Jesaja 25

11 JAHWEH! U bent mijn God, U zal ik verhogen, Uw Naam zal ik loven, want U hebt2 wonder gedaan; Uw3 raadslagen van verre zijn waarheid4 en vastheid. 25 Want U hebt van de6 stad eena steenhoop7 gemaakt; de versterkte stad tot een vervallen hoop; het paleis van de vreemdelingen, dat het geen stad meer zij, in eeuwigheid zal zij niet herbouwd worden. 3Daarom zal U8 een machtig volk eren, de stad9 van de tirannische volken zal U vrezen. 4Want U bent10 de arme een Sterkte geweest, een Sterkte de arme, als hem bange was; een Toevlucht11 tegen de vloed, een Schaduw tegen de hitte;12 want13 het blazen van de tirannen is als een vloed tegen een wand. 514 Gelijk de hitte in een dorre plaats, zult U de onstuimigheid van de vreemdelingen neerdrukken; gelijk de15 hitte door de schaduw van een dikke wolk, zal het16 gezang van de tirannen vernederd worden. 6En17 JAHWEH van de legermachten zal op18 deze berg19 alle volken20 een vetten maaltijd maken, een maaltijd van21 reinen wijn,22 van vet vol mergs, van reine wijnen, die gezuiverd zijn. 7En Hij zal op deze berg23 verslinden24 het bewindsel van het aangezicht, waarmee alle volken bewonden zijn,25 en het deksel, waarmee alle natiën bedekt zijn. 8b Hij zal de dood26 verslinden27 tot overwinning, en de Adonai JAHWEH zal de tranen van28 alle aangezichten afwissen; en Hij zal de smaad van Zijn volk29 van de hele aarde wegnemen; want JAHWEH heeft het gesproken. 9En men zal op die dag zeggen: Ziet,30 Deze is onze God; wij hebben Hem verwacht, en Hij zal ons31 zalig maken. Deze is JAHWEH, wij hebben Hem verwacht, wij zullen ons verheugen en verblijden32 in Zijn zaligheid. 10Want33 de hand van JAHWEH zal op deze berg rusten; maar34 Moab zal35 onder Hem verdorst worden, gelijk het stro verdorst wordt36 tot mest. 11En37 Hij zal38 Zijn handen uitbreiden in het midden van hen, gelijk als een zwemmer die uitbreidt om te zwemmen, enc Hij zal39 hun hoogmoed vernederen40 met de lagen van hun handen. 12En Hij zal41 de hoge vesten42 van uw muren buigen, vernederen,43 ja, Hij zal44 ze ter aarde tot het stof toe doen reiken.