Nahum 2
11 De verstrooier trekt tegen2 uw aangezicht op,3 bewaar de vesting;4 bezichtig de weg;5 sterk de middel, versterk de kracht zeer.
2Want6 JAHWEH heeft de hoogmoed Jakobs afgewend, gelijk de hoogmoed Israëls; want7 dea ledigmakers8 hebben ze leeg gemaakt, en zij hebben9 hun wijnranken verdorven.
310 De schilden11 van zijn helden12 zijn rood gemaakt, de13 kloeke mannen zijn14 scharlakenvervig;15 de wagens zijn in het vuur van de fakkelen, op de dag als hij zich16 bereidt; en de17 spiesen18 worden geschud.
419 De wagens20 razen door de wijken, zij lopen ginds en weer op de straten;21 hun gedaanten zijn als van de22 fakkelen, zij lopen door elkaar heen als de bliksemen.
523 Hij zal24 aan zijn voortreffelijken gedenken, maar25 zij zullen26 struikelen in hun tochten;27 zij zullen haasten28 naar hun muur, als29 het beschutsel gereed zal wezen.
630 De poorten van de rivieren zullen geopend worden, en31 het paleis32 zal versmelten.
7En33 Huzab34 zal als gevangene weggevoerd worden, men zal haar heten35 voortgaan; en haar maagden zullen haar36 geleiden, als met een stem van de37 duiven, trommelende op haar harten.
838 Nineve is wel als een watervijver,39 van de dagen af dat zij geweest is, maar40 zij zullen vluchten. Sta, sta! zal men roepen, maar niemand zal omzien.
941 Rooft zilver, rooft goud, want er is geen einde4243 van de voorraads, van de heerlijkheid van allerlei gewenste voorwerpen.
1044 Zij is geledigd, ja, uitgeledigd, uitgeput, enb haar hart versmelt, en de knieën45 schudden, enc in al de middel is smart, en46 hun aller aangezichten betrekken,47 als een pot.
1148 Waar is nu de49 woning van de leeuwen, en die weide van de jonge leeuwen? Alwaar de leeuw, de oude leeuw, en het leeuwenwelp wandelde, en er was niemand, die hen verschrikte.
12De leeuw, die genoeg roofde voor zijn welpen, en50 worgde voor zijn oude leeuwinnen, die zijn holen vervulde met roof, en zijn woningen met het geroofde.
13Ziet,51 Ik wil aan u, spreekt JAHWEH van de legermachten, en52 Ik zal53 haar wagens in rook verbranden, en het zwaard zal54 uw jonge leeuwen verteren, en Ik zal uw roof55 uitroeien van de aarde, en de stem56 van uw gezanten zal niet meer gehoord worden.