Kolossenzen 3
11 Als u dan met Christus opgewekt bent, zo zoekt de dingen,2 die boven zijn,a waar Christus is, zittende aan de rechterhand van God.
23 Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet4 die op de aarde zijn.
3b Want5 u bent gestorven, en6 uw leven is met Christus7c verborgen in God.
4d Wanneer nu Christus8 zal geopenbaard zijn,9 Die ons leven is, dan zult ook u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.
510e Doodt dan11f uw leden,12 die op de aarde zijn, namelijk13 hoererij,14g onreinheid, schandelijke beweging, kwade begeerlijkheid, en de gierigheid,h die is15 afgodendienst.
6i Om welke16 de toorn van God komt over17 de kinderen van de ongehoorzaamheid;
7k In die ook u18 vroeger hebt gewandeld, toen u daarin leefde.
8l Maar nu legt ook u dit alles af,19 namelijk toorn, boosheid,20 kwaadheid, lastering, vuil spreken uit uw mond.
9m Liegt niet tegen elkaar, omdat u uitgedaan hebt21 de oude mens met zijn werken,
10n En aangedaan hebt de nieuwe mens, die vernieuwd wordt23 tot kennis,o naar het evenbeeld Van Degene,24 Die hem geschapen heeft;
1125 Waarin26p niet is Griek en Jood, besnijdenis en voorhuid, barbaar en Scyth,27q dienaar en vrije;28 maar Christus is alles en in allen.
12r Zo doet dan aan,s als uitverkorenen van God, heiligen en29 geliefden,30 de innerlijke bewegingen van de barmhartigheid, goedertierenheid, nederigheid, zachtmoedigheid, geduld;
13Verdragende elkaar,t en vergevende de één de anderen, zo iemand tegen iemand31 enige klacht heeft; zoals Christus u vergeven heeft, doet ook u zo.
14v En boven dit alles doet aan de liefde, diex is32 de band van de volmaaktheid.
15En33 de vrede van God34 heerse in uw harten, tot welke u ook geroepen bent35 in één lichaam; en36 weest dankbaar.
1637 Het woord van38 Christus wone rijk in u,39 in alle wijsheid;y leert en vermaant elkaar,40 met psalmen en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende de Heere met41 aangenaamheid42 in uw hart.
17En al wat u doet met woorden of met werken, doet het alles43 in de Naam van de Heerez Jezus, dankende God en de Vader door Hem.
18a U vrouwen, wees uw eigen mannen onderdanig, zoals het past44 in de Heere.
19b U mannen, hebt uw vrouwen lief, en wordt niet verbitterd tegen haar.
20c U kinderen, wees uw ouderen gehoorzaam45 in alles, want dat is de Heere welbehaaglijk.
21U vaders,46 tergt uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden.
22d U dienaren, wees47 in alles gehoorzaam uw heren naar het vlees, niet met48 ogendiensten als mensenbehagers, maar met eenvoud van het49 hart, vrezende God.
23En al wat u doet, doet dat van hart als de Heere en50 niet de mensen;
24Wetende, dat u van de Heere zult ontvangen51 de vergelding van de erfenis; want u dient de Heere Christus.
25Maar52 die onrecht doet, die zal53 het onrecht dragen, dat hij gedaan heeft; en er is geen54 aanneming van de persoon.