2 Timotheüs 3:16Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot onderwijzing, tot weerlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is;
We proberen te ontdekken wat de Bijbel ons leert over psychische nood – als steun voor wie erin zit.
We laten het Woord spreken in de sterke overtuiging dat wat God over Zijn eigen Woord zegt de waarheid is!
Handelingen 17:11(..) als die het woord ontvingen met alle bereidwilligheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen zo waren.
We zetten de teksten op een rij zonder ons te laten afleiden door de geboden en leringen van de mensen. Als u onderzocht heeft of het alzo is, dan houden we ons aanbevolen voor verbeteringen op basis van Gods Woord!
Psalm 42:6Wat buigt u u neer, o mijn ziel! en bent onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven voor de verlossingen van Zijn aangezicht.
Waarom is het belangrijk om dit te weten? Omdat de mensen die in de Bijbel het dichtst bij God leefden – Mozes, Elia, David, Jeremia, Job, Jona, Paulus, en Jezus Zelf – allemaal momenten hadden waarop ze niet meer wilden leven, niet konden slapen, niet konden eten, of niets meer voelden.
God heeft hun verhalen laten opschrijven. Niet als waarschuwing, maar als gezelschap. Wie in de put zit, zit daar in goed gezelschap, en de Bijbel verwijt het geen van hen.
Spreuken 18:14De geest van een man zal zijn ziekte ondersteunen; maar een verslagen geest, wie zal die opheffen?
Kernwoorden. Nefesh (H5315): ziel, leven, keel – het hele levende ik. Ruach nekeʾah (H5218): verslagen geest. Mar nefesh (H4751): bitter van ziel – Hanna, Job, en Naomi die zich Mara laat noemen. Hanna’s eigen woord voor haar toestand: bezwaard van geest. Grieks perilypos (G4036): omringd door droefheid – het woord dat Jezus voor Zichzelf gebruikt in Gethsemané.
Deel 1: mensen die het meemaakten. Deel 2: wat er met je gebeurt, in bijbelse woorden. Deel 3: wat helpt volgens de Bijbel.
Samenvatting & lessen
Gods Woord
Deel 1 — Mensen die het meemaakten
1) Elia: de grootste profeet van het Oude Testament wil dood – één dag na zijn grootste overwinning.
1 Koningen 19:4(..) en zat onder een jeneverboom; en bad, dat zijn ziel stierve, en zei: Het is genoeg; neem nu, JAHWEH, mijn ziel, want ik ben niet beter dan mijn vaderen.
2) Let op wat God níet doet: Hij preekt niet, verwijt niet, vraagt niet naar zonde. Twee keer eten, twee keer slapen. Pas daarna een gesprek.
1 Koningen 19:5-8En hij legde zich neer, en sliep onder een jeneverboom; en ziet, toen roerde hem een engel aan, en zei tot hem: Sta op, eet; (..) zo at hij, en dronk, en legde zich opnieuw neer. En de engel van JAHWEH kwam voor de tweede keer weer, en roerde hem aan, en zei: Sta op, eet, want de weg zou te veel voor u zijn. Zo stond hij op, en at, en dronk; en hij ging, door de kracht van die voedsel, veertig dagen en veertig nachten.
3) “Ik alleen ben overgebleven” – zevenduizend. Elia’s gedachte was niet waar. Depressie liegt over de cijfers, en God corrigeert de cijfers zonder Elia te veroordelen.
1 Koningen 19:10, 18(..) en ik alleen ben overgebleven, en zij zoeken mijn ziel, om die weg te nemen. (..) Ook heb Ik in Israël doen overblijven zeven duizend, alle knieën, die zich niet gebogen hebben voor Baäl.
4) Job: de langste klacht in de Bijbel, en God laat hem uitpraten. Slapeloosheid, nachtmerries, doodswens – in de mond van een man die God oprecht en vroom noemt.
Job 3:11, 25-26Waarom ben ik niet gestorven van de baarmoeder af (..)? Want ik vreesde een vreze, en zij is mij aangekomen (..) Ik was niet gerust; en was niet stil, en rustte niet; en de beroering is gekomen.
Job 7:4, 14-15Als ik te slapen lig, dan zeg ik: Wanneer zal ik opstaan (..)? En ik word zat van woelingen tot aan de schemertijd. (..) Dan ontzet U mij met dromen, en door visioenen verschrikt U mij; zodat mijn ziel de verworging kiest; de dood meer dan mijn beenderen.
5) De vrienden hielpen zolang ze zwegen. Toen ze gingen praten, werden het moeilijke vertroosters. En het herstel kwam toen Job voor hen bad.
Job 2:13Zo zaten zij met hem op de aarde, zeven dagen en zeven nachten; en niemand sprak tot hem een woord, want zij zagen, dat de smart zeer groot was.
Job 16:2Ik heb vele dergelijke dingen gehoord; u allen bent moeilijke vertroosters.
Job 42:10En JAHWEH wendde de gevangenis van Job, toen hij gebeden had voor zijn vrienden.
6) Mozes: “Ik alleen kan dit niet dragen.” Gods antwoord op overbelasting is niet “wees sterker” maar zeventig mensen.
Numeri 11:14-15, 17Ik alleen kan al dit volk niet dragen; want het is mij te zwaar! En als U zo aan mij doet, dood mij toch slechts (..) en laat mij mijn ongeluk niet aanzien! (..) en zij zullen met u de last van dit volk dragen, opdat u die alleen niet draagt.
Exodus 18:18U zult geheel vervallen (..) want deze zaak is te zwaar voor u, u alleen kunt het niet doen.
7) Hanna: bezwaard van geest. Zelfs de priester leest het verkeerd en denkt dat ze dronken is.
1 Samuël 1:10, 15-16Zij dan van ziel bitter bedroefd zijnde, zo bad zij tot JAHWEH, en zij huilde zeer. (..) Nee, mijn heer! ik ben een vrouw, bezwaard van geest; ik heb noch wijn, noch sterke drank gedronken; maar ik heb mijn ziel uitgegoten voor het aangezicht van JAHWEH (..) ik heb tot nu toe gesproken uit de veelheid van mijn gedachten en van mijn verdriet.
8) Nog niets veranderd aan de situatie; wel aan haar gezicht – omdat ze het had uitgesproken.
1 Samuël 1:18Zo ging die vrouw van haar weg; en zij at, en haar aangezicht was haar niet meer zo.
9) David: een bed dat de hele nacht zwemt, krom, in het zwart, brullend. En de koning naar Gods hart, kwijlend in een poort. Psalm 34 is volgens het opschrift daarná geschreven.
Psalm 6:7; 38:7, 9Ik ben moe van mijn zuchten; ik doe mijn bed de hele nacht zwemmen (..) Ik ben krom geworden, ik ben bovenmate zeer neergebogen; ik ga de hele dag in het zwart (..) ik brul van het geruis van mijn hart.
1 Samuël 21:13(..) en hij maakte zichzelf gek onder hun handen; en hij bekrabbelde de deuren van de poort, en hij liet zijn zever in zijn baard aflopen.
Psalm 34:19JAHWEH is nabij de gebrokenen van hart, en Hij behoudt de verslagenen van geest.
10) Niemand sterkte hem; hij deed het zelf, in God.
1 Samuël 30:6En David werd zeer bang, want het volk sprak van hem te stenigen (..) maar David sterkte zich in JAHWEH, zijn God.
11) Jeremia: lof en doodswens in één hoofdstuk, twee verzen uit elkaar. De Bijbel plakt ze niet uit elkaar.
Jeremia 20:13-14, 18Zingt JAHWEH, prijst JAHWEH; want Hij heeft de ziel van de armen uit de hand van de boosdoeners verlost. Vervloekt zij de dag, op welke ik geboren ben (..) Waarom ben ik toch uit de baarmoeder voortgekomen, om moeite en droefenis te zien?
12) Jona: “beter te sterven dan te leven.” God antwoordt met een vraag en een boom, niet met een verwijt.
Jona 4:3, 8Nu dan, JAHWEH! neem toch mijn ziel van mij; want het is mij beter te sterven dan te leven. (..) en de zon stak op het hoofd van Jona, dat hij amechtig werd; en hij wenste van zijn ziel te mogen sterven.
13) Het beroemdste hoopvers van de Bijbel staat drie verzen ná “mijn hoop is vergaan”.
Klaagliederen 3:17-18, 21-23(..) ik heb het goede vergeten. Toen zei ik: Mijn sterkte is vergaan, en mijn hoop van JAHWEH. (..) Dit zal ik mij ter harte nemen, daarom zal ik hopen; het zijn de goedertierenheden van JAHWEH, dat wij niet vernield zijn, dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben; zij zijn elke morgen nieuw, Uw trouw is groot.
14) Nebukadnezar: zijn verstand verliezen en terugkrijgen. Zeven jaar, en daarna volledig herstel – koningschap en al. Zonder demon, zonder duiveluitdrijving, met een termijn die God had gesteld.
Daniël 4:33-34, 36(..) hij werd uit de mensen verstoten, en hij at gras als de ossen (..) totdat zijn haar wies als van de adelaars vederen. Ten einde van deze dagen nu, hief ik, Nebukadnezar, mijn ogen op ten hemel, want mijn verstand kwam weer in mij (..) ook kwam de heerlijkheid van mijn koninkrijk, mijn majesteit en mijn glans weer op mij.
15) Tobit en Sara: twee mensen die op dezelfde dag bidden om te sterven. Wat Sara tegenhoudt is geen preek maar de gedachte aan haar vader – en de Bijbel neemt dat serieus als reden om te blijven.
Tobit 3:6(..) Want het is mij nuttiger te sterven dan te leven, omdat ik valse smaadwoorden gehoord heb, en veel verdriet in mij is.
Tobit 3:12(..) werd zij zeer bedroefd, zodat zij zich meende te verhangen, maar zij zei: Ik ben een enige dochter van mijn vader, als ik dit zal doen, zo zal het hem een smaad zijn.
Tobit 3:24-25En het gebed van deze beiden werd verhoord (..) En Rafaël werd uitgezonden om deze twee te genezen.
16) Paulus: “wij wanhoopten zelfs aan het leven.” Gods troost kwam als een mens die binnenkwam. En niet elke doorn wordt weggenomen.
2 Korinthiërs 1:8-9(..) dat wij uitnemend zeer bezwaard zijn geweest boven onze macht, zo dat wij zeer in twijfel waren, ook van het leven. Ja, wij hadden al zelf in onszelf het vonnis van de dood.
2 Korinthiërs 7:5-6(..) van buiten was strijd, van binnen vrees. Maar God, Die de nederigen vertroost, heeft ons getroost door de komst van Titus.
2 Korinthiërs 12:9Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.
17) Jezus: “Mijn ziel is geheel bedroefd tot de dood toe.” Hij vraagt om mensen die bij Hem blijven. Ze vallen in slaap.
Mattheüs 26:37-38(..) begon Hij droevig en zeer angstig te worden. Toen zei Hij tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot de dood toe; blijft hier en waakt met Mij.
Lukas 22:44En in zwaren strijd zijnde, bad Hij te ernstiger. En zijn zweet werd gelijk grote droppelen bloed.
18) Een Man van smarten, die medelijden kan hebben omdat Hij het zelf heeft meegemaakt. Zijn familie zei: Hij is buiten Zijn zinnen.
Hebreeën 5:7; 4:15Die in de dagen van Zijn vlees, gebeden en smekingen (..) met sterke roeping en tranen geofferd hebbende (..) Die medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Die in alle dingen, zoals wij, is verzocht geweest.
Jesaja 53:3Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, en verzocht in ziekte.
Markus 3:21(..) want zij zeiden: Hij is buiten Zijn zinnen.
19) Aan het kruis bidt Jezus een psalm van verlatenheid. Dat mag dus.
Mattheüs 27:46En ongeveer het negende uur riep Jezus met een luide stem zeggende: ELI, ELI, LAMA SABACHTHANI! dat is: Mijn God! Mijn God! Waarom hebt U Mij verlaten!
Psalm 22:2Mijn God, mijn God! waarom hebt U mij verlaten, verre zijnde van mijn verlossing, van de woorden van mijn gebrul?
Samenvatting & lessen
Gods Woord
Deel 2 — Wat er met je gebeurt
in bijbelse woorden, telkens met een tegenwoord
20) Slapeloosheid. Tegenwoord: Hij geeft het Zijn geliefden als in de slaap.
Psalm 77:5U hieldt mijn ogen wakende; ik was verslagen, en sprak niet.
Psalm 127:2Het is te vergeefs, dat u vroeg opstaat, laat opblijft, eet brood van de smarten; het is zo, dat Hij het Zijn geliefden als in de slaap geeft.
Psalm 4:9Ik zal in vrede samen neerliggen en slapen; want U, o JAHWEH! alleen zult mij doen zeker wonen.
21) Geen eetlust, niet meer voor jezelf zorgen. Tegenwoord: de engel bij Elia – sta op, eet.
Psalm 102:5Mijn hart is geslagen en verdord als gras, zodat ik vergeten heb mijn brood te eten.
22) Eenzaamheid, je terugtrekken. Tegenwoord: wee de ene die valt zonder tweede.
Psalm 102:7-8(..) ik ben geworden als een steenuil van de wildernissen. Ik waak, en ben geworden als een eenzame mus op het dak.
Psalm 88:19; 31:13U hebt vriend en metgezel verre van mij gedaan (..) Ik ben uit het hart vergeten als een dode.
Prediker 4:10Want als zij vallen, de één richt zijn metgezel op; maar wee de ene, die gevallen is, want er is geen tweede om hem op te helpen.
23) Angst en paniek. Tegenwoord: vrees niet, want Ik ben met u.
Psalm 55:5-7Mijn hart smart in het binnenste van mij, en verschrikkingen van de dood zijn op mij gevallen. Vrees en beving komt mij aan, en gruwen overdekt mij; zodat ik zeg: Och, dat mij iemand vleugelen, als van een duif zou geven! ik zou wegvliegen.
Jesaja 41:10Vrees niet, want Ik ben met u; bent niet verbaasd, want Ik ben uw God; Ik sterk u, ook help Ik u.
Filippenzen 4:6-7(..) en de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw zinnen bewaren in Christus Jezus.
24) Malende gedachten. Tegenwoord: Uw vertroostingen – en elke gedachte gevangen leiden.
Psalm 94:19Als mijn gedachten binnen in mij vermenigvuldigd werden, hebben Uw vertroostingen mijn ziel verfrist.
Psalm 13:3Hoe lang zal ik raadslagen voornemen in mijn ziel, droefenis in mijn hart bij dag?
Filippenzen 4:8(..) al wat waarachtig is, al wat eerlijk is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat liefelijk is (..) bedenkt het;
25) Niets meer voelen, ook God niet. Psalm 88 is de enige psalm die zonder licht eindigt – en hij staat in de Bijbel. Tegenwoord: je mag vertrouwen zónder licht.
Psalm 88:15, 19JAHWEH! waarom verstoot U mijn ziel, en verbergt Uw aangezicht voor mij? (..) mijn bekenden zijn in duisternis.
Jesaja 50:10(..) Als hij in de duisternissen wandelt, en geen licht heeft, dat hij betrouwe op de Naam van JAHWEH, en steune op zijn God.
Psalm 139:12Ook verduistert de duisternis voor U niet; maar de nacht licht als de dag.
26) Het lichaam doet mee. De Bijbel kent geen scheiding tussen psychisch en lichamelijk. Daniël was dagen ziek, en niemand merkte het.
Psalm 31:11Want mijn leven is verteerd van droefenis, en mijn jaren van zuchten (..) en mijn beenderen zijn doorknaagd.
Spreuken 17:22Een blij hart zal een medicijn goed maken; maar een verslagen geest zal het gebeente verdrogen.
Daniël 8:27Toen werd ik, Daniël, zwak, en was enige dagen ziek (..) en ik was ontzet over dit visioen; maar niemand merkte het.
27) Als er schuld onder zit. Niet elke depressie heeft schuld als oorzaak – Job, Elia en Hanna hadden geen schuld – maar áls het er is, is dit de weg. (Zie ook de studie Geestelijke wezens, deel 2.)
Psalm 32:3-5Toen ik zweeg, werden mijn beenderen verouderd (..) mijn levensvocht werd veranderd in zomerdroogten. Mijn zonde maakte ik U bekend, en mijn ongerechtigheid bedekte ik niet (..) en U vergaf de ongerechtigheid van mijn zonde.
Jesaja 38:17(..) maar U hebt mijn ziel liefelijk omhelsd (..) want U hebt al mijn zonden achter Uw rug geworpen.
28) Als het niet klopt wat je denkt. De Bijbel laat mensen hun verkeerde gedachten uitspreken, en laat God ze rustig corrigeren.
Psalm 31:23Ik zei wel in mijn haast: Ik ben afgesneden van voor Uw ogen; dan nog hoorde U de stem van mijn smekingen, als ik tot U riep.
Psalm 73:22-23Toen was ik onvernuftig, en wist niets; ik was een groot beest bij U. Ik zal dan steeds bij U zijn; U hebt mijn rechterhand gevat.
Deel 3 — Wat helpt volgens de Bijbel
29) Eer de arts; gebruik het medicijn. God schiep beide. Het enige verwijt (Asa) is: JAHWEH niet, maar de dokters – het één zónder het ander.
Jezus Sirach 38:1, 4, 9, 12Eer de geneesheer tot uw behoeften, met de eer die hem toekomt; want ook hem heeft Heere geschapen. (..) Heere heeft de medicijnen uit de aarde geschapen, en een voorzichtig man verontwaardigt ze niet. (..) Mijn kind, in uw ziekte verzuim het niet, maar bid Heere (..) en laat hem niet van u, want u behoeft hem.
2 Kronieken 16:12(..) daartoe ook zocht hij JAHWEH niet in zijn ziekte, maar de dokters.
Kolossenzen 4:14U groet Lukas, de dokter, de geliefde.
30) Eerst het lichaam: eten, slapen, rust. Jezus stuurt Zijn discipelen op rust.
Markus 6:31En Hij zei tot hen: Komt u in een woeste plaats hier alleen, en rust een weinig; want er waren velen, die kwamen en die gingen, en zij hadden zelfs geen gelegen tijd om te eten.
31) Muziek. Het werd beter met Saul.
1 Samuël 16:23(..) zo nam David de harp, en hij speelde met zijn hand; dat was voor Saul een verademing, en het werd beter met hem.
32) Mensen die zwijgen en blijven. Een goed woord verblijdt – en zing géén vrolijke liederen bij een treurig hart. (Zie ook de studie Liefde & Barmhartigheid.)
Romeinen 12:15; Galaten 6:2Verblijdt u met de blijden; en weent met de wenenden. (..) Draagt elkaars lasten, en vervult zo de wet van Christus.
1 Tessalonicensen 5:14(..) vertroost de kleinmoedigen, ondersteunt de zwakken, wees geduldig tegenover allen.
Spreuken 12:25; 25:20Bezorgdheid in het hart van de mensen buigt het neer; maar een goed woord verblijdt het. (..) Die liederen zingt bij een treurig hart, is gelijk hij, die een kleed aflegt op de dag van de koude.
33) Het uitspreken – ook tegen God, ook boos, ook zonder woorden. Als je niet kunt bidden, bidt Hij.
Psalm 130:1Uit de diepten roep ik tot U, o JAHWEH!
Psalm 56:9U hebt mijn omzwerven geteld; leg mijn tranen in uw fles; zijn zij niet in Uw register?
Romeinen 8:26(..) want wij weten niet, wat wij bidden zullen, zoals het behoort, maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen.
34) Tegen jezelf spreken. De dichter spreekt zijn eigen ziel toe – twee keer, omdat het de eerste keer niet werkte.
Psalm 42:6, 12Wat buigt u u neer, o mijn ziel! en bent onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven (..) Wat buigt u u neer, o mijn ziel! en wat bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is de veelvuldige Verlossing van mijn aangezicht, en mijn God.
Klaagliederen 3:21Dit zal ik mij ter harte nemen, daarom zal ik hopen.
35) Één dag tegelijk. Elke morgen nieuw.
Mattheüs 6:34Wees dan niet bezorgd tegen de morgen; want de morgen zal voor het zijne zorgen; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.
Psalm 143:8Doe mij Uw goedertierenheid in de morgenstond horen, want ik betrouw op U; maak mij bekend de weg, die ik te gaan heb.
36) Weten waar Hij is: bij de gebrokenen van hart, bij wie verbrijzeld is. Het geknakte riet breekt Hij niet.
Jesaja 57:15(..) Ik woon in de hoogte en in het heilige, en bij die, die van een verbrijzelden en nederigen geest is, opdat Ik levend make de geest van de nederigen.
Psalm 147:3Hij geneest de gebrokenen van hart, en Hij verbindt hen in hun smarten.
Mattheüs 11:28Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven.
37) De belofte van een ander gewaad. Zalig die treuren – niet: zalig die niet treuren.
Jesaja 61:1, 3(..) Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van hart (..) dat hun gegeven wordt sieraad voor as, vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad van de lof voor een benauwden geest.
Psalm 40:3En Hij heeft mij uit een ruisenden kuil, uit modderig slijk opgehaald, en heeft mijn voeten op een rotssteen gesteld.
Mattheüs 5:4Zalig zijn die treuren; want zij zullen vertroost worden.
38) Niets scheidt. Diepte staat er letterlijk.
Romeinen 8:38-39Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch leven (..) noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die is in Christus Jezus, onze Heere.
Openbaring 21:4En God zal alle tranen van hun ogen afwissen; en de dood zal niet meer zijn; noch rouw, noch gekrijt, noch moeite zal meer zijn.
Wat leren we niet?
Gods Woord
39) Nergens zegt God tegen Elia, Job, Jona, Jeremia of Hanna dat hun nood zonde of ongeloof is. Nergens staat dat een gelovige niet depressief kan worden; de gelovigsten werden het.
1 Koningen 19:7(..) Sta op, eet, want de weg zou te veel voor u zijn.
Job 42:10En JAHWEH wendde de gevangenis van Job, toen hij gebeden had voor zijn vrienden; en JAHWEH vermeerderde al wat Job gehad had tot dubbel zoveel.
40) Nergens wordt iemand met een doodswens weggestuurd; ze worden gevoed (Elia), bevraagd (Jona), verhoord (Tobit, Sara) of uitgepraat (Job). Nergens wordt “bid maar harder” als behandeling gegeven – de engel brengt brood.
Tobit 3:24En het gebed van deze beiden werd verhoord voor de heerlijkheid van de grote God.
Mattheüs 4:24(..) en zij brachten tot Hem allen, die kwalijk gesteld waren, met verscheidene ziekten en pijnen bevangen zijnde, en van de duivel bezeten, en maanzieken en geraakten; en Hij genas hen.
41) Nergens wordt een dokter verboden; het enige verwijt gaat over God erbuiten laten. En de Bijbel onderscheidt bezetenheid van maanziekte en verlamming: niet alles is een geest.
Jeremia 8:22Is er geen balsem in Gilead? Is er geen heelmeester daar?
1 Timotheüs 5:23Drink niet langer water alleen, maar gebruik een weinig wijn, om uw maag en uw veelvuldige zwakheden.