHWEH: Zijn zij voorspoedig, en zo velen, zo zullen zij ook geschoren worden, en hij zal doorgaan; Ik heb u wel gedrukt, maar Ik zal u niet meer drukken. 13Maar nu zal Ik49 zijn juk50 van u breken, en zal51 uw banden52 verscheuren. 14Maar tegen54 u heeft JAHWEH bevolen, dat er van uw naam niemand meer gezaaid zal worden; uit het huis van uw god zal Ik uitroeien de gesneden555657 en gegoten beelden; Ik zal u daar een graf maken,59 als u zult veracht zijn geworden. 15d Ziet op de bergen de voeten61 van degene, die het goede boodschapt, die62 vrede doet horen;63 vier uw vierdagen, o Juda! betaal uw geloften; want64 de Belialsman zal voortaan niet meer65 door u doorgaan,66 hij is geheel uitgeroeid.