Jesaja 54
11a Zing vrolijk,2 u onvruchtbare,3 die niet gebaard hebt! maak geschal met vrolijk gezang, en juich, die geen barensnood gehad hebt! want de kinderen4 van de eenzame zijn meer,5 dan de kinderen van de getrouwde, zegt JAHWEH.
26 Maak de plaats van uw tenten wijd, en dat men de gordijnen van uw7 woningen8 uitbreide, verhinder het niet; maak uw9 koorden lang, en10 steek uw11 pinnen vast in.
3Want u zult12 uitbreken ter rechterhand en ter linkerhand; en13 uw zaad zal14 de heidenen erven, en15 zij zullen16 de verwoeste steden doen bewonen.
417 Vrees niet, want u zult niet beschaamd worden, en word niet schaamrood, want u zult niet te schande worden; maar u zult18 de schaamte van uw jeugd vergeten, en de smaad van uw weduwschap zult u niet meer gedenken.
5Want19 uw Maker is uw Man, JAHWEH van de legermachten is Zijn Naam; en de Heilige van Israël is uw Verlosser; Hij zal de God20 van de hele21 aardbodem genoemd worden.
6Want JAHWEH22 heeft u geroepen, als een verlaten vrouw en bedroefde van geest; toch bent u23 de huisvrouw van de jeugd, hoewel u versmaad bent geweest, zegt uw God.
7Voor een klein ogenblik heb Ik u verlaten;24 maar met grote ontfermingen zal Ik u verzamelen.
825 In een kleine toorn heb Ik26 Mijn aangezicht van u27 een ogenblik verborgen; maar met eeuwige goedertierenheid zal Ik Mij over U ontfermen, zegt JAHWEH, uw Verlosser.
9Want28 dat zal Mij zijn als de wateren van29 Noach, toen Ikb zwoer,30 dat de wateren van Noach niet meer over de aarde zouden gaan; zo heb Ik gezworen, dat Ik niet31 meer op u32 toornen, noch33 u schelden zal.
10Want34 bergen35 zullen wijken, en heuvelen wankelen; maar Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken, en36 het verbond van Mijn vrede zal niet wankelen, zegt JAHWEH, uw Ontfermer.
11U verdrukte, door37 onweer voortgedrevene,38 ongetrooste! zie,39 Ik zal uw stenen40 geheel sierlijk leggen, en Ik zal u op saffieren grondvesten.
12En41 uw glasvensters zal Ik kristallijnen maken, en uw poorten42 van robijnstenen, en uw hele landpale43 van aangename stenen.
13En44c al uw kinderen zullen van JAHWEH geleerd zijn, en45 de vrede van uw kinderen zal46 groot zijn.
14U zult47 door gerechtigheid bevestigd worden; wees verre48 van verdrukking, want u zult niet vrezen; en verre49 van verschrikking, want50 zij zal tot u niet naken.
15Ziet,51 zij zullen zich zeker verzamelen,52 maar niet uit Mij;53 wie zich tegen u verzamelen zal, die zal54 om uwentwil vallen.
1655 Zie, Ik heb de smid geschapen,56 die de kolen in het vuur opblaast, en die het instrument voortbrengt57 tot zijn werk; ook heb Ik de verderver geschapen,58 om te vernielen.
1759 Alle instrument,60 dat tegen u bereid wordt, zal niet gelukken, en alle tong, die in het61 gericht tegen u opstaat, zult u62 verdoemen; dit is de erfenis van de knechten van JAHWEH, en hun63 gerechtigheid is uit Mij, spreekt JAHWEH.