Zacharia 12
11 De last van het woord van2 JAHWEH over Israël. JAHWEH3 spreekt, Die de hemel uitbreidt, en de aarde grondvest, en de geest van de4 mens in zijn binnenste5 vormt.
2Ziet, Ik zal6 Jeruzalem stellen tot een drinkschaal van7 de zwijmeling alle volken rondom;8 ja, ook zal zij zijn over Juda, in de belegering tegen Jeruzalem.
3En het zal op die dag gebeuren, dat Ik9 Jeruzalem stellen zal10 tot een lastigen steen alle volken; allen, die zich daarmede beladen, zullen zeker doorsneden worden;11 en al de volken van de aarde zullen zich tegen haar verzamelen.
4Te die dage, spreekt JAHWEH, zal Ik alle paarden12 met schuwigheid slaan, en hun ruiters met zinneloosheid; maar13 over het huis van14 Juda zal Ik Mijn ogen openen, en alle paarden15 van de volken zal Ik met blindheid slaan.
5Dan zullen16 de leidslieden van Juda in hun hart zeggen:17 De inwoners van Jeruzalem18 zullen mij een sterkte zijn19 in JAHWEH van de legermachten, hun God.
6Te die dage zal Ik de leidslieden van Juda stellen20 als een vurige haard onder het hout, en als een vurige fakkel onder de schoven; en zij zullen aan de rechterzijde en aan de linkerzijde alle volken rondom verteren; en21 Jeruzalem zal nog22 blijven23 in haar plaats te Jeruzalem.
7En JAHWEH zal24 de tenten van25 Juda ten voorste26 behouden, opdat27 de heerlijkheid28 van het huis van David, en29 de heerlijkheid van de inwoners van Jeruzalem, zich niet30 verheffe tegen Juda.
8Te die dage zal JAHWEH de inwoners van Jeruzalem beschutten; en die,31 die onder hen struikelen zou, zal op die dag zijn32 als David; en33 het huis van David zal zijn34 als goden;35 als de Engel van JAHWEH36 voor hun aangezicht.
9En het zal op die dag gebeuren, dat Ik zal zoeken te vernietigen alle heidenen, die tegen Jeruzalem aankomen.
10Maar over het huis van David, en over de inwoners van Jeruzalem, zal Ika uitstorten37 de Geest van de genade en van de gebeden; en38 zij zullen Mijb aanschouwen,39 Die zij doorstoken hebben, en40 zij zullen over Hem rouwklagen, als met de klaagzang41 over een enige zoon; en42 zij zullen over Hem bitter kermen, gelijk men bitter kermt over een eerstgeborene.
11Te die dage zal te Jeruzalem de klaagzang groot zijn, gelijk die klaagzang van43 Hadadrimmon, in het dal vanc Megiddon.
12En44 het land zal rouwklagen,45 elk geslacht bijzonder; het geslacht van het huis van David bijzonder, en hun vrouwen bijzonder; en het geslacht van het46 huis van Nathan bijzonder, en hun vrouwen bijzonder;
13Het geslacht van het huis van Levi bijzonder, en hun vrouwen bijzonder; het geslacht47 van Simeï bijzonder, en hun vrouwen bijzonder;
14Al de overige geslachten, elk geslacht bijzonder, en hun vrouwen bijzonder.