De mensen die in de Bijbel het dichtst bij God leefden – Mozes, Elia, David, Jeremia, Job, Jona, Paulus, en Jezus Zelf – hadden allemaal momenten waarop ze niet meer wilden leven, niet konden slapen, niet konden eten, of niets meer voelden. God heeft hun verhalen laten opschrijven. Niet als waarschuwing, maar als gezelschap. Deze les is voor wie erin zit, en voor wie naast iemand staat die erin zit.
Lees ook: Bijbelstudie Als je ziel zich neerbuigt — alle teksten op een rij.
Herhaling: Schrijf de drie memorisatieteksten van les 7 uit je hoofd op:
1. Schrijf 2 Korinthe 5:17 uit je hoofd op.
2. Schrijf Galaten 2:20 uit je hoofd op.
3. Schrijf Romeinen 8:38-39 uit je hoofd op.
⏱ Geschatte studietijd: 1 - 3 uur
Zoek de onderstaande teksten op en beantwoord de vragen.
Pak je fysieke bijbel erbij! Zoek de teksten op en streep ze aan.
Of lees online in de Open Vertaling 2026.
Leeswerk: Lees 1 Koningen 19 en Psalm 42 in hun geheel. Schrijf op wat je opvalt.
Mensen die het meemaakten
De Bijbel verwijt het geen van hen. Kijk goed naar wat God doet — en vooral naar wat Hij niet doet.
Vraag 1: Wat vraagt Elia aan God onder de jeneverboom? En één dag na welke gebeurtenis is dat? (1 Koningen 19:4; hoofdstuk 18)
Vraag 2: Wat doet de engel bij Elia — en wat doet hij niet? Hoe vaak gebeurt het? (1 Koningen 19:5-8)
Vraag 3: Welke gedachte van Elia is niet waar, en hoe corrigeert God die? (1 Koningen 19:10, 18)
Vraag 4: Wat deden Jobs vrienden de eerste zeven dagen? En hoe noemt Job ze nadat ze gingen praten? (Job 2:13; 16:2)
Vraag 5: Wat is Gods antwoord op Mozes’ “ik alleen kan dit niet dragen”? (Numeri 11:14-17)
Vraag 6: Waar ziet Eli Hanna voor aan? En wat is haar eigen woord voor haar toestand? (1 Samuël 1:15-16)
Vraag 7: Wat veranderde er aan Hanna vóórdat er iets aan haar situatie veranderde? (1 Samuël 1:18)
Vraag 8: Welke twee dingen staan in Jeremia 20 maar één vers uit elkaar? (Jeremia 20:13-14)
Vraag 9: Hoeveel verzen zitten er tussen “mijn hoop is vergaan” en “elke morgen nieuw”? Schrijf beide verzen over. (Klaagliederen 3:18, 21-23)
Vraag 10: Wat zegt Jezus in Gethsemané over Zijn ziel, en wat vraagt Hij van Zijn discipelen? (Mattheüs 26:37-38)
Vraag 11: Welke psalm bidt Jezus aan het kruis? Wat zegt dat over wat jij mag bidden als je je verlaten voelt? (Mattheüs 27:46; Psalm 22:2)
Wat er met je gebeurt, in bijbelse woorden
De Bijbel heeft woorden voor wat je meemaakt — en bij elk ervan ook een tegenwoord.
Vraag 12: Zoek bij elk van deze de bijbelse woorden op en schrijf ze over: slapeloosheid (Psalm 77:5), geen eetlust (Psalm 102:5), eenzaamheid (Psalm 102:8), angst (Psalm 55:5-7).
Vraag 13: Psalm 88 eindigt zonder licht (vers 19). Wat zegt Jesaja tegen wie in de duisternis wandelt en geen licht heeft? (Jesaja 50:10)
Vraag 14: Wat gebeurde er met Davids lichaam toen hij zweeg, en wat toen hij sprak? Geldt dit voor elke nood? Vergelijk Job, Elia en Hanna. (Psalm 32:3-5)
Vraag 15: Welke verkeerde gedachte spreekt David uit “in zijn haast” — en wat gebeurde er toch? (Psalm 31:23)
Wat helpt volgens de Bijbel
Vraag 16: Wat zegt Sirach over de arts en de medicijnen? En wat was het verwijt aan koning Asa precies — dat hij naar de dokters ging, of iets anders? (Jezus Sirach 38:1-4, 12; 2 Kronieken 16:12)
Vraag 17: Waar stuurt Jezus Zijn discipelen heen als ze zelfs geen tijd hebben om te eten? (Markus 6:31)
Vraag 18: Wat deed muziek met Saul? (1 Samuël 16:23)
Vraag 19: Wat doet een goed woord met een neergebogen hart — en welk lied moet je juist niet zingen? (Spreuken 12:25; 25:20)
Vraag 20: Wat doet de Geest als jij niet weet wat je bidden moet? (Romeinen 8:26)
Vraag 21: Tegen wie spreekt de dichter in Psalm 42:6 en 42:12? Waarom twee keer?
Vraag 22: Waar woont God volgens Jesaja 57:15? Schrijf het vers over.
Vraag 23: “Zalig zijn die ...” — schrijf Mattheüs 5:4 over. Wat staat er niet?
Vraag 24: Welke twee woorden in Romeinen 8:38-39 gaan over hoogte en diepte? Wat betekent dat als jij in de diepte zit?
Slotopdracht: De engel bij Elia begon met brood en slaap. Schrijf op wat jij vandaag voor je lichaam gaat doen (eten, slapen, rust), en wie je vraagt om bij je te blijven — zonder dat die iets hoeft te zeggen. Zit je er zelf niet in: schrijf op bij wie jij deze week kunt gaan zitten, zoals de vrienden van Job de eerste zeven dagen.
Mijn slotopdracht:
Memoriseren
Leer deze drie teksten uit je hoofd:
- Psalm 34:19 — JAHWEH is nabij de gebrokenen van hart, en Hij behoudt de verslagenen van geest.
- Jesaja 57:15 — Ik woon in de hoogte en in het heilige, en bij die, die van een verbrijzelden en nederigen geest is, opdat Ik levend make de geest van de nederigen, en opdat Ik levend make het hart van de verbrijzelden.
- Mattheüs 11:28 — Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven.