Jesaja 27
11 Te die dage zal JAHWEH2 met Zijn hard, en groot, en sterk zwaard3 bezoeken4 de Leviathan, de5 langwemelende slang, ja, de Leviathan, de kromme slomme slang; en Hij zal de6 draak, die in de zee is, doden.
2Te die dage zal7 er een wijngaard van roden wijn zijn;8 zingt daarvan bij beurte.
3Ik, JAHWEH, behoede die, alle ogenblik zal Ik hem bevochtigen; opdat de9 vijand hem niet bezoeke, zal Ik hem bewaren nacht en dag.
410 Woede is bij Mij niet; wie zou Mij als een doorn en distel in oorlog stellen, dat Ik11 tegen hem zou aanvallen, en hem te gelijk verbranden zou?
512 Of hij moest Mijn sterkte13 aangrijpen, hij zal vrede met Mij maken; vrede zal hij met Mij maken.
614 In het toekomende zal15 Jakob wortelen schieten,a Israël zal bloeien en groeien; en16 zij zullen de wereld met17 inkomsten vervullen.
7Heeft18 Hij19 hem geslagen,20 gelijk Hij21 die geslagen heeft, die hem sloeg? Is22 hij gedood, gelijk23 zijn gedoden gedood zijn geworden?
824b Met mate hebt25 U26 met hem getwist, wanneer U hem27 wegstiet;28 als Hij hem wegnam door Zijn harden wind, in de dag29 van de oostenwinds.
9Daarom30 zal daardoor de ongerechtigheid van31 Jakob verzoend worden, en dit is de hele32 vrucht, dat33 Hij34 daarvan zonde zal wegdoen, wanneer Hij al de stenen35 van het36 altaar maken zal als verstrooide kalkstenen,37 de38 bossen en39 de zonnebeelden zullen niet bestaan.
1040 Want41 de versterkte stad zal eenzaam, de42 woonstede zal verstoten en verlaten worden, gelijk een woestijn; daar zullen de kalveren weiden, en daar zullen zij neerliggen, en zullen43 haar takken verslinden.
11Als haar takken verdord zullen zijn, zullen zij afgebroken worden, en de vrouwen, komende, zullen ze44 aansteken; want het is geen45 volk van enig verstand; daarom zal Hij,46 Die het gemaakt heeft,47 Zich dezelfde niet ontfermen, en48 Die het gevormd heeft, zal aan hetzelfde geen genade bewijzen.
12En het zal49 op die dag gebeuren, dat JAHWEH50 dorsen zal,51 van de52 stroom van de rivier af tot aan de rivier van Egypte;53 maar uc zult opgelezen worden,54 één bij één, o u kinderen van Israël!
13En het zal op die dag gebeuren, dat er met55 een grote bazuin geblazen zal worden; dan zullen56 die komen,57 die in het land van Assur58 verloren zijn, en de heengedrevenen59 in het land van Egypte; en60 zij zullen JAHWEH aanbidden61 op de heilige berg te Jeruzalem.