Psalmen 116

11 Ik heb lief, want JAHWEH hoort mijn stem, mijn smekingen; 2Want Hij neigt Zijn oor tot mij; daarom zal2 ik Hem in mijn dagen aanroepen. 33 Dea banden4 van de dood hadden mij omvangen, en5 de angsten van het dodenrijk hadden mij6 getroffen; ik vond benauwdheid en droefenis. 4Maar ik riep de Naam van JAHWEH aan, zeggende: Och JAHWEH! bevrijd mijn ziel. 5JAHWEH is genadig en8 rechtvaardig, en onze God is ontfermende. 6JAHWEH bewaart de eenvoudigen;9 ik was10 uitgeteerd, maar Hij heeft mij verlost. 7Mijn ziel! keer weer tot uw rust, want JAHWEHb heeft aan u11 welgedaan. 8Want U, JAHWEH! hebt12 mijn ziel gered van de dood, mijn ogen van tranen, mijn voet van aanstoot. 9Ik zal wandelen voor het aangezicht van JAHWEH, in de landen13 van de levenden. 1014 Ikc heb geloofd,15 daarom16 sprak ik; ik ben zeer bedrukt geweest. 11Ik zei in mijn haast: Alle mensen zijn leugenaars. 1219 Wat zal ik JAHWEH20 vergelden voor al Zijn weldaden aan mij bewezen? 13Ik zal de beker21 van de verlossingen opnemen, en de Naam van JAHWEH aanroepen. 1422 Mijn geloften zal ik JAHWEH betalen, nu,23 in de aanwezigheid van al Zijn volk. 1524 Kostelijk is in de ogen van JAHWEH de dood van Zijn25 gunstgenoten. 16Och, JAHWEH!26 zeker ik ben Uw knecht, ik ben Uw knecht,27 een zoon van Uw dienstmaagd; U hebt28 mijn banden29 losgemaakt. 17Ik zal U offeren30 een offergave van dankzegging, en de Naam van JAHWEH aanroepen. 1831 Ik zal mijn gelofte JAHWEH betalen, nu, in de aanwezigheid van al Zijn volk. 19In32 de voorhoven van het huis van JAHWEH, in het midden van u, o Jeruzalem! Hallelujah!