Waarom de Wet?
⏱ Geschatte studietijd: 1 uur
Voordat het Evangelie goed nieuws kan zijn, moeten we eerst weten wat God van de mens vraagt. De Wet is als een spiegel: zij laat ons zien wie God is — en wie wij zijn.
Romeinen 3:20 “Daarom zal uit de werken van de wet geen vlees gerechtvaardigd worden, voor Hem; want door de wet is de kennis van de zonde.”
Vraag 1: Wat geeft de wet ons volgens Romeinen 3:20? (Rom. 3:20)
De Tien Geboden — Exodus 20:1-17
Uitgeschreven in de Open Staten Vertaling:
1 Toen sprak God al deze woorden, zeggende:
2 Ik ben JAHWEH uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb.
3 U zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.
4 U zult u geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis maken, van wat boven in de hemel is, noch van wat onder op de aarde is, noch van wat in de wateren onder de aarde is.
5 U zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, JAHWEH uw God, ben een ijverig God, Die de misdaad van de vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde, en aan het vierde lid van degenen, die Mij haten;
6 En doe barmhartigheid aan duizenden van degenen, die Mij liefhebben, en Mijn geboden onderhouden.
7 U zult de naam van JAHWEH van uw God niet zinloos gebruiken; want JAHWEH zal niet onschuldig houden, die Zijn naam zinloos gebruikt.
8 Gedenkt de sabbatdag, dat u die heiligt.
9 Zes dagen zult u arbeiden en al uw werk doen,
10 Maar de zevende dag is de sabbat van JAHWEH van uw God; dan zult u geen werk doen, u, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienaar, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch uw vreemdeling, die in uw poorten is;
11 Want in zes dagen heeft JAHWEH de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte ten zevenden dage; daarom zegende JAHWEH de sabbatdag, en heiligde dezelfde.
12 Eer uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land dat JAHWEH, uw God, u geeft.
13 U zult niet doodslaan.
14 U zult niet echtbreken.
15 U zult niet stelen.
16 U zult geen vals getuigenis spreken tegen uw naaste.
17 U zult niet begeren van uw naasten huis; u zult niet begeren van uw naasten vrouw, noch zijn dienaar, noch zijn dienstmaagd, noch zijn os, noch zijn ezel, noch iets, dat van uw naasten is.
Bron: Exodus 20:1-17, Open Staten Vertaling — publiek domein.
Vraag 2: De geboden worden vaak verdeeld in twee ‘tafels’: geboden over God en geboden over de naaste. Waar ligt volgens jou de grens? (Ex. 20:1-17)
Vraag 3: Welk gebod bevat een belofte? (Ex. 20:12, vgl. Ef. 6:2)
Jezus over de Wet
Mattheüs 22:37-40 En Jezus zei tot hem: U zult liefhebben de Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede aan dit gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt de hele wet en de profeten. (Open Staten Vertaling)
Mattheüs 5:17 Denk niet, dat Ik gekomen ben, om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen, om die te ontbinden, maar te vervullen.
Vraag 4: Hoe vat Jezus de hele wet samen? (Matt. 22:37-40)
Vraag 5: Kwam Jezus om de wet af te schaffen? Wat kwam Hij wel doen? (Matt. 5:17)
Jezus scherpt de wet aan
In de Bergrede laat Jezus zien dat de geboden dieper gaan dan de buitenkant: ze raken het hart.
Mattheüs 5:21-22 U hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is: U zult niet doden; maar zo wie doodt, die zal strafbaar zijn door het gericht. Maar Ik zeg u: Zo wie te onrecht op zijn broeder boos is, die zal strafbaar zijn door het gericht.
Vraag 6: Wat zegt Jezus over ‘u zult niet doodslaan’? Waar begint doodslag volgens Hem? (Matt. 5:21-22; vgl. 1 Joh. 3:15)
Mattheüs 5:27-28 U hebt gehoord, dat van de oude gezegd is: U zult geen overspel doen. Maar Ik zeg u, dat zo wie een vrouw aan ziet, daarom te begeren, die heeft al overspel in zijn hart met haar gedaan.
Vraag 7: Wat zegt Jezus over ‘u zult niet echtbreken’? Waar vindt overspel volgens Hem al plaats? (Matt. 5:27-28)
De geboden in het Nieuwe Testament
Elk van de Tien Geboden klinkt door in het Nieuwe Testament. Zoek bij elk gebod de tekst op en schrijf in je eigen woorden op wat het Nieuwe Testament erover leert.
Vraag 8: Gebod 1 — geen andere goden. Zoek op Mattheüs 4:10. Wat antwoordt Jezus de duivel?
Vraag 9: Gebod 2 — geen gesneden beeld. Zoek op Johannes 4:24 en 1 Johannes 5:21. Hoe wil God aanbeden worden?
Vraag 10: Gebod 3 — Gods naam niet zinloos gebruiken. Zoek op Mattheüs 6:9. Hoe leert Jezus ons juist met Gods naam omgaan?
Vraag 11: Gebod 4 — de sabbat. Zoek op Markus 2:27-28. Voor wie is de sabbat gemaakt, en Wie is er Heere over?
Vraag 12: Gebod 5 — eer uw vader en moeder. Zoek op Efeze 6:1-3. Welke belofte herhaalt Paulus bij dit gebod?
Vraag 13: Gebod 6 — niet doodslaan. Zoek op 1 Johannes 3:15. Wat wordt daar over haat gezegd?
Vraag 14: Gebod 7 — niet echtbreken. Zoek op Hebreeën 13:4. Wat zegt het Nieuwe Testament over het huwelijk?
Vraag 15: Gebod 8 — niet stelen. Zoek op Efeze 4:28. Wat moet de dief voortaan doen — en waarom?
Vraag 16: Gebod 9 — geen vals getuigenis. Zoek op Efeze 4:25. Wat moeten we afleggen en wat moeten we spreken?
Vraag 17: Gebod 10 — niet begeren. Zoek op Lukas 12:15 en Romeinen 7:7. Waarvoor waarschuwt Jezus, en hoe ontdekte Paulus zijn eigen begeerte?
Wet en genade
Galaten 3:24 Zo dan, de wet is onze leermeester geweest tot Christus, opdat wij uit het geloof zouden gerechtvaardigd worden.
Vraag 18: Kan een mens door het houden van de wet gerechtvaardigd worden? (Gal. 2:16)
Vraag 19: Waarheen leidt de wet ons als ‘leermeester’? (Gal. 3:24)
Romeinen 13:10 De liefde doet de naaste geen kwaad. Zo is dan de liefde de vervulling van de wet.
Vraag 20: Hoe wordt de wet vervuld volgens Romeinen 13:8-10?
Wie de Wet eerlijk als spiegel gebruikt, ontdekt dat hij een Redder nodig heeft. Dat is precies waar de volgende les over gaat: het Evangelie.
Memoriseren
Leer deze tekst uit je hoofd:
- Mattheüs 22:37-40 — U zult liefhebben de Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede aan dit gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt de hele wet en de profeten.