Zacharia 10
11 Begeert van JAHWEH regen, ten tijde2 van de spaden regens; JAHWEH maakt de weerlichten;3 en Hij zal4 hun5 regen genoeg geven voor ieder kruid op het veld.
26 Want de terafim spreken zinloosheid, en de waarzeggers7 zien valsheid, en zij sprekena ijdele dromen, zij troosten met8 zinloosheid; daarom zijn9 zij10 heengetogen als schapen,11 zij zijn onderdrukt geworden; want er was12 geen herder.
3Tegen13 de herders was Mijn toorn ontstoken, en over14 de bokken heb Ik15 bezoeking gedaan; maar JAHWEH van de legermachten zal16 Zijn kudde bezoeken, het huis van Juda, en Hij zal17 hen stellen,18 gelijk het paard van Zijn majesteit in de strijd.
419 Van hetzelfde zal20 de hoeksteen, van hetzelfde zal21 de nagel, van hetzelfde zal de strijdboog, samen zullen van hetzelfde22 alle drijvers voortkomen.
5En23 zij zullen zijn als de helden,24 die in het slijk van de straten treden in de strijd, en zij zullen strijden; want JAHWEH zal met hen wezen; en zij zullen die25 beschamen,26 die op paarden rijden.
6En Ik zal het huis van Juda versterken, en27 het huis van Jozef zal28 Ik behouden, en29 Ik zal hen weer inzetten; want Ik heb Mij over hen ontfermd, en zij zullen wezen, alsof Ik hen niet verstoten had; want Ik ben JAHWEH, hun God, en Ik zal ze verhoren.
730 En zij zullen zijn31 als een held van Efraïm, en hun hart zal zich verblijden, als van de wijn; en hun kinderen zullen32 het zien, en zich verblijden, hun hart zal zich verheugen33 in JAHWEH.
8Ik zal34 hen toesissen, en zal ze verzamelen,35 want Ik zal ze verlossen; en36 zij zullen vermenigvuldigd worden, zoals zij te voren vermenigvuldigd waren.
9En37 Ik zal hen onder de volken zaaien, en zij zullen38 aan Mij gedenken in verre plaatsen; en zij zullen39 leven met hun kinderen, en40 terugkeren.
10Want41 Ik zal ze wederbrengen uit Egypteland, en Ik zal ze verzamelen uit Assyrië; en Ik zal ze in het land van Gilead en Libanon brengen,42 maar het zal hun niet genoeg wezen.
11En43 Hij zal door de zee gaan,44 die benauwende, en45 Hij zal de golven in de zee slaan, en al de diepten van de rivieren zullen verdrogen; dan zal46 de hoogmoed van Assur neergeworpen worden, en47 de schepter van Egypte zal wegwijken.
12En48 Ik zal hen49 sterken in JAHWEH, en in Zijn Naam zullen zij wandelen, spreekt JAHWEH.