Spreuken 1

Boekinleiding lees meer ▾ DIT Boek begrijpt zeer voortreffelijke, heilige, en leerlijke Spreuken of Sententien, die de Koning Salomo door ingeven van de H. Geest (van welke hij met bysondere wijsheid in Goddelijke en menselijk...
DIT Boek begrijpt zeer voortreffelijke, heilige, en leerlijke Spreuken of Sententien, die de Koning Salomo door ingeven van de H. Geest (van welke hij met bysondere wijsheid in Goddelijke en menselijke zaken begaafd was) heeft voortgebracht, en God heeft goedertierentlijk gewilt, dat zij tot gemeen gebruik zijn Kerk zouden werden beschreven en bewaard. De Inhoud is, van de ware Wijsheid, en vrees van de Heeren, met allerlei zeer beweechlijke vermaningen tot onze schuldigen plicht, niet alleen tegen God, maar ook tegen ons zelf, en onze naasten, in wat staat of conditie iemand op aarden moge zijn gesteld, met belofte van dit tegenwoordige en het toekomende leven: En ook zeer getrouwe afmaningen en waarschouwingen voor alle zonden, ondeuchden en gebreken, strijdich tegen de eerste en tweede Tafel van Gods Wet: bijzonderlijk voor hoererie en overspel. Zulks dat dit Boek met recht gehouden is voor een overvloeiende fontein van heilzaam onderwijs, in alles, wat tot een wijs, godtsalich, en Gode aangenaam beleid onze levens, handels en wandels, in alle gemeene of bysondere, private of publijke beroepingen, vereist wordt, en die volgens allen Christenen hogelijk behoort gerecommandeert te zijn, verre boven alles, wat van heidense Filosofen, of wereld-wijse Mensen, oyt van de wijsheid, van het opperste goet, item, van deuchden en ondeuchden, mach zijn geschreven. Belangende de t’samen-stelling deze Spreuken, zo schijnt het dat Salomo zelfs de spreuken, die na zijn leer-rijke voor-rede of inleiding van de 9 eerste hoofdstukken, (die vol zijn van lof van de hemelscher wijsheid in’t gemeen, en in’t bijzonder onze Heeren JEZUS CHRISTUS, die de eeuwige wijsheid, en het woord van de Vaders is) van het tiende Hfst. tot het 25 beschreven zijn, heeft bij een gebracht: en dat de volgende, van het 25 tot aan het 30 hfst. door last van de vromen Koning Hizkia (als hij het vervallen Rijk herstelde) uit Salomons eigene, of anderer heiliger mannen memorien, zijn uitgeschreven en t’samen-gesteld. In ’t 30 hfst. zijn vervaat de woorden van Agur. In’t laatste, de leer van Salomons Moeder, die hij aangenomen, opgetekend, en Gods kerk tot gemene onderwijsing heeft na-gelaten.