2 Timotheüs 3:16Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot onderwijzing, tot weerlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is;
We proberen te ontdekken wat de Bijbel ons leert over liefde en barmhartigheid!
We laten het Woord spreken in de sterke overtuiging dat wat God over Zijn eigen Woord zegt de waarheid is!
Psalm 119:105Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.
Dit is een heerlijk beeld! Gods Woord geeft licht en helderheid op ons pad!
Handelingen 17:11(..) als die het woord ontvingen met alle bereidwilligheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen zo waren.
We zetten alle teksten uit Gods Woord op een rij over liefde en barmhartigheid, zonder ons te laten afleiden door de geboden en leringen van de mensen. Als u onderzocht heeft of het alzo is, dan houden we ons aanbevolen voor verbeteringen op basis van Gods Woord!
1 Johannes 3:18Mijn kinderen, laat ons niet liefhebben met het woord, noch met de tong, maar met de daad en waarheid.
Jakobus 2:17Zo ook het geloof, als het de werken niet heeft, is bij zichzelf dood.
Dit boekje is geschreven voor wie liefde niet vanzelf voelt.
De Bijbel wacht niet op het gevoel. Zij zegt wat je doet: geven, delen, vergeven, opzoeken, luisteren, terugbrengen wat verloren was. En zij maakt dat controleerbaar – je kunt het aan het eind van een dag nakijken.
Het gevoel komt achteraan. En dat gevoel belooft God Zelf te geven (les 46). Wie het niet voelt, begint dus niet bij het voelen, maar bij de daad.
Samenvatting & lessen
Gods Woord
1) 1 Korinthiërs 13 is geen definitie maar vijftien werkwoorden. Elk ervan kun je ’s avonds nakijken. Liefde is controleerbaar aan gedrag, niet aan gevoel.
1 Korinthiërs 13:4-7De liefde is geduldig, zij is goedertieren; de liefde is niet afgunstig; de liefde handelt niet lichtvaardig, zij is niet hoogmoedig; zij handelt niet ongeschiktelijk, zij zoekt zichzelf niet, zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad; zij verblijdt zich niet in de ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich in de waarheid; zij bedekt alle dingen, zij gelooft alle dingen, zij hoopt alle dingen, zij verdraagt alle dingen.
2) De Samaritaan: zeven handelingen en een rekening die hij betaalt. En dan: doe u evenzo. Niet: voel evenzo.
Lukas 10:34-35, 37En hij, tot hem gaande, verbond zijn wonden, gietende daarin olie en wijn; en hem heffende op zijn eigen beest, voerde hem in de herberg en verzorgde hem. En op de andere dag weggaande, haalde hij twee penningen tevoorschijn, en gaf ze de waard, en zei tot hem: Draag zorg voor hem: en zo wat u meer aan hem ten koste zult leggen, dat zal ik u wedergeven. (..) Zo zei dan Jezus tot hem: Ga heen, en doe u evenzo.
3) Als het gevoel er is maar de daad niet, was het gevoel niets waard. En omgekeerd: je mag beginnen bij de daad.
Jakobus 2:15-16Als er nu een broeder of zuster naakt zouden zijn, en gebrek zouden hebben aan dagelijks voedsel; en iemand van u tot hen zou zeggen: Gaat heen in vrede, wordt warm, en wordt verzadigd; en u zou hun niet geven de nooddruftigheden van het lichaam, wat nut is dat?
1 Johannes 3:17Zo wie nu het goed van de wereld heeft, en ziet zijn broeder gebrek hebben, en sluit zijn hart toe voor hem, hoe blijft de liefde van God in hem?
4) Ook in Mattheüs 25 telt Jezus alleen daden: eten, drinken, herbergen, kleden, bezoeken, komen. De rechtvaardigen wisten niet eens dat het liefde was.
Mattheüs 25:35-37, 40Want Ik ben hongerig geweest, en u hebt Mij te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest, en u hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling, en u hebt Mij geherbergd. Ik was naakt, en u hebt Mij gekleed; Ik ben ziek geweest, en u hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis, en u bent tot Mij gekomen. Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden, zeggende: Heere! wanneer hebben wij U hongerig gezien (..)? Voor zoveel u dit één van deze Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt u dat Mij gedaan.
5) Wat God van een mens vraagt, in drie werkwoorden: recht doen, weldadigheid liefhebben, ootmoedig wandelen. En de gulden regel: doe.
Micha 6:8Hij heeft u bekend gemaakt, o mens! wat goed is; en wat eist JAHWEH van u, dan recht te doen, en weldadigheid lief te hebben, en ootmoedig te wandelen met uw God?
Mattheüs 7:12Alle dingen dan, die u wilt, dat u de mensen zouden doen, doet u hun ook zo; want dat is de wet en de profeten.
6) Je bent geschapen tot goede werken. Ze liggen al klaar; je hoeft er alleen in te wandelen.
Efeziërs 2:10Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, die God voorbereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.
Titus 2:14(..) en Zichzelf een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.
Titus 3:14En dat ook de onze leren, goede werken voor te staan tot nodig gebruik, opdat zij niet onvruchtbaar zijn.
7) Twee dingen: je hart niet verstijven, je hand opendoen. Gul, en zonder dat je hart boos wordt terwijl je geeft.
Deuteronomium 15:7-8, 10Wanneer er onder u een arme zal zijn (..) zo zult u uw hart niet verstijven, noch uw hand toesluiten voor uw broer, die arm is; maar u zult hem uw hand gul opendoen, en zult hem rijk lenen, genoeg voor zijn gebrek, dat hem ontbreekt. (..) U zult hem gul geven, en uw hart zal niet boos zijn, als u hem geeft.
8) Niet: kom morgen terug. Als je het nu kunt, doe het nu.
Spreuken 3:27-28Onthoud het goed van zijn meesters niet, als het in het vermogen van uw hand is te doen. Zeg niet tot uw naaste: Ga heen, en kom weer, en morgen zal ik geven, omdat het bij u is.
9) Op de vraag “wat zullen wij doen?” antwoordt Johannes niet met een gevoel maar met twee rokken.
Lukas 3:10-11En de menigten vraagden hem, zeggende: Wat zullen wij dan doen? En hij, antwoordende, zei tot hen: Die twee rokken heeft, dele hem mee, die geen heeft; en die voedsel heeft, doe evenzo.
Mattheüs 5:42Geeft dengene, die iets van u bidt, en keert u niet af van dengene, die van u lenen wil.
10) Werken om te kunnen delen. Dat is de reden die Paulus geeft om je handen te gebruiken.
Efeziërs 4:28Die gestolen heeft, stele niet meer, maar arbeide liever, werkend dat goed is met de handen, opdat hij hebbe mee te delen dengene, die nood heeft.
Handelingen 20:35(..) dat men, zo arbeidende, de zwakken moet opnemen (..) Het is zaliger te geven, dan te ontvangen.
11) Vergeet het niet – weldadigheid en mededeelzaamheid. God noemt het een offer waar Hij welbehagen in heeft.
Hebreeën 13:16En vergeet de weldadigheid en de mededeelzaamheid niet; want aan zulke offergaven heeft God een welbehagen.
1 Timotheüs 6:18Dat zij weldadig zijn, rijk worden in goede werken, graag mededelende zijn, en gemeenzaam;
12) Geven in het verborgen, en blijmoedig. Niet voor de mensen, niet uit dwang.
Mattheüs 6:3-4Maar als u aalmoes doet, zo laat uw linkerhand niet weten, wat uw rechter doet; opdat uw aalmoes in het verborgen zij; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, Die zal het u in het openbaar vergelden.
2 Korinthiërs 9:7Ieder doe, zoals hij in zijn hart, voorneemt; niet uit verdriet, of uit nooddwang; want God heeft een blijmoedige gever lief.
13) Wie geeft aan de arme, leent aan JAHWEH. Wie zijn oor stopt, zal zelf roepen en niet verhoord worden.
Spreuken 19:17Die zich van de armen ontfermt, leent JAHWEH, en Hij zal hem zijn weldaad vergelden.
Psalm 112:5Wel die man, die zich ontfermt en uitleent; hij beschikt zijn zaken met recht.
Spreuken 21:13Die zijn oor stopt voor het geschrei van de armen, die zal ook roepen, en niet verhoord worden.
14) Tobit aan zijn zoon: geef naar wat je hebt, en als het weinig is, vrees niet weinig te geven.
Tobit 4:7-9Doe aalmoezen van wat u hebt, en uw oog zij niet nijdig als u aalmoezen doet, en keer uw aangezicht niet af van enige arme, en het aangezicht van God zal zich van u niet afkeren. Naar dat u hebt, doe aalmoezen naar de menigte van de dingen. Zo u weinig hebt, vrees niet naar het weinige aalmoezen te doen.
Jezus Sirach 7:34En steek uw hand uit tot de arme, opdat uw zegen volkomen wordt.
De arme, de vreemdeling, de wees
15) Liefde in de wet is praktisch: de hoek van je veld niet afoogsten, de vergeten garf laten liggen. Het staat in je oogst ingebouwd.
Leviticus 19:9-10Als u ook de oogst van uw land inoogsten zult, u zult de hoek van uw veld niet geheel afoogsten (..) Ook zult u uw wijngaard niet nalezen (..) de arme en de vreemdeling zult u die overlaten; Ik ben JAHWEH, uw God!
Deuteronomium 24:19Wanneer u uw oogst op uw akker afgeoogst, en een garf op de akker vergeten zult hebben, zo zult u niet terugkeren, om die op te nemen; voor de vreemdeling, voor de wees en voor de weduwe zal zij zijn.
16) Het vasten dat God verkiest: brood delen, verdrevenen in huis brengen, een naakte kleden. En dán breekt je licht door.
Jesaja 58:6-8Is niet dit het vasten, dat Ik verkies: (..) dat u vrij loslaat de verpletterden, en alle juk verscheurt? Is het niet, dat u de hongerige uw brood mededeelt, en de armen, verdrevenen in huis brengt? Als u een naakte ziet, dat u hem dekt, en dat u u voor uw vlees niet verbergt? Dan zal uw licht voortbreken als de dageraad, en uw genezing zal snel uitspruiten.
17) Leert goed te doen. Het is te leren. En het heeft een adres: de verdrukte, de wees, de weduwe, de vreemdeling.
Jesaja 1:17Leert goed te doen, zoekt het recht, help de verdrukte, doe de wees recht, handel de rechtszaak van de weduwe.
Zacharia 7:9-10Richt een waarachtig gericht, en doet goedertierenheid en barmhartigheden, de één aan de ander; en verdrukt de weduwe noch de wees, de vreemdeling noch de ellendige; en denkt niet in uw hart de één van de anderen kwaad.
18) Zuivere godsdienst is een werkwoord: bezoeken.
Jakobus 1:27De zuivere en onbevlekte godsdienst voor God en de Vader is dit: wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking, en zichzelf onbesmet bewaren van de wereld.
Jeremia 22:16Hij heeft de rechtzaak van de ellendigen en armen gericht, toen ging het hem wel; is dat niet Mij te kennen? spreekt JAHWEH.
19) Job legt zijn leven langs de meetlat – en het is een lijst van daden: gedeeld, geleid, gekleed, verwarmd.
Job 31:16-17, 19-20Zo ik de armen hun begeerte onthouden heb, of de ogen van de weduwe laten versmachten; en mijn bete alleen gegeten heb, zodat de wees daarvan niet gegeten heeft (..) Zo ik iemand heb zien omkomen, omdat hij zonder kleding was (..) Zo zijn middel mij niet gezegend hebben, toen hij van de vellen van mijn lammeren verwarmd werd.
20) Nodig wie het niet kan terugdoen. En vergeet de gastvrijheid niet – ook voor de gevangene, alsof je zelf gevangen zat.
Lukas 14:13-14Maar wanneer u een maaltijd zult houden, zo nood armen, verminkten, kreupelen, blinden; en u zult zalig zijn, omdat zij niet hebben, om u te vergelden.
Hebreeën 13:2-3Vergeet de gastvrijheid niet; want hierdoor hebben sommigen onwetend engelen geherbergd. Gedenkt van de gevangenen, alsof u mee gevangen was.
21) Dorkas: de weduwen huilen niet om wat ze voelde, maar tonen de kleren die zij gemaakt had.
Handelingen 9:36, 39En te Joppe was een discipelin met de naam Tabitha (..) Deze was vol van goede werken en aalmoezen, die zij deed. (..) En al de weduwen stonden bij hem, huilend, en tonende de rokken en kleren, die Dorkas gemaakt had, als zij bij haar was.
22) De wet kent geen uitzondering voor je hater: zijn ezel overeind helpen. Geen gevoel vereist; wel je handen.
Exodus 23:4-5Wanneer u van uw vijand os, of zijn dwalenden ezel, ontmoet, u zult hem dezelfde geheel wederbrengen. Wanneer u van uw hater ezel onder zijn last ziet liggen, zult u dan nalatig zijn, om het uwe te verlaten voor hem? U zult het in alle manier met hem verlaten.
23) Je mag je niet verbergen. Wat verloren is, breng je terug; wat gevallen is, richt je op.
Deuteronomium 22:1, 4U zult van uw broer os of klein vee niet zien afgedreven, en u van die verbergen; u zult ze uw broer geheel weer toesturen. (..) U zult van uw broer ezel of zijn os niet zien, vallende op de weg, en u van die verbergen; u zult ze met hem geheel oprichten.
24) Vijanden liefhebben is bij Jezus een rij werkwoorden: doet wel, zegent, bidt, geeft, leent.
Lukas 6:27-28, 35Hebt uw vijanden lief; doet wel van hen, die u haten. Zegent degenen, die u vervloeken, en bidt voor degenen, die u geweld doen. (..) Maar hebt uw vijanden lief, en doet goed, en leent, zonder iets weer te hopen; en uw loon zal groot zijn (..) want Hij is goedertieren over de ondankbaren en bozen.
25) Als je vijand honger heeft: geef hem te eten. Zo overwin je het kwade – door te doen.
Romeinen 12:20-21Als dan uw vijand hongert, zo spijzigt hem; als hem dorst, zo geeft hem te drinken; want dat doende, zult u kolen vuurs op zijn hoofd hopen. Wordt van het kwade niet overwonnen, maar overwint het kwade door het goede.
Spreuken 25:21Als dengene, die u haat, hongert, geef hem brood te eten; en zo hij dorstig is, geef hem water te drinken.
26) De ondergrens: doe de naaste geen kwaad. Heb de vreemdeling lief – want je bent zelf vreemdeling geweest.
Romeinen 13:10De liefde doet de naaste geen kwaad. Zo is dan de liefde de vervulling van de wet.
Leviticus 19:18, 34U zult niet wreken, noch toorn behouden tegen de kinderen van uw volk; maar u zult uw naaste liefhebben als uzelf (..) De vreemdeling (..) u zult hem liefhebben als uzelf; want u bent vreemdeling geweest in Egypteland.
27) Een zacht antwoord keert woede af. Woorden zijn ook daden: als steken van een zwaard, of als medicijn.
Spreuken 15:1Een zacht antwoord keert de woede af; maar een smartend woord doet de toorn oprijzen.
Spreuken 12:18Daar is een, die woorden als steken van een zwaard onbezonnen uitspreekt; maar de tong van de wijzen is medicijn.
Spreuken 16:24Liefelijke redenen zijn een honigraat, zoet voor de ziel, en medicijn voor het gebeente.
28) Toets voor elk woord: bouwt het op? Geeft het genade aan wie het hoort?
Efeziërs 4:29Geen vuile rede ga uit uw mond, maar zo er enige goede rede is tot nuttige opbouw, opdat zij genade geve die, die dezelfde horen.
Kolossenzen 4:6Uw woord zij te alle tijde in aangenaamheid, met zout besprengd, opdat u mag weten, hoe u ieder moet antwoorden.
29) Eerst horen, dan spreken. Antwoorden voordat je gehoord hebt, noemt de Bijbel dwaasheid.
Jakobus 1:19Zo dan, mijn geliefde broeders, ieder mens zij haastig om te horen, traag om te spreken, traag tot toorn;
Spreuken 18:13Die antwoord geeft, voordat hij zal gehoord hebben, dat is hem dwaasheid en schande.
30) Barmhartigheid is ook: luisteren zonder ongeduld. Je oor neigen naar wie arm is.
Jezus Sirach 4:8Neig uw oor tot de arme, zonder verdriet; en antwoord hem vreedzaam met zachtmoedigheid.
Jezus Sirach 29:1Wie barmhartigheid oefent, die leent zijn naaste en wie hem sterkt met zijn hand, die houdt de geboden.
31) Vergeven is een daad: niet terugkomen op wat vergeven is. Zoals Christus u vergeven heeft, doet ook u zo.
Spreuken 17:9Die de overtreding toedekt, zoekt liefde; maar die de zaak weer ophaalt, scheidt de voornaamsten vriend.
Kolossenzen 3:13Verdragende elkaar, en vergevende de één de anderen, zo iemand tegen iemand enige klacht heeft; zoals Christus u vergeven heeft, doet ook u zo.
32) De kortste instructie voor afstemmen: blij met de blijden, huilen met de huilenden. Ook dat is een gebod, een daad.
Romeinen 12:15Verblijdt u met de blijden; en weent met de wenenden.
Spreuken 25:20Die liederen zingt bij een treurig hart, is gelijk hij, die een kleed aflegt op de dag van de koude.
33) Vraag door naar wat je niet begrijpt. Job onderzocht het geschil dat hij niet kende.
Job 29:15-16De blinden was ik tot ogen, en de kreupelen was ik tot voeten. Ik was de armen een vader; en het geschil, dat ik niet wist, dat onderzocht ik.
34) Per soort een andere handeling: de ongeregelde vermanen, de kleinmoedige vertroosten, de zwakke ondersteunen. Eerst kijken wie je voor je hebt.
1 Tessalonicensen 5:14-15En wij bidden u, broeders, vermaant de ongeregelden, vertroost de kleinmoedigen, ondersteunt de zwakken, wees geduldig tegenover allen. Ziet, dat niemand kwaad voor kwaad iemand vergelde; maar jaagt alle tijd het goede na.
35) Draag elkaars lasten. Wie sterk is, draagt de zwakheden van de ander.
Galaten 6:2Draagt elkaars lasten, en vervult zo de wet van Christus.
Romeinen 15:1-2Maar wij, die sterk zijn, zijn schuldig de zwakheden van de onsterken te dragen, en niet onszelf te behagen. Dat dan ieder van ons zijn naaste behage ten goede, tot stichting.
36) Kijk ook op wat van de ander is. Zie dat iemand al bijna breekt – en word dan zachter.
Filippenzen 2:4Ieder zie niet op het zijne, maar ieder zie ook op wat van de anderen is.
Jesaja 42:3Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen.
37) Bij Jezus is de volgorde altijd: zien, bewogen worden, doen. Het begint met kijken, en het eindigt met een handeling.
Mattheüs 9:36En Hij, de menigten ziende, werd innerlijk met ontferming bewogen over hen, omdat zij vermoeid en verstrooid waren, gelijk schapen, die geen herder hebben.
Mattheüs 14:14En Jezus uitgaande, zag een grote menigte, en werd innerlijk met ontferming over hen bewogen, en genas hun zieken.
38) Leer kijken. Jezus telt de dagen en bedenkt wat er op de terugweg gebeurt. Dat is wat er te zien is.
Mattheüs 15:32Ik word innerlijk met ontferming bewogen over de menigte, omdat zij nu drie dagen bij Mij gebleven zijn, en hebben niet wat zij eten zouden; en Ik wil hen niet nuchter van Mij laten, opdat zij op de weg niet bezwijken.
39) Bewogen worden eindigt in een handeling: een hand uitsteken naar wie niemand aanraakt.
Markus 1:41En Jezus, met barmhartigheid innerlijk bewogen zijnde, strekte de hand uit, en raakte hem aan, en zei tot hem: Ik wil, word gereinigd!
Exodus 2:6Toen zij het open deed, zo zag zij dat knechtje; en ziet, het jongen huilde; en zij werd met barmhartigheid bewogen over hetzelfde.
40) Wie verstandig omgaat met een ellendige, is welgelukzalig. Verstandig – niet: gevoelig.
Psalm 41:2Welgelukzalig is hij, die zich verstandig gedraagt tegenover een ellendige; JAHWEH zal hem bevrijden op de dag van het kwaad.
Spreuken 14:21Die zijn naaste veracht, zondigt; maar die zich van de nederigen ontfermt, die is welgelukzalig.
De houding die je kunt leren
41) Zachtmoedigheid is geen gevoel maar een houding, en Jezus zegt letterlijk dat je die kunt leren.
Mattheüs 11:29Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en u zult rust vinden voor uw zielen.
42) Ook gelijk hebben kan zachtmoedig. Ook terechtwijzen.
1 Petrus 3:15(..) wees altijd bereid tot verantwoording aan een ieder die u rekenschap afeist van de hoop, die in u is, met zachtmoedigheid en vreze.
Galaten 6:1(..) brengt zo iemand te recht met de geest van de zachtmoedigheid; ziende op uzelf, opdat ook u niet verzocht wordt.
43) Barmhartigheid zit ook op de tong: in hoe je iets zegt. Voer je werken uit met zachtmoedigheid.
Jezus Sirach 36:25Is dan op haar tong barmhartigheid, en zachtmoedigheid, en genezing, zo is haar man niet zoals andere mensenkinderen.
Jezus Sirach 3:19Mijn kind, voer uw werken uit met zachtmoedigheid, en u zult door aangename mensen geliefd worden.
Titus 3:2Dat zij niemand lasteren, geen vechters zijn, maar bescheiden zijn, alle zachtmoedigheid bewijzende tegenover alle mensen.
Het gevoel komt achteraan — God geeft het
44) Romeinen 12 is één lange lijst van geboden, geen beschrijving van gevoelens. Ongeveinsd: echt in wat je doet.
Romeinen 12:9-13De liefde zij ongeveinsd. Hebt een afkeer van het boze, en hangt het goede aan. Hebt elkaar hartelijk lief met broederlijke liefde. Ga elkaar voor in eerbetoon. Wees niet traag in het beijveren (..) Deelt mee tot de behoeften van de heiligen. Tracht naar gastvrijheid.
45) De Bijbel noemt niets voelen geen stoornis maar een toestand van het hart. En Jezus is er bedroefd over, niet minachtend.
Efeziërs 4:18-19(..) door de verharding van hun harten; die, ongevoelig geworden zijnde, zichzelf hebben overgegeven tot ontucht.
Markus 3:5En als Hij hen met toorn rondom aangezien had, meteen bedroefd zijnde over de verharding van hun hart, zei Hij tot de mens: Strek uw hand uit.
46) Het evangelie erin: God belooft een ander hart. Niet “voel meer”, maar “Ik geef”. De liefde wordt uitgestort – van buiten naar binnen.
Ezechiël 36:26-27En Ik zal u een nieuw hart geven (..) en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven. En Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken, dat u in Mijn voorschriften zult wandelen.
Romeinen 5:5(..) omdat de liefde van God in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, Die ons is gegeven.
47) Eerst ontvangen, dan geven. Wees barmhartig zoals uw Vader – zoals je zelf behandeld bent.
1 Johannes 4:19Wij hebben hem lief, omdat hij ons eerst liefgehad heeft.
Lukas 6:36Weest dan barmhartig, zoals ook uw Vader barmhartig is.
Mattheüs 18:33Behoorde u ook niet u over uw mededienstknecht te ontfermen, zoals ik ook mij over u ontfermd heb?
48) De bron. Het Hebreeuwse racham is baarmoeder: zoals een vader zich over kinderen ontfermt. Wie bij de daad begint, komt hier uit – en God kent de weg terug.
Exodus 34:6JAHWEH, JAHWEH, God, barmhartig en genadig, geduldig en groot van weldadigheid en waarheid.
Psalm 103:13Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt Zich JAHWEH over degenen, die Hem vrezen.
Hebreeën 5:2Die behoorlijk medelijden kan hebben met de onwetenden en dwalenden, omdat hij ook zelf met zwakheid omvangen is.