Kolossenzen 2

11 Want ik wil, dat u weet, hoe grote2 strijd ik voor u heb, en voor degenen, die3 te Laodicea zijn, en zo velen als4 er mijn aangezicht in het vlees niet hebben gezien; 25 Opdat hun harten6 vertroost mogen worden,7 en zij samengevoegd zijn in de liefde, en dat tot allen rijkdom8 van de volle verzekerdheid van het9a verstand, tot kennis van het geheim van God en de Vader, en van Christus; 310b In Wie al de schatten11 van de wijsheid en van de12 kennis verborgen zijn. 4En dit zegc ik, opdat niet iemand u misleide13 met14 beweegredenen, die een schijn hebben. 5Wantd hoewel ik15 met het vlees van u ben, toch ben ik met de geest bij u, mij verblijdende en16 ziende17 uwe ordening, en de vastheid18 van uw geloof in Christus. 6Zoals u dan Christus Jezus, de Heere, hebt19 aangenomen, wandelt20 zo in Hem; 7f Geworteld en opgebouwd in Hem, en bevestigd in het geloof,21 zoals u geleerd bent,g overvloedig zijnde in hetzelfde,22 met dankzegging. 823h Ziet toe, dat niemand u24 als een roof vervoere door25 de filosofie, en ijdele verleiding, naar de26 overlevering van de mensen, naar27 de eerste beginselen van de wereld, en28 niet naar Christus; 9i Want29 in Hem30 woont al31 de volheid van de32 Godheid lichamelijk; 10k En u bent33 in Hem34 volmaakt, Die het Hoofd is van35 alle overheid en macht; 1136l In Welken u ook37 besneden bent met een besnijdenis, die38 zonder handen gebeurt, in de uittrekking39 van het lichaam van de40 zonden van het41 vlees, door de besnijdenis van Christus; 12m Zijnde met Hem42 begraven in de doop,43 in welke u ook met Hem opgewekt bent44n door het geloof45 van de werking van God, Die Hem uit de doden opgewekt heeft. 13o En Hij heeft46 u, als u47 dood was in de misdaden, en48 in de voorhuid van uw vlees,49 mee levend gemaakt met Hem, al uw misdaden u50 vergevende; 1451 Uitgewist hebbende52 het handschrift, dat tegen ons was,53 in voorschriften bestaande, dat, zeg54 ik, enigerwijze ons tegen was, en heeft het uit het midden weggenomen, hetzelfde aan het kruis genageld hebbende; 1555p En de overheden en de machten56 uitgetogen hebbende, heeft Hij die57 in58 het openbaar tentoongesteld, en heeft59 door hetzelfde over hen60 getriomfeerd. 1661q Dat u dan niemand62 oordele63 in voedsel of64 in drank,65 of in het stuk66r van de feestdags, of van de nieuwe maan, of van de sabbatten; 17Die zijns een schaduw van de toekomende dingen, maar67 het lichaam is van Christus. 18t Dat dan68 niemand u overheerse69 naar zijn wil in nederigheid en70 dienst van de engelen,71 intredende in wat hij niet gezien heeft, tevergeefs72 hoogmoedig zijnde door het73 verstand van zijn vlees; 19En74 het Hoofd niet behoudende, uit dat het hele75 lichaam, door76 de samenvoegselen en samenbindingen voorzien en samengevoegd zijnde,77 verrijst met goddelijke wasdom. 2078 Als u dan met Christus79v de eerste beginselen van de wereld bent afgestorven, wat wordt u, zoals of u80 in de wereld leefde,81 met voorschriften belast? 2182 Namelijk raak niet, en smaak niet, en roer niet aan. 22Die dingen alle83 verderven door het gebruik,x ingevoerd84 naar de geboden en onderwijzingen van de mensen; 23y Die wel hebben een schijnrede85 van wijsheid86 in eigenwillige godsdienst en nederigheid, en in het lichaam niet te sparen,87 maar zijn niet in enige waarde,88z maar tot verzadiging van het vlees.