Psalmen 96

11 Zing JAHWEH een2 nieuw lied; zing JAHWEH,3 u hele aarde! 2Zing JAHWEH, loof Zijn Naam; boodschap4 Zijn heil van dag tot dag. 3Vertel onder de heidenen Zijn eer, onder alle volken Zijn wonderen. 4Want JAHWEH is groot, en zeer te prijzen; Hij is vreselijk boven alle goden. 5Want al de goden van de5 volken zijn afgoden; maar JAHWEH heeft6 de hemelen gemaakt. 6Majesteit en heerlijkheid zijn voor Zijn aangezicht, sterkte en sieraad7 in Zijn heiligdom. 7Geef JAHWEH, u geslachten van de volken! geef JAHWEH eer en8 sterkte. 8Geef JAHWEH de eer9 van Zijn Naam;10 breng offer, en komt11 in Zijn voorhoven. 9a Aanbid JAHWEH in de heerlijkheid van het12 heiligdom; schrik voor Zijn aangezicht,13 u hele aarde. 10Zegt onder de heidenen:14 JAHWEH regeert; ook zal de wereld bevestigd worden, zij zal niet bewogen worden;15 Hij zal de volken richten16 in alle oprechtheid. 1117 Dat de hemelen18 zich verblijden, en de aarde zich verheuge, dat de zee19 bruise20 met haar volheid. 12Dat het veld huppele van vreugde met al wat er in is, dat dan al de bomen van de woud juichen. 13Voor het21 aangezicht van JAHWEH; want Hij komt, want Hij komt, om de aarde22 te richten;b Hij zal23 de wereld richten met gerechtigheid, en de volken met Zijn24 waarheid.