In de vorige les ging het over de plaats, het moment en de houding. Deze les gaat over wat er daarna komt: volhouden als het antwoord uitblijft, bidden in geloof en naar Gods wil, en bidden voor anderen. Jezus bad in Gethsemané het gebed dat elk ander gebed zijn plaats geeft: niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt.
Vorige les: Gebed — waar, wanneer en hoe. Lees ook: 38 lessen over gebed.
Herhaling: Schrijf de drie memorisatieteksten van les 6 uit je hoofd op:
1. Schrijf Mattheüs 6:6 uit je hoofd op.
2. Schrijf Psalm 100:4 uit je hoofd op.
3. Schrijf Hebreeën 4:16 uit je hoofd op.
⏱ Geschatte studietijd: 1 - 3 uur
Zoek de onderstaande teksten op en beantwoord de vragen.
Pak je fysieke bijbel erbij! Zoek de teksten op en streep ze aan.
Of lees online in de Open Vertaling 2026.
Leeswerk: Lees Lukas 18:1-8 in zijn geheel. Waarom vertelde Jezus deze gelijkenis, volgens vers 1?
Volharden
Vraag 1: Hoe vaak moeten wij bidden, en waarvoor moeten wij danken? (1 Thessalonicenzen 5:17-18)
Vraag 2: Wat moeten we doen in het gebed volgens Kolossenzen 4:2? Welke twee woorden staan erbij?
Vraag 3: Waarmee en waarvoor moeten wij bidden volgens Efeze 6:18? Welk woord gebruikt Paulus voor het volhouden?
Vraag 4: Wat belooft God aan wie Hem zoekt met heel zijn hart? (Jeremia 29:13)
Vraag 5: Wat belooft God als je tot Hem roept? (Jeremia 33:3)
Vraag 6: Waardoor kan dit geslacht volgens Jezus uitgaan? (Markus 9:29)
Geloven en Gods wil
Vraag 7: Wat belooft Jezus als we bidden en geloven dat we ontvangen? (Markus 11:24)
Vraag 8: Wat is de voorwaarde voor het ontvangen van wijsheid? (Jakobus 1:5-6)
Vraag 9: Welke voorwaarde noemt Johannes bij het verhoord worden? Wat weten wij dan? (1 Johannes 5:14-15)
Vraag 10: In wiens Naam moeten wij bidden, en wat belooft Jezus? (Johannes 14:13-14)
Vraag 11: Wat bad Jezus in Gethsemané? Schrijf de laatste zin van het vers over. Wat betekent dat voor jouw gebeden? (Mattheüs 26:39)
Vraag 12: Wat moeten wij doen met onze zorgen, en wat belooft God daarvoor terug te geven? (Filippenzen 4:6-7)
Bidden voor anderen
Vraag 13: Voor wie moeten wij smekingen, gebeden en voorbeden doen? (1 Timotheüs 2:1-2)
Vraag 14: Wat zegt Samuel over ophouden met voorbede? Hoe noemt hij dat? (1 Samuel 12:23)
Vraag 15: Wat moeten wij bidden voor Jeruzalem? (Psalm 122:6)
Vraag 16: Wat moeten wij elkaar belijden, en wat moeten wij voor elkaar doen? (Jakobus 5:16)
Vraag 17: Wat belooft Jezus als twee of drie het eens zijn in gebed? (Mattheüs 18:19-20)
Vraag 18: Hoe baden de gelovigen in Handelingen 4:24 — en met welk woord begint hun gebed?
Slotopdracht: Schrijf drie namen op van mensen voor wie je deze week elke dag gaat bidden — en één zaak waarin je tot nu toe geen antwoord kreeg. Houd die zeven dagen vol, zoals de weduwe in Lukas 18.
Mijn drie namen en mijn ene zaak:
Memoriseren
Leer deze drie teksten uit je hoofd:
- Filippenzen 4:6-7 — Weest in geen ding bezorgd; maar laat uw begeerten in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; en de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw zinnen bewaren in Christus Jezus.
- Jakobus 5:16 — Belijdt elkaar de misdaden, en bidt voor elkaar, opdat u gezond wordt; een krachtig gebed van de rechtvaardigen vermag veel.
- Jeremia 33:3 — Roep tot Mij, en Ik zal u antwoorden, en Ik zal u bekend maken grote en vaste dingen, die u niet weet.