Jesaja 18
11 Wee het land,2 dat schaduwachtig is3 aan de frontieren,4 dat aan de zijde van de rivieren van Morenland is;
25 Dat gezanten zendt over de zee, en6 in schepen van biezen op de wateren! Ga heen, u7 snelle boden! tot een volk,8 dat getrokken is en geplukt, tot een volk, dat vreselijk is9 van dat het was en voortaan; een volk10 van regel en regel, en van vertreding, waarvan de rivieren het land beroven.
311 Allen u ingezetenen van de wereld, en u inwoners van de aarde! als12 men de banier zal oprichten op de bergen,13 zult u het zien, en als de bazuin zal blazen, zult u het horen.
4Want zo heeft JAHWEH tot mij gezegd:14 Ik zal stil zijn, en zien in Mijn woning, als de glinsterende hitte op de regen, als een wolk van de dauws in de hitte van de oogst;
515 Want16 voor de oogst, als de botte volkomen is, en de onrijpe druif rijp wordt na de bloesem, zo zal Hij de ranken met snoeimessen afsnijden, en de takken wegdoen en afkappen.
617 Zij zullen samen gelaten worden de roofvogelen van de bergen, en de dieren van de aarde; en de roofvogelen zullen18 op hen overzomeren, en alle dieren van de aarde zullen daarop overwinteren.
719 Te die tijd zal JAHWEH van de legermachten een geschenk gebracht worden20 van het volk, dat getrokken is en geplukt, en21 van het volk, dat vreselijk is van dat het was en voortaan; een volk van regel en regel, en van vertreding, waarvan de rivieren het land beroven; tot de plaats van de Naam van JAHWEH van de legermachten, tot de berg Sion.