Les 8: Reformatie van het leven

 

Download als PDF

← Vorige Overzicht Volgende →

Herhaling: Schrijf de drie memorisatieteksten van les 7 uit je hoofd op:

1. Schrijf Handelingen 1:8 uit je hoofd op.

2. Schrijf 1 Korinthe 15:22 uit je hoofd op.

3. Schrijf Hebreeën 9:27 uit je hoofd op.

⏱ Geschatte studietijd: 1 - 2,5 uur

Zoek de onderstaande teksten op en beantwoord de vragen.

Leeswerk: Lees Romeinen 7. Schrijf op wat je het meest raakt.

Pak je fysieke bijbel erbij! Zoek de teksten op en streep ze aan.

Of lees online in de Open Vertaling 2026.

A. Gods wet is heilig

Vraag 1: Waardoor leerde Paulus de zonde kennen? (Romeinen 7:7)

Vraag 2: Hoe beschrijft Paulus de wet: is zij heilig of zondig? (Romeinen 7:12)

Vraag 3: Hoe beschrijft Paulus het gebod? Noem de drie eigenschappen. (Romeinen 7:12)

B. De strijd van vlees en geest

Vraag 4: De wet is geestelijk, maar wat is Paulus? (Romeinen 7:14)

Vraag 5: Welke wet vindt Paulus in zichzelf wanneer hij het goede wil doen? (Romeinen 7:21)

Vraag 6: Waar heeft Paulus een vermaak in naar de innerlijke mens? (Romeinen 7:22)

Vraag 7: Wie zal Paulus verlossen uit het lichaam van de dood? (Romeinen 7:24-25)

C. Liefde voor Gods wet

Vraag 8: Hoe groot is de liefde van de psalmist voor Gods wet? (Psalm 119:97)

Vraag 9: Waarin vindt de man uit Psalm 1 zijn vreugde? (Psalm 1:2)

Vraag 10: Waarmee wordt de man vergeleken die de wet dag en nacht overdenkt? (Psalm 1:3)

D. Jezus en de wet

Vraag 11: Is Jezus gekomen om de Wet en de Profeten af te schaffen of te vervullen? (Mattheüs 5:17)

Vraag 12: Wat zal er eerder vergaan dan dat er van de wet iets vergaat? (Mattheüs 5:18)

Vraag 13: Wat is de functie van de wet ten opzichte van Christus? (Galaten 3:24)

E. Daders van het Woord

Vraag 14: Wat moeten wij zijn van het Woord, niet alleen hoorders? (Jakobus 1:22)

Vraag 15: Wie zal zalig zijn in wat hij doet? (Jakobus 1:25)

F. Doorgaande bekering

Vraag 16: Wat roept de Heere Jezus de gemeente in Efeze op te doen? (Openbaring 2:5)

Vraag 17: Wat roept de Heere Jezus de gemeente in Laodicea op te doen? (Openbaring 3:19)

Vraag 18: Wie werkt in u zowel het willen als het werken? (Filippenzen 2:13)

Vraag 19: Wat bewerkt de droefheid die naar God is? (2 Korinthe 7:10)

Vraag 20: Wat bewerkt de droefheid van de wereld? (2 Korinthe 7:10)

Vraag 21: Wat zegt iemand die beweert zonder zonde te zijn? (1 Johannes 1:8)

Vraag 22: Wat doet God als wij onze zonden belijden? (1 Johannes 1:9)

Vraag 23: Wat moeten wij afleggen en op Wie moeten wij het oog gericht houden? (Hebreeën 12:1-2)

Memoriseren

Leer deze drie teksten uit je hoofd:

  1. Psalm 119:97Hoe lief heb ik Uw wet! Hij is mijn overdenking, de hele dag.
  2. Filippenzen 2:12-13Werk aan uw eigen zaligheid met vrees en beven, want het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen.
  3. 1 Johannes 1:9Als wij onze zonden belijden: Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.

Download als afbeelding

← Vorige les Overzicht Volgende les →