Psalmen 143

11 Een psalm van David. O JAHWEH! hoor mijn gebed, neig de oren tot mijn smekingen;2 verhoor mij naar Uw waarheid,3 naar Uw gerechtigheid. 2En4 ga niet in het gericht met Uw knecht;a want niemand, die leeft,5 zal voor Uw aangezicht rechtvaardig zijn. 36 Want de7 vijand vervolgt8 mijn ziel,9 hij vertreedt10 mijn leven ter aarde;11 hij legt mij in duisternissen,12 als degenen, die over lang dood zijn. 4Daarom wordt mijn geest13 overstelpt in mij, mijn hart is14 verbaasd in het midden van mij. 5b Ik15 gedenk aan de dagen van ouds; ik overleg al16 Uw daden; ik spreek bij mijzelf van de werken van Uw handen. 617 Ik breid mijn handen uit tot U; mijn ziel is voor U18 als een dorstig land. Sela. 7Verhoor mij haastig, JAHWEH! mijn geest bezwijkt;19 verberg Uw aangezicht niet van mij, want ik zou gelijk worden20 van hen, die in de kuil dalen. 8Doe mij21 Uw goedertierenheid22 in de morgenstond horen, want ik betrouw op U;23 maak mij bekend de weg, die ik te gaan heb,c want ik hef24 mijn ziel25 tot U op. 9Red mij, JAHWEH! van mijn vijanden;26 bij U schuil ik. 10Leer mij27 Uw welbehagen doen, want28 U bent mijn God!29 Uw goede Geest geleide mij30 in een effen land. 11O JAHWEH!31 maak32 mij levend,33 omwille van uw Naam; voer34 mijn ziel uit de benauwdheid, om Uw gerechtigheid. 12En35 roei mijn vijanden uit, om Uw goedertierenheid, en breng hen om, allen, die mijn ziel benauwen;36d want ik ben Uw knecht.