Het Evangelie van Markus
september 2025
Markus is het kortste evangelie, geschreven door Johannes Markus. Het is een actief, krachtig verslag van het leven en werk van Jezus Christus. Waar de andere evangeliën soms uitgebreid stilstaan bij de leer van Jezus, laat Markus ons vooral zien wat Jezus deed. Het woord ‘meteen’ komt tientallen keren voor — alles gaat snel, krachtig en met gezag. Jezus is hier de lijdende Dienstknecht die gekomen is om Zijn leven te geven als losprijs voor velen.
Markus 1:1 Het begin van het Evangelie van Jezus Christus, de Zoon van God.
De doop van Jezus (Markus 1:9-11)
Het evangelie van Markus begint niet met een geboorteverhaal, maar met de doop van Jezus door Johannes in de Jordaan. Dit is het startpunt van Jezus’ openbare bediening. Bij Zijn doop wordt de drie-eenheid zichtbaar: de Zoon wordt gedoopt, de Geest daalt neer als een duif, en de Vader spreekt vanuit de hemel. God bevestigt hier publiekelijk dat Jezus Zijn geliefde Zoon is.
Markus 1:9-11 En het gebeurde in die dagen dat Jezus kwam uit Nazareth, dat is in Galilea, en door Johannes gedoopt werd in de Jordaan. En meteen toen Hij uit het water opkwam, zag Hij de hemelen scheuren en de Geest als een duif op Zich neerdalen. En er kwam een stem uit de hemelen: U bent Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb!
De hemelen scheuren open — Markus gebruikt een krachtig woord. God breekt door vanuit de hemel naar de aarde. Dit zelfde woord komt terug aan het einde van het evangelie, als het voorhangsel van de tempel scheurt. Van begin tot eind laat Markus zien: in Jezus breekt God door naar de mens.
Jezus roept Zijn discipelen (Markus 1:16-20)
Direct na Zijn doop en de verzoeking in de woestijn begint Jezus discipelen te roepen. Hij kiest geen geleerden of priesters, maar eenvoudige vissers aan het Meer van Galilea. Zijn roeping is kort en krachtig — en het antwoord van de discipelen is onmiddellijk. Ze laten alles achter om Hem te volgen.
Markus 1:17 Kom achter Mij aan, en Ik zal maken dat u vissers van mensen wordt.
Markus 1:18 En zij lieten meteen hun netten achter en volgden Hem.
Jezus roept nog steeds mensen om Hem te volgen. De vraag is: zijn wij bereid om alles achter te laten en Hem te gehoorzamen? Discipelschap begint met het horen van Zijn stem en het antwoord van gehoorzaamheid.
Jezus geneest zieken en drijft demonen uit (Markus 1:23-34)
In het eerste hoofdstuk van Markus zien we meteen de autoriteit van Jezus over ziekte en over de geestelijke wereld. In de synagoge van Kapernaüm wordt Hij geconfronteerd met een man met een onreine geest. Jezus spreekt met gezag en de demon gehoorzaamt onmiddellijk.
Markus 1:25-26 Zwijg! Ga uit hem weg! En de onreine geest deed hem stuiptrekken en ging uit hem weg.
Jezus heeft alle macht over de boze geesten. Zij kennen Hem en vrezen Hem. Waar Jezus komt, moet de duisternis wijken. Dit is geen strijd tussen gelijke machten — Jezus spreekt één woord en het is gedaan.
Markus 1:34 En Hij genas er velen die door allerlei ziekten gekweld werden, en Hij dreef veel demonen uit.
Jezus geneest niet slechts één of twee mensen — Hij geneest er velen. Hij drijft veel demonen uit. Hij is dezelfde Jezus, gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid. Zijn kracht en Zijn bewogenheid met lijdende mensen is niet veranderd.
Jezus vergeeft zonden (Markus 2:1-12)
In Kapernaüm wordt een verlamde man door vier vrienden bij Jezus gebracht. Het huis is zo vol dat ze het dak openbreken en de man naar beneden laten zakken. Jezus ziet hun geloof en spreekt dan woorden die niemand verwacht:
Markus 2:5 Zoon, uw zonden zijn u vergeven.
De schriftgeleerden beschuldigen Jezus van godslastering: wie kan zonden vergeven dan God alleen? Maar Jezus bewijst Zijn goddelijk gezag door de man ook lichamelijk te genezen:
Markus 2:10-11 Maar opdat u weet dat de Zoon des mensen macht heeft op de aarde zonden te vergeven — zei Hij tegen de verlamde: Ik zeg u, sta op, neem uw ligmat op en ga naar uw huis.
Jezus laat hier zien dat Hij niet alleen een genezer is, maar God Zelf, met de macht om zonden te vergeven. De genezing van het lichaam is het zichtbare bewijs van de onzichtbare vergeving. Hij vergeeft nog steeds zonden — voor iedereen die tot Hem komt in geloof.
Jezus stilt de storm (Markus 4:35-41)
Jezus en Zijn discipelen steken het Meer van Galilea over. Er steekt een hevige storm op, zo erg dat het schip volloopt met water. De discipelen zijn doodsbang — maar Jezus slaapt rustig op een kussen in het achterschip. Als ze Hem wakker maken, staat Hij op en spreekt tot de wind en de zee:
Markus 4:39 En Hij stond op en bestrafte de wind en zei tegen de zee: Zwijg, wees stil! En de wind ging liggen en er kwam een grote stilte.
Met dezelfde autoriteit waarmee Hij demonen uitdrijft, gebiedt Jezus de natuur. Wind en golven gehoorzamen Hem. Hij is Heer over de schepping.
Markus 4:41 En zij vreesden met grote vrees en zeiden tegen elkaar: Wie is Deze toch, dat zelfs de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn?
Welke storm je ook meemaakt in je leven — Jezus is groter. Hij spreekt en het wordt stil. Vertrouw op Hem, ook als het water je aan de lippen staat.
Het geloof van de vrouw (Markus 5:25-34)
Tussen de menigte bevindt zich een vrouw die al twaalf jaar aan bloedvloeiingen lijdt. Ze heeft alles geprobeerd, al haar geld uitgegeven aan artsen, maar het is alleen maar erger geworden. In geloof raakt zij van achteren Zijn kleed aan — en onmiddellijk wordt zij genezen. Jezus voelt dat er kracht van Hem uitgaat en zoekt haar op. Niet om haar te bestraffen, maar om haar geloof te bevestigen:
Markus 5:34 Dochter, uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede en wees genezen van uw kwaal.
Het is het geloof dat de verbinding maakt met de kracht van Jezus. Niet verdienste, niet status, niet geld — maar eenvoudig geloof. Jezus noemt haar ‘dochter’ — een teder woord dat laat zien hoeveel Hij om haar geeft.
De belijdenis van Petrus (Markus 8:27-29)
Halverwege het evangelie stelt Jezus de beslissende vraag aan Zijn discipelen: ‘Wie zeggen de mensen dat Ik ben?’ De discipelen noemen allerlei namen — Johannes de Doper, Elia, een profeet. Maar dan richt Jezus de vraag persoonlijk tot hen:
Markus 8:29 En Petrus antwoordde en zei tegen Hem: U bent de Christus.
Dit is de kern van het hele evangelie. Jezus is de Christus — de Gezalfde, de beloofde Messias. Maar direct daarna maakt Jezus duidelijk wat het betekent om Hem te volgen:
Markus 8:34 Als iemand achter Mij aan wil komen, moet hij zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen en Mij volgen.
Jezus volgen is niet vrijblijvend. Het kost je je eigen leven — je eigen wil, je eigen plannen, je eigen trots. Maar wat je ervoor terugkrijgt is oneindig veel meer: het ware leven in Hem.
Het grote gebod (Markus 12:28-31)
Een schriftgeleerde vraagt Jezus welk gebod het belangrijkste is. Het antwoord van Jezus vat de hele wet en de profeten samen in twee geboden die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn:
Markus 12:29-31 Het eerste van alle geboden is: Hoor, Israël! De Heere, onze God, de Heere is één. En u zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel, met heel uw verstand en met heel uw kracht. Dit is het eerste gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is dit: U zult uw naaste liefhebben als uzelf.
Alles draait om liefde. Liefde voor God met alles wat in je is — en liefde voor je naaste als voor jezelf. Dit is geen oppervlakkig gevoel, maar een totale overgave aan God en een actieve toewijding aan de mensen om je heen. Wie deze twee geboden houdt, vervult de hele wet.
Het lijden, sterven en de opstanding (Markus 15-16)
Het evangelie van Markus beweegt onverbiddelijk naar het kruis. Jezus wordt verraden, gevangen genomen, vals beschuldigd, gegeseld en gekruisigd. Aan het kruis roept Hij met luide stem:
Markus 15:34 Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?
In dit moment draagt Jezus de zonde van de hele wereld. De Vader keert Zich af van de Zoon — niet omdat Hij Hem niet liefheeft, maar omdat Hij onze zonde op Zich genomen heeft. Dit is de diepste duisternis, opdat wij het licht zouden ontvangen.
Markus 15:37-38 En Jezus riep met luide stem en gaf de geest. En het voorhangsel van de tempel scheurde in tweeën, van boven tot beneden.
Het voorhangsel dat de toegang tot het heilige der heiligen afsloot, scheurt van boven tot beneden — God Zelf opent de weg. Door het offer van Jezus is de scheiding tussen God en mens weggenomen. Iedereen mag nu vrijmoedig naderen tot de troon van genade.
Maar het verhaal eindigt niet bij het kruis!
Markus 16:6 Hij is opgewekt! Hij is hier niet.
Het graf is leeg. Jezus is opgestaan uit de dood! De dood kon Hem niet houden. Hij leeft en regeert voor eeuwig. Dit is het fundament van ons geloof: Jezus Christus is opgestaan.
Markus 16:15 Ga heen in heel de wereld, predik het Evangelie aan alle schepselen.
De opgestane Jezus geeft Zijn discipelen — en ons — een opdracht: ga de hele wereld in en verkondig het goede nieuws. Dit evangelie is niet bedoeld om voor onszelf te houden, maar om te delen met ieder mens.
Markus 16:17-18 En hen die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij demonen uitdrijven; in vreemde talen zullen zij spreken; slangen zullen zij oppakken; en als zij iets dodelijks drinken, zal het hen beslist niet schaden; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen gezond worden.
Dit zijn de tekenen die het geloof bevestigen. Jezus geeft Zijn volgelingen autoriteit en kracht om in Zijn Naam te handelen. Het evangelie van Markus begint met kracht en eindigt met kracht — de kracht van de opgestane Christus die werkt door iedereen die gelooft.
Jezus Christus is dezelfde, gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid! (Hebreeën 13:8)