Openbaring 1
Boekinleiding
lees meer ▾
DIT Boek, op de wijse van een zendbrief aan de Gemeenten in-gesteld, is het laatste Boek van de Nieuwen Testaments, en als een verzegeling van de zelf. En is van de Apostel Johannes geschreven, na het...
DIT Boek, op de wijse van een zendbrief aan de Gemeenten in-gesteld, is het laatste Boek van de Nieuwen Testaments, en als een verzegeling van de zelf. En is van de Apostel Johannes geschreven, na het getuigenis van de Oude schrijvers, omtrent vier-en-sestig jaren na CHRISTUS hemelvaart, op het ein de van de regering van de Keizers Domitiani, van welke ook Johannes, na vele vervolgingen van de Christenen, in het eiland Patmos is gebannen geweest, alwaar deze Openbaring, tot troost en waarschouwing van de Christelijke Gemeente, hem is geschiedt, Zoals hij zelf Capit. 1:9. getuigt. En hoewel enige oude Leraren menen dat Johannes zijn Evangelie, op het versoek van de Kerken van Azië, na zijn verlossing uit dit Patmos noch zou hebben geschreven, zo is ’t nochtans geloofweerdiger uit het tweede vers van het eerste Capitt. en andersins, dat deze Openbaring van hem laatst is geschreven: en heeft Johannes ten aansien van de materien daarin begrepen, en na hem de Christelijke Kerk, goet gevonden het gehele Nieuwe Testament met dit boek te besluiten, Zoals ook de scherpe aan-maningen, in het ein de van dit boek, van niets hier toe of af te doen Hfst. 22. vers 18, 19. mede-brengen. Dit Schrift hoe wel het, als een Prophetisch Schrift, sprekende van toekomende zaken, vele plaatsen heeft zwaar om te verstaan, is nochtans vol Goddelijke leeringen, dienende tot weer-legging van vele ketterien, die doe reeds op de bane gebracht waren, en strekt in het bijzonder om de Gemeente CHRISTUS te onderrichten, wat zwarigheden haar van de duivel en zijn instrumenten, en voornaamlijk van de Antichrist en zijn Dienaren, na die tijd zouden overkomen: en de zware straffen die de vijanden van de Gemeente van tijd tot tijd, en insonderheid in het laatste oordeel, hadden te verwachten: midtsgaders de wonderbare verlossingen die God zijn Gemeente ook van tijd tot tijd zou bewijzen: en in het bijzonder de goede uitkomste en overwinning over allen, en de on-uitsprekelijke heerlikheid en geluksaligheid, die zij na CHRISTUS komste ten oordeele, in het Hemelse Jeruzalem, in van de eeuwigheid zouden genieten. En wordt dit boek bequamelijk in drie deelen af-gedeelt. Het eerste is een voor-reden begrepen in de 8 eerste versen Capit. 1. Het tweede is een Verhaal van de Profetise Gezichten, en Voorzegging van de dingen, die van die tijd af de Gemeente CHRISTUS tot het ein de van de wereld zouden overkomen, geduerende tot het 6 vers van het laatste Capit. Van waar verder tot het ein de van de Boeks, de verzegeling en ’t besluit van de Boeks, als ook van de geheelen Nieuwen Testaments, verhaalt wordt. Aangaande nu de Voorseggingen, beginnde van het 9 vers Capit. 1. en eindigende met het 6 vers Capit. 22. die worden onder verscheidene afdeelingen, en Profetise Gezichten, voor-gesteld: waarvan enige diergelijke ook bij de Profeten van de Ouden Testaments, als bij Esaias, Ezechiel, Daniel, Zacharias, en andere worden gevonden, Zoals in de aantekeningen zal worden aangewesen. Alzo het Gode gelieft heeft de dingen die toekomende zijn, wel somwijlen met klare woorden, maar somwijlen ook met duistere afbeeldingen en gezichten voor te stellen, zo om onze neerstigheid in het ondersoeken van de zelf te meer op te wekken, als ook om de grootheid en het gewichte van de zelf te beter aan te wijsen, zo doet hij hier ook in het bijzonder door Ioannem, omdat in deze Profetie vele dingen voor-komen, de plagen en veranderingen van het Roomse Rijk aangaande, die de zelf zouden occasie hebben mogen geven, om de Christenen te zwaarder te vervolgen. Waarom ook Paulus 2.Thessal. hfst. 2. van de zelf zaak handelende, enige bedekte wijsen van spreken gebruikt. De Gezichten nu, die in deze Voorseggingen voorkomen, zijn in het bijzonder Seven. Het eerste Gezichte beginnde aan het negende vers van het eerste Capitt. en duerende tot het ein de van het derde, beeld ons CHRISTUS af in zijn Koninklijken en Priesterlijken staat, wandelende onder de seven Candelaren, of Gemeenten; en ook zijn geboden die hij geeft om te schrijven aan de seven Gemeenten van Azië, daar Johannes meest onder had verkeert, met de zendbrieven zelf aan die Gemeenten. Het tweede Gezichte is een Gezichte van Gods heerlikheid, sittende op zijn throon, en van het Lam staande op de throon, om-rincht van vier-en-twintig Ouderlingen, en van vier Dieren, met het Boek verzegelt met seven zegelen, en de wonderen die na het openen van elken zegel in de wereld geschied zijn: welk Gezichte duert tot het ein de van het zevende Capit. Het derde Gezichte is de verschijning van de seven Engelen, met haar bazuinen, d’ een na d’ ander volgende, welk duert tot het ein de van het elfde Hoofdstuk. Het vierde Gezichte is het gezichte van de Vrouwe, die in barens-noot is, en van de Draak vervolcht wordt tot in de wildernis, en van de twee Beesten die de heilige vervolgen, die van het Lam staande op de bergh Sion met zijn geselschap van hondert vier-en-veertig duizend, dat hem volcht, worden wederstaan, begrepen in het twaalfde, dertiende, en veertiende Capit. Het vijfde Gezichte is het gezichte van de seven phiolen, en van de plagen die uit de zelf phiolen worden uitgestort op de throon van de Beeste, beschreven in het vijftiende, en sestiende Hfst. Waar op volcht in’t seste Gezichte, de af-beelding van de grote Hoere van Babel, sittende op het Beest met seven hoofden, dat is, op de stad met seven bergen, en van het zwaar oordeel Gods over haar en over het Beest, en ook het triumph-liedt van de Hemelse scharen, die met CHRISTUS haar hoofd vergeselschapt zijn, over haar oordeel, begrepen in het seventiende, achtiende, en negentiende Capit. Het zevende Gezichte stelt voor de binding van de Satans voor duizend jaren, met zijn los-lating voor een korte tijt, en de voleinding van alle dingen daarop gevolcht, door het laatste oordeel Gods over de duivel, dood, en alle goddeloze, en door de neder-daling van het hemlsch Jeruzalem tot een heerlijke en eeuwige woonstede van alle uitverkorene, begrepen in het twintighste, een-en-twintighste, en in’t eerste deel van het twee-en-twintighste Hfst.
11 De openbaring van Jezus Christus, die2 God3 hem gegeven heeft, om Zijn dienaren4 te tonen5 de dingen, die haast gebeuren moeten; en die Hij door Zijn engel gezonden, en Zijn dienaar Johannes te kennen gegeven heeft;
26 Die7 het woord van God betuigd heeft, en8 de getuigenis van Jezus Christus, en al wat hij gezien heeft.
3a Zalig is hij, die leest, en zijn zij, die horen de woorden van deze profetie, en die bewaren, wat daarin geschreven is;b want9 de tijd is nabij.
4Johannes10 aan de zeven Gemeenten,11 die in Azië zijn: genade zij u en vrede12 van Hem,c Die is, en Die was, en Die komen zal; en van13 de zeven geesten, die voor Zijn troon zijn;
5En van Jezus Christus,d Die14 de getrouwe Getuige is,e de Eerstgeborene uit de doden, en de Overste van de koningen van de aarde. Hem, Die ons heeft liefgehad, en ons van onze zonden gewassen heeft15f in Zijn bloed.
6En Die ons gemaakt heeft16g tot koningen enh priesters voor God en Zijn Vader; Hem, zeg ik, zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen.
7Ziet,i Hij17 komt met de wolken en18 alle oog zal Hem zien, ook degenen,k die Hem19 doorstoken hebben; en20 alle geslachten van de aarde zullen21 over Hem rouw bedrijven;22 ja, amen.
8l Ik ben de23 Alfa en de Omega,24 het Begin en het Einde, zegt25 de Heere, Die is, en Die was, en Die komen zal, de Almachtige.
926 Ik, Johannes, die ook uw broeder ben, en metgezel in de verdrukking, en in het Koninkrijk, en in de volharding van Jezus Christus, was op het eiland, genoemd27 Patmos, om het Woord van God, en om de getuigenis van Jezus Christus.
10En ik was28m in de geest op29 de dag van de Heere; en ik hoorde achter mij een luide stem,30 als van een bazuin,
11Zeggende:31 Ik ben de Alfa en de Omega, de Eerste en de Laatste; en wat u ziet, schrijf dat in32 een boek, en zend het aan de zeven Gemeenten, die in Azië zijn, namelijk33 naar Efeze, en naar Smyrna, en naar Pergamus, en naar Thyatire, en naar Sardis, en naar Filadelfia, en naar Laodicea.
12En ik keerde mij om, om te zien34 de stem, die met mij gesproken had; en mij omgekeerd hebbende, zag ik35 zeven gouden kandelaren;
13En in het midden van de zeven kandelaren Een,36n de Zoon des mensen gelijk zijnde, bekleed met37 een lang kleed tot de voeten, en38o omgord aan de borsten met een gouden gordel;
14En Zijn hoofd en haar39 was wit, gelijk alsp witte wol, gelijk sneeuw;q en40 Zijn ogen gelijk een vlam van vuur;
15En Zijn voeten waren41 blinkend koper gelijk, en gloeiden als in een oven; en Zijn stemr als een stem42 van vele wateren.
16En Hij had43 zeven sterren44 in Zijn rechterhand; en uit Zijn mond gings een45 tweesnijdend scherp zwaard; en Zijn aangezicht was,46 gelijk de zon schijnt in haar kracht.
17En toen ik Hem zag,47 viel ik als dood aan Zijn voeten; en Hij legde Zijn rechterhand op mij, zeggende tot mij: Vrees niet;t Ik48 ben de Eerste en de Laatste;
18v En49 Die leef, en Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. Amen.x En Ik heb50 de sleutels van de hel en van de dood.
19Schrijf,51 wat u gezien hebt, en52 wat is, en53 wat gebeuren zal na deze:
20Het geheim van de zeven sterren, die u gezien hebt in Mijn rechterhand, en de zeven gouden kandelaren. De zeven sterren54 zijn55y de engelen van de zeven Gemeenten; en de zeven kandelaren, die u gezien hebt, zijn de zeven Gemeenten.