Psalmen 68
1Een1 psalm, een lied van David, voor de opperzangmeester.
22a God zal opstaan, Zijn vijanden zullen verstrooid worden, en Zijn haters zullen van Zijn aangezicht vluchten.
3U zult hen verdrijven, gelijk rook verdreven wordt; gelijk was voor het vuur smelt, zullen de goddelozen vergaan van Gods aangezicht.
4Maar de rechtvaardigen zullen zich verblijden; zij zullen van vreugde opspringen voor Gods aangezicht, en van blijdschap vrolijk zijn.
5Zing voor God, psalmzing Zijn Naam;3 hoog de wegen voor Die, Die in de4 vlakke velden rijdt, omdat Zijn Naam is5 JAHWEH; en spring op van vreugde voor6 Zijn aangezicht.
6Hij is een Vader van de wezen, en een7 Rechter van de weduwen; God, in de8 woonstede van Zijn heiligheid.
7Een God, Die de9 eenzamen zet in een huisgezin, uitvoert, die in boeien10 gevangen zijn; maar de11 afvalligen wonen in het12 dorre.
8O God! toen U voor het aangezicht van Uw volk uittrokt, toen U daarheen tradt in de woestijn;13 Sela.
9b Daverde de aarde, ook14 dropen de hemelen voor Gods aangezicht;15 zelfs deze Sinaï, voor het aangezicht van God, van God van Israël.
10U hebt16 zeer milden regen doen17 druipen, o God! en U hebt Uw18 erfenis gesterkt, als zij mat was geworden.
11Uw19 hoop woonde daarin; U bereidde20 ze21 door Uw goedheid voor de22 ellendige, o God!
12JAHWEH gaf23 te spreken; van24 de boodschappers van goede tijdingen was een grote heirschaar.
13De koningen van de legermachten vluchtten weg, zij25 vluchtten weg; en26 zij, die te huis bleef, deelde de roof uit.
14Al laagt27 u tussen28 twee rijen van stenen, zo zult u toch worden als vleugelen van een duif, overdekt met zilver, en waarvan de veren zijn met uitgegraven geluwen goud.
15Als de Almachtige de koningen29 daarin30 verstrooide, werd31 zij sneeuwwit als op32 Zalmon.
16De berg Basan is een berg33 van God; de berg Basan is een34 bultige berg.
17Waarom35 springt u op, u bultige bergen?c Deze36 berg heeft God begeerd tot Zijn woning; ook zal er JAHWEH wonen in eeuwigheid.
18Gods37 wagens zijn38 tweemaal tien duizend, de duizenden39 verdubbeld. De Heere is onder hen, een40 Sinaï in heiligheid!
1941d U bent opgevaren in de hoogte; U hebt de42 gevangenis als gevangene gevoerd; U hebt gaven genomen43 om uit te delen onder de mensen; ja, ook de44 opstandigen45 om bij U te wonen, o JAHWEH God!
2046 Geloofd zij de Heere;47 dag bij dag48 overlaadt Hij ons. Die God is onze Zaligheid. Sela.
21Die God is ons een God van49 volkomen Zaligheid; en bij JAHWEH, de Heere, zijn50 uitkomsten51 tegen de dood.
22Voorzeker zal God de kop van Zijn vijanden52 verslaan, de53 harigen schedel van degene, die in zijn54 schulden wandelt.
23De Heere heeft gezegd: Ik zal wederbrengen uit Basan; Ik zal wederbrengen uit de diepten van de zee;
24Opdat u uw voet, ja, de tong van uw honden, mag steken in het bloed56 van de vijanden, van ieder van hen.
25O God!57 zij hebben Uw gangen gezien, de gangen van mijn God, van mijn Koning, in het heiligdom.
26De58 zangers gingen voor, de speellieden achter, in het midden de59 trommelende maagden.
27Looft God in de gemeenten, de Heere, u, die bent uit de60 springader van Israël!
2861 Daar is Benjamin de62 kleine, die over hen63 heerste, de vorsten van Juda, met64 hun vergadering, de vorsten van Zebulon, de vorsten van Nafthali.
29Uw God heeft uw sterkte65 geboden; sterk, o God, wat U66 aan ons gewerkt hebt!
30Vanwege Uw67 tempel te Jeruzalem,68 zullen U de koningeng geschenk toebrengen.
3169 Scheld het70 wild gedierte van71 het riet, de vergadering72 van de stieren met de73 kalveren van de volken; en die, die74 zich onderwerpt met stukken zilvers;75 Hij heeft de volken verstrooid, die lust hebben in oorlogen.
3276 Prinselijke gezanten zullen komen uit Egypte;77 Morenland zal zich78 haasten zijn handen tot God uit te strekken.
33U koninkrijken van de aarde, zingt voor God; psalmzingt de Heere! Sela.
34Die, Die daar rijdt in de hemel van de hemelen,79 Die van ouds is; ziet, Hij geeft Zijn80 stem, een stem van de sterkte.
35Geef voor God81 sterkte! Zijn82 hoogheid is over Israël, en Zijn sterkte in de83 bovenste wolken.
36O God! U bent vreselijk uit Uw84 heiligdommen; de God van Israël, Die geeft de85 volk sterkte en krachten.86 Geloofd zij God!