Jesaja 15

11a De last van Moab. Zeker, in de nacht2 is3 Ar-moabs4 verwoest, zij is uitgeroeid; zeker,5 in de nacht is6 Kir-moabs verwoest, zij is uitgeroeid! 27 Hij8 gaat op naar9 Baith en10 Dibon,11 en naar Bamoth, om te huilen; over12 Nebo en over13 Medeba zal Moab14 huilen;15 opb al hun hoofden is kaalheid, aller baard is afgesneden. 3Op hun wijken hebben zij16 zakken aangegord;17 op hun daken en op hun straten huilen zij allemaal,18 afgaande met geween. 419 Zo20 Hesbon als Eleale21 schreeuwt, hun stem wordt gehoord tot22 Jahaz toe; daarom23 maken24 de toegerusten van Moab een geschrei,25 van een ieder ziel in hem is kwalijk gesteld. 527 Mijn hart schreeuwt over Moab, haar28 grendelen zijn naar29 Zoar toe, de30 driejarige vaars; want hij gaat op31 met geween naar de opgang van Luhith, want op de weg naar Horonaim verwekken zij een jammergeschrei. 6Want33 de wateren van Nimrim zullen enkel verwoesting wezen; want het gras is verdord, het tedere gras is vergaan, er is geen groente. 7Daarom zullen35 zij de overvloed, die36 zij verzameld hebben,37 en wat zij weggelegd hebben, aan de beek van de wilgen voeren. 8Want39 dat geschreeuw40 zal omgaan door de landpale van Moab, haar41 gehuil tot Eglaim toe, ja, tot Beer-elim toe zal haar gehuil zijn. 943 Want de wateren van44 Dimon zijn vol bloed, want45 Ik zal Dimon nog meer toeschikken:46 te weten leeuwen47 over de ontkomenen van Moab, en ook over het overblijfsel van het land.