Jesaja 53

11a Wie heeft2 onze prediking geloofd, en3 aan wie is de arm van JAHWEH geopenbaard? 24 Want Hij is als een rijsje5 voor Zijn aangezicht6 opgeschoten, en7 als een wortel8 uit een dorre aarde;9 Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; als10 wij Hem aanzagen, zo was er geen11 gestalte,12 dat wij Hem zouden begeerd hebben. 313 Hij wasb veracht, en14 de onwaardigste onder de mensen,15 een Man van smarten, en16 verzocht in ziekte; en ieder was17 als verbergende het aangezicht voor Hem;18 Hij was veracht, en19 wij hebben Hem niet geacht. 420 Werkelijk,c Hij heeft onze ziekten21 op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij22 gedragen; maar23 wij achtten Hem, dat Hij geplaagd, van God24 geslagen en verdrukt was. 5Maard Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld;25 de straf, die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen26e is ons genezing geworden. 627 Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons ieder28 naar zijn weg; maar JAHWEH heeft onzer aller ongerechtigheid29 op Hem doen aanlopen. 730 Als dezelfde geëist werd, toen werd Hij verdrukt; maar31f Hij deed Zijn mond niet open; alsg een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een32 schaap, dat stom is voor het aangezicht van zijn scheerders, zo deed Hij Zijn mond niet open. 8Hij is33 uit de angst en34 uit het gericht weggenomen; en wie zal35 Zijn leeftijd uitspreken? Want Hij is36 afgesneden37 uit het land van de38 levenden; om de overtreding39 van Mijn volk40 is de plaag op Hem geweest. 9En41 men heeft Zijn42 graf43 bij de goddelozen44 gesteld, en Hij is bij de rijke45 in Zijn dood geweest, omdat Hij46 geen onrecht gedaan heeft,h noch bedrog in Zijn mond geweest is. 10Maar het behaagde JAHWEH47 Hem48 te verbrijzelen; Hij heeft49 Hem ziek50 gemaakt; als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien,51 Hij zal de dagen verlengen; en52 het welbehagen van JAHWEH zal53 door Zijn hand gelukkig voortgaan. 11Om de arbeid van Zijn ziel zal54 Hij het zien,55 en verzadigd worden; door56 Zijn kennis zal57 Mijn Knecht,58 de Rechtvaardige,59 velen60 rechtvaardig maken, want Hij zal hun ongerechtigheden61 dragen. 1262 Daarom zal Ik Hem een deel geven van velen, en63 Hij zal de machtigen als een roof delen,64 omdat Hij Zijn ziel uitgestort heeft in de dood,i en65 met de overtreders is geteld geweest,66 en Hij veler zonden gedragen heeft, en67k voor de overtreders gebeden heeft.