Gods Woord
onze woorden
2 Timotheüs 3:16Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot onderwijzing, tot weerlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is;

We proberen te ontdekken wat de Bijbel ons leert over verantwoordelijkheid!

We laten het Woord spreken in de sterke overtuiging dat wat God over Zijn eigen Woord zegt de waarheid is!

Handelingen 17:11(..) als die het woord ontvingen met alle bereidwilligheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen zo waren.

We zetten de teksten op een rij zonder ons te laten afleiden door de geboden en leringen van de mensen. Als u onderzocht heeft of het alzo is, dan houden we ons aanbevolen voor verbeteringen op basis van Gods Woord!

Genesis 3:9, 12En God JAHWEH riep Adam, en zei tot hem: Waar bent u? (..) Toen zei Adam: De vrouw, die U bij mij gegeven hebt, die heeft mij van die boom gegeven, en ik heb gegeten.
Genesis 4:9En JAHWEH zei tot Kaïn: Waar is Abel, uw broer? En hij zei: Ik weet het niet; ben ik van mijn broer hoeder?

Waarom is het belangrijk om dit te weten? Omdat de eerste twee gesprekken die God met mensen voert ná de zondeval allebei één vraag zijn: Waar bent u? en Waar is uw broer? En de eerste twee antwoorden zijn allebei een ontwijking: de vrouw die U mij gegeven hebt, en ben ik mijn broeders hoeder?

De hele Bijbel daarna is God die de vraag blijft stellen, en mensen die leren er eerlijk op te antwoorden.

Romeinen 14:12Zo dan ieder van ons zal voor zichzelf voor God rekenschap geven.
Hebreeën 4:13En er is geen schepsel onzichtbaar voor Hem; maar alle dingen zijn naakt en geopend voor de ogen Van Degene, met Welke wij te doen hebben.

Kernwoorden. Het woord verantwoordelijkheid komt in de Bijbel niet voor; zij zegt het met vijf beelden. Darash (H1875): eisen, terugvragen – “van uw hand zal Ik het eisen”. Shomer (H8104): hoeder, bewaarder – hetzelfde woord als in Genesis 2:15, de hof bewaren. Tsofeh (H6822): wachter op de muur. Oikonomos (G3623): rentmeester, die beheert wat van een ander is. En logon apodidonai (G3056+G591): rekenschap geven, letterlijk het woord teruggeven – Hebreeën 4:13 zegt: aan Wie ons woord verschuldigd is.

Samengevat: verantwoordelijkheid is in de Bijbel geen eigenschap die je hebt, maar een relatie: iets is je in handen gegeven, en Iemand vraagt het terug.

Samenvatting & lessen
Gods Woord
Deel 1 — De opdracht komt vóór de val
1) Verantwoordelijkheid is geen straf; ze is de eerste opdracht. Vóór er zonde was, was er al een taak. De mens is gemaakt om iets in handen te hebben.
Genesis 2:15Zo nam God JAHWEH de mens, en zette hem in de hof van Eden, om die te bouwen, en die te bewaren.
Genesis 1:28En God zegende hen, en God zei tot hen: Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerpt haar, en hebt heerschappij.
2) Wat je in handen hebt, is niet van jou. Het is beheer, geen bezit. Daarom kan het teruggevraagd worden.
Ezechiël 18:4Ziet, alle zielen zijn Mijne; gelijk de ziel van de vader, zo ook de ziel van de zoon, zijn Mijne.
Lukas 16:2En hij riep hem, en zei tot hem: Hoe hoor ik dit van u? Geef rekenschap van uw rentmeesterschap; want u zult niet meer kunnen rentmeester zijn.
1 Petrus 4:10Een ieder zoals hij gave ontvangen heeft, zo bediene hij dezelfde aan de anderen, als goede uitdelers van de menigerlei genade van God.
Deel 2 — Ieder voor zichzelf
3) Je draagt je eigen zonde, niet die van je vader – en hij niet de jouwe. En Exodus 20:5 dan? Van degenen die Mij haten: de gevolgen lopen door de geslachten, de schuld niet. Kinderen die het haten van hun vaders voortzetten, zetten ook het oordeel voort.
Ezechiël 18:2, 20Wat is u, dat u dit spreekwoord gebruikt (..): De vaders hebben onrijpe druiven gegeten, en de tanden van de kinderen zijn stomp geworden? (..) De ziel, die zondigt, die zal sterven; de zoon zal niet dragen de ongerechtigheid van de vader, en de vader zal niet dragen de ongerechtigheid van de zoon.
Deuteronomium 24:16De vaders zullen niet gedood worden voor de kinderen, en de kinderen zullen niet gedood worden voor de vaders; een ieder zal om zijn zonde gedood worden.
Exodus 20:5(..) Die de misdaad van de vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde, en aan het vierde lid van degenen, die Mij haten;
4) Kiezen is verplicht. Niet kiezen is ook een keus. Sirach zegt het het scherpst: strek uw hand waarheen u wilt.
Deuteronomium 30:19(..) het leven en de dood heb ik u voorgesteld, de zegen en de vloek! Kiest dan het leven, opdat u leeft, u en uw zaad;
Jozua 24:15(..) kiest u heden, wie u dienen zult (..) maar voor wat betreft mij, en mijn huis, wij zullen JAHWEH dienen!
Jezus Sirach 15:14, 16-17Hij heeft van de beginne de mens gemaakt, en hem gelaten in de hand van zijn raad. (..) Hij heeft u vuur en water voorgesteld; strek uw hand waar heen u wilt. Het leven en de dood zijn voor de mens, en wat hem behagen zal, dat zal hem gegeven worden.
5) Rekenschap is persoonlijk en volledig: tot op het woord en het verborgene. Elkaars lasten dragen (Gal 6:2) én je eigen pak dragen (6:5) staan drie verzen uit elkaar. Het Grieks heeft twee woorden: baros, de last die te zwaar is voor één; en phortion, de bepakking die ieder soldaat zelf draagt. Het eerste deel je; het tweede kan niemand overnemen.
Mattheüs 12:36Maar Ik zeg u, dat van elk ijdel woord, dat de mensen zullen gesproken hebben, zij van hetzelfde zullen rekenschap geven in de dag van het oordeel.
2 Korinthiërs 5:10Want wij allen moeten geopenbaard worden voor de rechterstoel van Christus, opdat ieder wegdrage, wat door het lichaam gebeurt, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.
Prediker 12:14Want God zal ieder werk in het gericht brengen, met al wat verborgen is, hetzij goed, of hetzij kwaad.
Galaten 6:2, 5Draagt elkaars lasten, en vervult zo de wet van Christus. (..) Want ieder zal zijn eigen pak dragen.
Samenvatting & lessen
Gods Woord
Deel 3 — De excuses, en waarom ze niet gelden
6) “De vrouw die U mij gegeven hebt” – de schuld bij God leggen. Adam geeft in één zin de schuld aan de vrouw én aan God.
Genesis 3:12Toen zei Adam: De vrouw, die U bij mij gegeven hebt, die heeft mij van die boom gegeven, en ik heb gegeten.
Jakobus 1:13-14Niemand, als hij verzocht wordt, zeg: Ik word van God verzocht; want God kan niet verzocht worden met het kwade, en Hij Zelf verzoekt niemand. Maar ieder wordt verzocht, als hij van zijn eigen begeerlijkheid afgetrokken en verlokt wordt.
Jezus Sirach 15:11, 20Zeg niet: Heere is oorzaak, dat ik afgevallen ben (..) Hij heeft niemand geboden goddeloos te zijn, en heeft niemand verlof gegeven te zondigen.
7) “De slang heeft mij bedrogen” – de schuld bij de duivel leggen. Het is waar (de slang bedroog) en het geldt niet (zij at). Verleid zijn is een verklaring, geen vrijspraak. (Zie de studie Geestelijke wezens.)
Genesis 3:13En God JAHWEH zei tot de vrouw: Wat is dit, dat u gedaan hebt? En de vrouw zei: De slang heeft mij bedrogen, en ik heb gegeten.
Henoch 98:4(..) zo is ook de zonde niet op de aarde gezonden, maar de mensen hebben haar uit zichzelf geschapen; en aan een grote vervloeking zullen zij vervallen die haar bedrijven.
8) “Het volk” – de schuld bij de groep leggen. Aäron: dit kalf is er uit gekomen. Saul, drie keer: het volk, tot in zijn belijdenis toe. Een belijdenis met een want erachter is geen belijdenis. Vergelijk David: Ik heb gezondigd tegen JAHWEH. Punt. Geen bijzin – en Nathans antwoord komt in dezelfde zin.
Exodus 32:22, 24Toen zei Aäron: De toorn van mijn heer ontsteke niet! u kent dit volk, dat het in de boze ligt. (..) en ik wierp het in het vuur, en dit kalf is er uit gekomen.
1 Samuël 15:15, 24Saul nu zei: (..) want het volk heeft de beste schapen en runderen verschoond (..) Toen zei Saul tot Samuël: Ik heb gezondigd, omdat ik het bevel van JAHWEH en uw woorden overtreden heb; want ik heb het volk gevreesd en naar hun stem gehoord.
2 Samuël 12:13Toen zei David tot Nathan: Ik heb gezondigd tegen JAHWEH! En Nathan zei tot David: JAHWEH heeft ook uw zonde weggenomen, u zult niet sterven.
9) “Ik ben onschuldig” – de handen wassen. De belijdenis noemt hem sindsdien bij naam: geleden onder Pontius Pilatus. Water wast geen verantwoordelijkheid af.
Mattheüs 27:24Als nu Pilatus zag, dat hij niet vorderde, maar veel meer dat er oproer werd, nam hij water en wies de handen voor de menigte, zeggende: Ik ben onschuldig aan het bloed van deze Rechtvaardigen; u mag toezien.
Spreuken 28:13Die zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar die ze bekent en laat, zal barmhartigheid verkrijgen.
10) “Ik was bang” – de schuld bij de omstandigheden leggen. Angst als reden om niets te doen wordt luiheid genoemd.
Mattheüs 25:24-26(..) Heere! ik kende u, dat u een hard mens bent (..) En bevreesd zijnde, ben ik heengegaan, en heb uw talent verborgen in de aarde (..) Maar zijn heer, antwoordende, zei tot hem: U slechte en luie dienaar!
Spreuken 22:13De luiaard zegt: Er is een leeuw buiten; ik mocht op het midden van de straten gedood worden!
Lukas 14:18En zij begonnen allen zich eensgezind te verontschuldigen. De eerste zei tot hem: Ik heb een akker gekocht (..) ik bid u, houd mij voor verontschuldigd.
11) “Ik wist het niet” – en wanneer dat wél geldt. Echte onwetendheid verzacht; gewilde onwetendheid (wij weten dat niet, terwijl je het kon weten) niet.
Spreuken 24:12Wanneer u zegt: Ziet, wij weten dat niet; zal Hij, Die de harten weegt, dat niet merken? En Die uwe ziel gadeslaat, zal Hij het niet weten? Want Hij zal de mens vergelden naar zijn werk.
Johannes 15:22Als Ik niet gekomen was, en tot hen gesproken had, zij hadden geen zonde; maar nu hebben zij geen voorwendsel voor hun zonde.
Lukas 12:47-48En die dienaar, die geweten heeft de wil van zijn heer, en zich niet bereid, noch naar zijn wil gedaan heeft, die zal met vele slagen geslagen worden. Maar die dezelfde niet geweten heeft, en gedaan heeft dingen, die slagen waard zijn, die zal met weinige slagen geslagen worden.
Lukas 23:34En Jezus zei: Vader, vergeef het hun; want zij weten niet, wat zij doen.
Samenvatting & lessen
Gods Woord
Deel 4 — Verantwoordelijk voor de ander
12) Je bent wél de hoeder van je broer. God beantwoordt Kaïns vraag niet met woorden, maar met het bloed.
Genesis 4:9-10(..) ben ik van mijn broer hoeder? En Hij zei: Wat hebt u gedaan? daar is een stem van het bloed van uw broer, dat tot Mij roept van de aardbodem.
Genesis 9:5(..) ook van de hand van de mens, van de hand van een ieder van zijn broer zal Ik de ziel van de mens eisen.
Leviticus 19:16(..) u zult niet staan tegen het bloed van uw naaste; Ik ben JAHWEH!
13) Nalaten is zonde. De priester en de Leviet deden niets verkeerds; ze deden niets. U zult u niet mogen verbergen – drie keer in vier verzen.
Jakobus 4:17Wie dan weet goed te doen, en niet doet, die is het zonde.
Mattheüs 25:42, 45Want Ik ben hongerig geweest, en u hebt Mij niet te eten gegeven (..) Voor zoveel u dit één van deze minsten niet gedaan hebt, zo hebt u het Mij ook niet gedaan.
Lukas 10:31-32En bij geval kwam een zeker priester dezelfde weg af, en hem ziende, ging hij tegenover hem voorbij. En evenzo ook een Leviet (..) ging tegenover hem voorbij.
Deuteronomium 22:3(..) ja, zo zult u doen aan al het verlorene van uw broer (..) u zult u niet mogen verbergen.
14) Aansprakelijkheid: wat je had kunnen voorkomen. Het verschil tussen de eerste os en de tweede is één ding: wist hij het. De Bijbel kent veiligheidsplicht.
Exodus 21:28-29En wanneer een os een man of een vrouw stoot, dat hij sterft (..) de heer van de os zal onschuldig zijn. Maar als de os te voren stotig geweest is, en zijn heer is daarvan overtuigd geweest, en hij hem niet bewaard heeft, en hij doodt een man of een vrouw, zo zal die os gestenigd worden, en zijn heer zal ook gedood worden.
Exodus 21:33-34En wanneer iemand een kuil opent (..) en hij dekt hem niet toe, en een os of ezel valt daarin; De heer van de kuil zal het vergelden.
Deuteronomium 22:8Wanneer u een nieuw huis zult bouwen, zo zult u op uw dak een leuning maken; opdat u geen bloedschuld op uw huis legt, wanneer iemand, vallende, daarvan afviel.
15) De wachter: waarschuwen is jouw deel, luisteren het hunne. Twee verantwoordelijkheden, netjes gescheiden. Je bent niet verantwoordelijk voor het resultaat – wel voor het spreken.
Ezechiël 33:7-9U nu, o mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis van Israël (..) en u spreekt niet, om de goddeloze van zijn weg af te manen; die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen. Maar als u de goddeloze van zijn weg afmaant (..) en hij zich van zijn weg niet bekeert, zo zal hij in zijn ongerechtigheid sterven; maar u hebt uw ziel bevrijd.
16) Herders: wie leiding heeft, van wie wordt het geëist. Van wie veel gegeven is, wordt veel geëist – leraars het meest.
Ezechiël 34:2, 4, 10Wee de herderen Israëls, die zichzelf weiden! (..) De zwakke sterkt u niet, en het zieke heelt u niet, en het gebrokene verbindt u niet (..) Zie, Ik wil aan de herders, en zal Mijn schapen van hun hand eisen.
Hebreeën 13:17(..) want zij waken voor uw zielen, als die rekenschap geven zullen.
Jakobus 3:1Wees niet vele leermeesters, mijn broeders, wetende, dat wij een strenger oordeel zullen ontvangen.
Lukas 12:48En een ieder wie veel gegeven is, van die zal veel geëist worden; en wie men veel toevertrouwd heeft, van die zal men overvloediger eisen.
17) Ouders: wat je wist en liet gaan. Eli viel niet om wat zijn zonen deden, maar om wat hij wist en niet eens zuur aanzag.
1 Samuël 3:13(..) vanwege de ongerechtigheid, die hij geweten heeft; want als zijn zonen zich hebben vervloekt gemaakt, zo heeft hij hen niet eens zuur aangezien.
1 Samuël 2:29(..) en eer uw zonen meer dan Mij.
1 Timotheüs 5:8Maar zo iemand de zijn, en voornamelijk zijn huisgenoten, niet verzorgt, die heeft het geloof verloochend, en is erger dan een ongelovige.
Efeziërs 6:4En u vaders, verwek uw kinderen niet tot toorn, maar voedt hen op in de onderwijzing en terechtwijzing van de Heere.
18) Verantwoordelijkheid neemt geen ontslag door provocatie of positie. Mozes, na veertig jaar getergd te zijn. De koning naar Gods hart krijgt geen korting.
Numeri 20:12Daarom zei JAHWEH tot Mozes en tot Aäron: Omdat u Mij niet geloofd hebt, dat u Mij heiligde voor de ogen van de kinderen van Israël, daarom zult u deze gemeente niet inbrengen in het land.
2 Samuël 12:7Toen zei Nathan tot David: U bent die man!
Samenvatting & lessen
Gods Woord
Deel 5 — Verantwoordelijkheid nemen: hoe dat eruitziet
19) Zeggen wat je deed, zonder bijzin. David, de verloren zoon, de moordenaar aan het kruis.
Psalm 51:6Tegen U, U alleen, heb ik gezondigd, en gedaan, dat kwaad is in Uw ogen.
Lukas 15:18-19Ik zal opstaan en tot mijn vader gaan, en ik zal tot hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de Hemel, en voor u; en ik ben niet meer waard uw zoon genoemd te worden.
Lukas 23:41En wij toch rechtvaardig; want wij ontvangen straf, waard wat wij gedaan hebben; maar Deze heeft niets onbehoorlijks gedaan.
1 Johannes 1:8Als wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, zo verleiden wij ons zelf, en de waarheid is in ons niet.
20) Ook meedragen wat je niet zelf deed. Daniël, die zelf niets misdaan heeft: wij hebben gezondigd. Ezechiël 18 zegt dat je de schuld van je vaders niet draagt; Daniël laat zien dat je haar wel mag belijden. Het één gaat over het oordeel, het ander over de houding.
Daniël 9:5, 8Wij hebben gezondigd, en hebben onrecht gedaan, en goddeloos gehandeld, en gerebelleerd (..) bij ons is de beschaamdheid van de aangezichten, bij onze koningen, bij onze vorsten, en bij onze vaders, omdat wij tegen U gezondigd hebben.
Nehemia 1:6(..) en ik doe belijdenis over de zonden van de kinderen van Israël, die wij tegen U gezondigd hebben; ook ik en het huis van mijn vader, wij hebben gezondigd.
21) Terugbetalen. Eerst belijden, dan uitkeren – met een vijfde erbovenop. Sorry zeggen zonder terugbetalen kent de Bijbel niet.
Numeri 5:7En zij zullen hun zonde, die zij gedaan hebben, belijden; daarna zal hij zijn schuld weer uitkeren, naar de hoofdsom daarvan, en van die vijfde deel zal hij daarboven toedoen, en zal het die geven, aan wie hij zich verschuldigd heeft.
Lukas 19:8En Zacheüs stond, en zei tot de Heere: Zie, de helft van mijn goederen, Heere, geef ik de armen; en als ik iemand iets door bedrog ontvreemd heb, dat geef ik vierdubbel weer.
22) Je woord houden, ook als het je schaadt.
Psalm 15:4(..) heeft hij gezworen tot zijn schade, evenwel verandert hij niet;
Prediker 5:3-4(..) wat u zult beloofd hebben, betaal het. Het is beter, dat u niet belooft, dan dat u belooft en niet betaalt.
Mattheüs 5:37Maar laat zijn uw woord ja, ja; neen, neen; wat boven deze is, dat is uit de boze.
23) Werken. Wie niet wil werken, ete ook niet. En de mier heeft geen overste nodig.
2 Tessalonicensen 3:10(..) dat, zo iemand niet wil werken, hij ook niet ete.
1 Tessalonicensen 4:11-12En dat u u beijvert stil te zijn, en uw eigen dingen te doen, en te werken met uw eigen handen (..) en geen ding nodig hebt.
Spreuken 6:6-8, 10-11Ga tot de mier, u luiaard! zie haar wegen, en word wijs; die, geen overste, ambtman noch heerser hebbende, haar brood bereidt in de zomer (..) Een weinig slapens, een weinig sluimerens, een weinig handvouwens, al neerliggende; zo zal uw armoede u overkomen als een wandelaar.
24) Trouw in het kleine is de maat. Van harte, als voor de Heere.
Lukas 16:10Die getrouw is in het minste, die is ook in het grote getrouw; en die in het minste onrechtvaardig is, die is ook in het grote onrechtvaardig.
Mattheüs 25:21Wel, u goede en getrouwe dienaar! over weinig bent u getrouw geweest; over veel zal ik u zetten; ga in, in de vreugde van uw heeren.
1 Korinthiërs 4:2En verder wordt in de uitdelers vereist, dat elk getrouw bevonden wordt.
Kolossenzen 3:23En al wat u doet, doet dat van hart als de Heere en niet de mensen.
Deel 6 — De grens: wat je niet hoeft te dragen
25) Je zorgen mag je afgeven; je taak niet. De zorg (of het goed komt) is van Hem; het werk (wat vandaag in je hand ligt) is van jou.
1 Petrus 5:7Werpt al uw zorgen op Hem, want Hij zorgt voor u.
Filippenzen 1:6Vertrouwende ditzelve, dat Hij, Die in u een goed werk begonnen heeft, dat voltooien zal tot op de dag van Jezus Christus;
Mattheüs 11:30Want Mijn juk is zacht, en Mijn last is licht.
26) God weet wat Hij van je kan eisen. Wie veel gegeven is, van die wordt veel geëist – en dus: wie weinig gegeven is, weinig. Bij Elia onder de jeneverboom stelt God géén rekenschapsvraag; eerst eten en slapen. Wie niet kan, wordt niet aangesproken alsof hij niet wil. (Zie de studie Als je ziel zich neerbuigt.)
Psalm 103:14Want Hij weet, wat maaksel wij zijn, gedachtig zijnde, dat wij stof zijn.
Mattheüs 25:15En de ene gaf hij vijf talenten, en de ander twee, en de derden één, ieder naar zijn vermogen.
Lukas 17:10Zo ook u, wanneer u zult gedaan hebben al wat u bevolen is, zo zegt: Wij zijn onnutte dienaren; want wij hebben maar gedaan, wat wij verplicht waren te doen.
27) De Ene die niet verantwoordelijk was, droeg het. Hier keert alles om: de rekening die van onze hand geëist werd, is van Zijn hand geëist. Dat maakt verantwoordelijkheid nemen niet overbodig – het maakt het mogelijk. Wie weet dat de rekening betaald is, hoeft de vraag Waar bent u? niet meer te ontwijken.
Jesaja 53:6Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons ieder naar zijn weg; maar JAHWEH heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen.
2 Korinthiërs 5:21Want Die, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid van God in Hem.
1 Petrus 2:24Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout; opdat wij, van de zonden afgestorven zijnde, van de gerechtigheid leven zouden.
Romeinen 5:8Maar God bevestigt Zijn liefde tegenover ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren.
Wat leren we niet?
Gods Woord
28) Nergens wordt iemand vrijgesproken omdat hij verleid, bang, in de minderheid of onder druk was. En nergens wordt iemand aangesproken op wat hij niet kon weten of niet kon doen.
Romeinen 1:20(..) zowel Zijn eeuwige kracht als Goddelijkheid, opdat zij niet te verontschuldigen zouden zijn.
Handelingen 17:30God dan, de tijden van de onwetendheid overzien hebbende, verkondigt nu allen mensen overal, dat zij zich bekeren.
29) Nergens staat dat een kind de schuld van zijn ouders draagt – wel dat het hun gevolgen kan erven en hun haat kan voortzetten. Nergens vervangt vergeving de terugbetaling: Zacheüs betaalt vierdubbel nádat het heil in zijn huis is gekomen.
Jeremia 31:29-30In die dagen zullen zij niet meer zeggen: De vaders hebben onrijpe druiven gegeten, en van de kinderen tanden zijn stomp geworden. Maar ieder zal om zijn ongerechtigheid sterven.
Leviticus 6:5(..) dat hij het in zijn hoofdsom wedergeve, en nog het vijfde deel daarenboven toedoen zal; wiens dat is, die zal hij dat geven op de dag van zijn schuld.
30) Nergens wordt verantwoordelijkheid opgeheven door genade; ze wordt erdoor gedragen.
Galaten 6:7Dwaalt niet; God laat Zich niet bespotten; want zo wat de mens zaait, dat zal hij ook maaien.
Efeziërs 2:10Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, die God voorbereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.