Jesaja 62

11Omwille van2 Sion zal ik3 niet zwijgen, en omwille van Jeruzalem zal ik4 niet stil zijn; totdat5 haar gerechtigheid6 voortkome als een glans, en haar heil als een fakkel, die brandt. 2En de heidenen zullen7 uw gerechtigheid zien, en alle koningen uw heerlijkheid; en u zult met8a een nieuwe naam genoemd worden, welke de mond9 van JAHWEH uitdrukkelijk noemen zal. 3En10 u zult een sierlijke kroon zijn11 in de hand van JAHWEH, en12 een kroon in de hand van uw God. 4Tot u zal niet meer gezegd worden:13 De verlatene, en tot uw land zal niet meer gezegd worden:14 Het verwoeste; maar u zult genoemd worden:15 Mijn lust is aan haar! en16 uw land:17 Het getrouwde; want JAHWEH heeft een lust aan u, en uw land zal getrouwd worden. 5Want gelijk een jongeling een jonkvrouw trouwt, zo zullen uw kinderen19 u trouwen; en gelijk de bruidegom vrolijk is over de bruid, zo20 zal uw God over u vrolijk zijn. 621O Jeruzalem! Ik heb22 wachters op uw muren besteld, die steeds al de dag en al de nacht23 niet zullen zwijgen.24 O u, die van JAHWEH doet gedenken,25 laat geen stilzwijgen bij u wezen! 7En zwijgt niet stil26 voor Hem, voordat Hij bevestige, en voordat Hij Jeruzalem stelle tot een27 lof op aarde. 828 JAHWEH heeft gezworen29 bij Zijn rechterhand, en30 bij de arm van Zijn sterkte:31 als Ik32 uw koren meer zal geven33 tot voedsel voor uw vijanden, en als34 de vreemden zullen drinken van uw most, waaraan u gewerkt hebt! 9Maar35 die het inzamelen zullen, die zullen het eten, en zij zullen JAHWEH prijzen; en36 die hem verzamelen zullen, zullen hem drinken37 in de voorhoven van Mijn heiligdom. 10b Gaat door, gaat door, door de poorten,38 bereid de weg van het volk; verhoog,39 verhoog een baan,40 ruim de stenen weg,41 steek een banier omhoog tot de volken! 11Zie, JAHWEH42 heeft doen horen, tot aan het einde van de aarde: zegt43 van de dochter van Sion:44 Zie, uw Heil komt; zie,45 Zijn loon is met Hem, en46 Zijn arbeidsloon is voor Zijn aangezicht. 12En zij zullen47 hen noemen48 het heilige volk,49 de verlosten van JAHWEH; en50 u zult genoemd worden51 de gezochte,52 de stad, die niet verlaten is.