Hosea 1

Boekinleiding lees meer ▾ DE Profeet Hosea (Zoals ook Amos, en meer andere) is bijzonderlijk van God gezonden tot het Koninkrijk Israëls of van de 10 stammen, (hoewel ondertussen Iuda ook meermaals van hem bestraft wordt) onde...
DE Profeet Hosea (Zoals ook Amos, en meer andere) is bijzonderlijk van God gezonden tot het Koninkrijk Israëls of van de 10 stammen, (hoewel ondertussen Iuda ook meermaals van hem bestraft wordt) onder de welke hij tot een bewijs van Gods grote lankmoedigheid en getrouwigheid, een langen tijt, (als hfst. 1. vers 1. te zien is) geprofeetert heeft: waarvan de H. Geest gewilt heeft, dat het Sommier van de kerk Gods in dit boek schriftelijk zou worden nagelaten, begrijpende, voor eerst, Profetise af beeldingen, en zeer scherpe bestraffingen van de zondigen en vervalligen staat van de gantschen Koninkrijks, bijzonderlijk van de snoode Afgoderij met de goudene kalveren, die ten tijde van Rehabeam, Salomons zoon, van haar eerste opgeworpen Koning, Ierobeam de zoon Nebats, waren opgericht, als Israël zich eerst van Iuda en de waren Gods-dienst afsonderde: (1.Reg. 12, 27, 28. etc.) waarop verder een afgrijselijke heidense ongebondenheid, en als een over-stroomende vloed van allerlei zonden gevolcht is, zo tegen de eerste als tegen de tweede tafel van Gods wet, en dat onder alles stants personen, die daarover van God door deze Profeet heftichlijk worden gescholden: met veelvoudige en zeer beweechlijke vermaningen en noodigingen tot oprechte en tijdelijke bekering. Maar alzo de godtloosheid en hartnekkigheid van de Koningen af, tot de minsten van de volks toe, dagelijks wies en d’overhant nam, wordt haar ten tweeden geprofeetert de gehele verwoesting en ondergang haars Rijks en Staats, gevanklijke wechvoering na Aszijrien, en ook een zeer langdurige desolaten toestant onder de heidense natiën. Ten derden, worden de boetveerdige en geloovige getroost met schoone beloften van Gods genade in haar hemelschen Koning, JEZUS CHRISTUS, tot welke zich alle uitverkorene, niet alleen uit Israël, maar ook uit de heidenen, zouden bekeeren, en in hem eeuwig gezegent en salich zijn.