Les 15: Gods Wet — Wet en Genade

 

Inleiding

Wet en genade — twee woorden die in het christelijk geloof een centrale rol spelen. Hoe verhouden ze zich tot elkaar? Zijn ze tegenstrijdig of vullen ze elkaar aan? Heeft de wet nog betekenis voor een gelovige die onder de genade leeft? Dit zijn vragen die christenen door de eeuwen heen hebben beziggehouden, en die ook voor jou als discipel van Jezus belangrijk zijn.

In deze les gaan we ontdekken wat Gods wet is, waarom Hij die gegeven heeft, hoe Jezus de wet heeft vervuld, en wat dat betekent voor ons als gelovigen. We zullen zien dat wet en genade geen vijanden zijn, maar twee aspecten van Gods liefde voor ons. De wet laat ons zien wie God is en wat Hij van ons vraagt; de genade geeft ons de kracht om daaraan te beantwoorden.

Johannes 1:17 Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn er door Jezus Christus gekomen.

De wet kwam door Mozes, de genade door Jezus Christus. Maar beide komen van dezelfde God, en beide zijn uitdrukking van Zijn liefde en Zijn heiligheid.

Vraag 1: Lees Johannes 1:17. Door wie werd de wet gegeven en door wie kwam de genade? Waarom zijn wet en genade geen vijanden maar twee aspecten van dezelfde God? (Johannes 1:17)

God gaf de wet aan Mozes: de Tien Geboden

Op de berg Sinaï gaf God Zijn wet aan het volk Israël door middel van Mozes. Het hart van die wet zijn de Tien Geboden, die God met Zijn eigen vinger op stenen tafelen schreef. Dit zijn niet zomaar regels — het zijn uitdrukkingen van Gods heilige karakter. Ze laten zien wie God is en hoe Hij wil dat we leven.

Exodus 20:1-3 Toen sprak God al deze woorden: Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land Egypte, uit het slavenhuis, geleid heeft. U zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.

Het eerste gebod: God alleen is God. Er is geen andere god naast Hem. Dit gebod raakt het fundament van alles: wie is jouw God? Aan wie geef je de eerste plaats in je leven? Alles wat de plaats van God in je leven inneemt — geld, carriere, relaties, vermaak — is een afgod.

Exodus 20:4-6 U zult voor uzelf geen beeld maken, geen enkele afbeelding van wat boven in de hemel, of beneden op de aarde of in het water onder de aarde is. U zult zich daarvoor niet neerbuigen, en die niet dienen, want Ik, de HEERE, uw God, ben een na-ijverig God, Die de misdaad van de vaderen vergeldt aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde geslacht van hen die Mij haten, maar Die barmhartigheid doet aan duizenden van hen die Mij liefhebben en Mijn geboden in acht nemen.

Het tweede gebod: Geen beelden maken om God te aanbidden. God laat Zich niet vangen in een beeld. Hij is groter dan elk beeld, elke voorstelling. Dit gebod beschermt ons tegen een verkleind beeld van God.

Vraag 2: Schrijf het eerste en het tweede gebod op uit Exodus 20:3-6. Wat is het verschil tussen deze twee geboden? Welke ‘afgoden’ kunnen er in ons moderne leven zijn? (Exodus 20:3-6)

Exodus 20:7 U zult de Naam van de HEERE, uw God, niet ijdel gebruiken, want de HEERE zal niet voor onschuldig houden wie Zijn Naam ijdel gebruikt.

Het derde gebod: Gods Naam niet misbruiken. Gods Naam is heilig en dient met eerbied behandeld te worden. Dit gaat verder dan alleen vloeken — het gaat om een grondhouding van eerbied voor wie God is.

Exodus 20:8-11 Gedenk de sabbatdag, dat u die heiligt. Zes dagen zult u arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is de sabbat van de HEERE, uw God. Dan zult u geen enkel werk doen, u, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienaar, noch uw dienares, noch uw vee, noch uw vreemdeling die binnen uw poorten is. Want in zes dagen heeft de HEERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee, en al wat erin is, en Hij rustte op de zevende dag. Daarom zegende de HEERE de sabbatdag, en heiligde die.

Het vierde gebod: De sabbat heiligen. God wil dat we een dag apart zetten voor rust en aanbidding. Dit gebod laat zien dat we niet gemaakt zijn om voortdurend te werken — we zijn gemaakt om ook te rusten in Gods aanwezigheid. (We zullen hier in les 16 uitgebreid op ingaan.)

Exodus 20:12 Eer uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land dat de HEERE, uw God, u geeft.

Het vijfde gebod: Je vader en moeder eren. Dit is het eerste gebod met een belofte: wie zijn ouders eert, zal lang leven. Respect voor ouders is het fundament van een gezonde samenleving.

Exodus 20:13 U zult niet doodslaan.

Het zesde gebod: Niet doden. Het menselijk leven is heilig, want de mens is geschapen naar Gods beeld.

Exodus 20:14 U zult niet echtbreken.

Het zevende gebod: Niet echtbreken. Het huwelijk is heilig en dient beschermd te worden.

Exodus 20:15 U zult niet stelen.

Het achtste gebod: Niet stelen. Respect voor het eigendom van een ander.

Exodus 20:16 U zult geen vals getuigenis spreken tegen uw naaste.

Het negende gebod: Niet liegen over je naaste. Eerlijkheid en waarheid zijn fundamenteel in Gods koninkrijk.

Exodus 20:17 U zult niet begeren het huis van uw naaste. U zult niet begeren de vrouw van uw naaste, noch zijn dienaar, noch zijn dienares, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets wat van uw naaste is.

Het tiende gebod: Niet begeren wat van je naaste is. Dit gebod gaat verder dan de daad — het raakt het hart. Je mag niet eens verlangen naar wat van een ander is.

Vraag 3: Schrijf de Tien Geboden op in kernwoorden uit Exodus 20:1-17. Welke vier gaan over je relatie met God en welke zes over je relatie met je naaste? (Exodus 20:1-17)

De eerste vier geboden gaan over onze relatie met God: geen andere goden, geen beelden, Zijn Naam niet misbruiken, de sabbat heiligen.

De laatste zes geboden gaan over onze relatie met onze naaste: ouders eren, niet doden, niet echtbreken, niet stelen, niet liegen, niet begeren.

Jezus vat dit samen in twee geboden: God liefhebben en je naaste liefhebben (Mattheüs 22:37-40).

Het doel van de wet: kennis van zonde

Waarom gaf God de wet? Niet om ons te redden — de wet kan ons niet redden. De wet heeft een ander, heel belangrijk doel: ons laten zien dat we zondaars zijn die genade nodig hebben.

Romeinen 3:20 Daarom zal uit werken van de wet geen vlees voor Hem gerechtvaardigd worden. Want door de wet is de kennis van de zonde.

De wet is als een spiegel: ze laat ons zien hoe we er werkelijk uitzien. Wanneer je in een spiegel kijkt en ziet dat je gezicht vuil is, dan weet je dat je je moet wassen. De spiegel maakt je niet schoon — maar ze laat je zien dat je vuil bent. Zo werkt de wet: ze laat ons zien dat we zondaars zijn die reiniging nodig hebben.

Romeinen 7:7 Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet zonde? Volstrekt niet! Ja, ik zou de zonde niet hebben leren kennen dan door de wet. Ik zou immers ook de begeerte niet gekend hebben, als de wet niet had gezegd: U zult niet begeren.

Paulus zegt: zonder de wet zou ik niet geweten hebben wat zonde is. De wet definieert wat goed en kwaad is. Ze trekt de grenslijn en laat ons zien wanneer we die overschrijden. Zonder wet is er geen kennis van zonde, en zonder kennis van zonde is er geen besef van de behoefte aan een Verlosser.

Romeinen 7:12 Zo is dan de wet heilig, en het gebod is heilig en rechtvaardig en goed.

De wet zelf is niet het probleem — de wet is heilig, rechtvaardig en goed. Het probleem is ons onvermogen om de wet te houden. De wet laat ons zien hoe ver we van Gods standaard af staan, en drijft ons zo naar Christus.

Vraag 4: Lees Romeinen 3:20 en Romeinen 7:7. Wat is het doel van de wet? Hoe functioneert de wet als een ‘spiegel’? Kan de wet ons redden? (Romeinen 3:20; Romeinen 7:7)

De wet als tuchtmeester naar Christus

Paulus gebruikt een krachtig beeld om de functie van de wet uit te leggen:

Galaten 3:24 Zo is dan de wet onze leermeester geweest tot Christus, opdat wij uit het geloof gerechtvaardigd zouden worden.

Het Griekse woord dat hier vertaald wordt als ‘leermeester’ is paidagogos. In de Romeinse tijd was een paidagogos niet een leraar, maar een slaaf die het kind naar school bracht en bewaakte tot het volwassen werd. De paidagogos had gezag over het kind, maar dat gezag was tijdelijk — het duurde tot het kind volwassen was.

Zo is de wet onze leermeester die ons naar Christus brengt. De wet laat ons zien dat we zondaars zijn, dat we Gods standaard niet kunnen halen, en dat we een Verlosser nodig hebben. En dan, wanneer we bij Christus zijn aangekomen, is de taak van de leermeester volbracht:

Galaten 3:25-26 Maar nu het geloof gekomen is, zijn wij niet meer onder een leermeester. Want u bent allen kinderen van God, door het geloof, in Christus Jezus.

We zijn niet meer onder de leermeester — we zijn nu kinderen van God! De wet heeft haar werk gedaan: ze heeft ons naar Christus gebracht. Nu leven we niet meer onder de wet, maar onder de genade. Niet omdat de wet slecht was, maar omdat ze haar doel heeft bereikt.

Vraag 5: Lees Galaten 3:24-26. Wat was de functie van een paidagogos in de Romeinse tijd? Hoe vervult de wet die rol? Waarom zijn we ‘niet meer onder een leermeester’ nu het geloof gekomen is? (Galaten 3:24-26)

Galaten 3:21-22 Is de wet dan in strijd met de beloften van God? Volstrekt niet! Want als er een wet gegeven was die bij machte was levend te maken, dan zou de gerechtigheid werkelijk uit de wet zijn. Maar de Schrift heeft alles onder de zonde opgesloten, opdat de belofte door het geloof in Jezus Christus aan de gelovigen gegeven zou worden.

De wet kon ons niet levend maken — ze kon ons alleen laten zien dat we dood waren in onze zonden. Maar juist daarin lag haar waarde: ze wees ons naar de belofte van redding door geloof in Jezus Christus.

Jezus heeft de wet vervuld

Jezus kwam niet om de wet af te schaffen, maar om haar te vervullen:

Mattheüs 5:17-18 Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar om die te vervullen. Want, voorwaar, Ik zeg u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota of één tittel van de Wet voorbijgaan, totdat het alles geschied is.

Jezus heeft de wet vervuld op drie manieren:

1. Hij heeft de wet volmaakt gehouden. Jezus is de enige Mens die ooit de wet van God volmaakt heeft gehouden. Hij zondigde nooit, Hij overtrad nooit een gebod, Hij was in alles gehoorzaam aan de Vader. Zijn volmaakte gehoorzaamheid wordt aan ons toegerekend wanneer we in Hem geloven.

2. Hij heeft de wet vervuld door Zijn offer. De offerwetten in het Oude Testament wezen vooruit naar het ultieme offer: het Lam van God dat de zonde van de wereld wegneemt. Jezus is dat Lam. Alle offers uit het Oude Testament vinden hun vervulling in Hem.

3. Hij heeft de diepere betekenis van de wet onthuld. In de Bergrede laat Jezus zien dat de wet niet alleen over uiterlijk gedrag gaat, maar over het hart.

Vraag 6: Lees Mattheüs 5:17-18. Is Jezus gekomen om de wet af te schaffen? Op welke drie manieren heeft Hij de wet vervuld? (Mattheüs 5:17-18)

Jezus verscherpt de wet: het gaat om het hart

In Mattheüs 5 laat Jezus zien dat de wet veel dieper gaat dan uiterlijk gedrag. Hij verscherpt de wet door te laten zien dat God niet alleen naar onze daden kijkt, maar naar ons hart.

Mattheüs 5:21-22 U hebt gehoord dat tegen de ouden gezegd is: U zult niet doden; en: Wie doodt, zal door de rechtbank schuldig bevonden worden. Maar Ik zeg u: Al wie ten onrechte boos is op zijn broeder, zal schuldig bevonden worden door de rechtbank.

Niet alleen moord is zonde — ook onterechte boosheid is zonde in Gods ogen. De wet zegt: ‘dood niet’. Jezus zegt: ‘wees niet eens boos op je broeder zonder reden’. God kijkt naar het hart, niet alleen naar de daad.

Mattheüs 5:27-28 U hebt gehoord dat tegen de ouden gezegd is: U zult geen overspel plegen. Maar Ik zeg u dat al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren, in zijn hart al overspel met haar gepleegd heeft.

Niet alleen de daad van overspel is zonde — ook de begeerte in het hart. Jezus legt de lat niet lager maar hoger dan de Farizeeën dachten. Het gaat God niet om uiterlijke gehoorzaamheid alleen — het gaat Hem om een rein hart.

Vraag 7: Lees Mattheüs 5:21-22 en 5:27-28. Hoe verscherpt Jezus de geboden ‘niet doden’ en ‘niet echtbreken’? Waarom gaat het God niet alleen om de uiterlijke daad maar om het hart? (Mattheüs 5:21-22; 5:27-28)

Mattheüs 5:43-45 U hebt gehoord dat er gezegd is: U moet uw naaste liefhebben en uw vijand moet u haten. Maar Ik zeg u: Heb uw vijanden lief; zegen hen die u vervloeken; doe goed aan hen die u haten; en bid voor hen die u beledigen en u vervolgen, zodat u kinderen zult zijn van uw Vader, Die in de hemelen is, want Hij laat Zijn zon opgaan over slechte en goede mensen, en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.

Dit is misschien wel het meest radicale gebod van Jezus: heb je vijanden lief. Niet alleen je vrienden, niet alleen je buren, maar je vijanden. De wet zei: heb je naaste lief. Jezus zegt: heb zelfs je vijand lief. Dat is de standaard van Gods koninkrijk.

Vraag 8: Lees Mattheüs 5:43-48. Wat gebiedt Jezus ten aanzien van onze vijanden? Welke vier concrete dingen moeten we doen voor hen? Waarom is dit de standaard van Gods koninkrijk? (Mattheüs 5:43-48)

De wet van Christus: liefde

Jezus vat de hele wet samen in twee geboden:

Mattheüs 22:37-40 Jezus zei tegen hem: U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede, hieraan gelijk: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet, en de Profeten.

De hele wet hangt aan deze twee geboden: God liefhebben en je naaste liefhebben. Als je deze twee geboden houdt, houd je de hele wet. Liefde is de vervulling van de wet.

Romeinen 13:8-10 Wees niemand iets schuldig dan elkaar lief te hebben; want wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld. Want dit: U zult geen overspel plegen, u zult niet doden, u zult niet stelen, u zult geen vals getuigenis geven, u zult niet begeren, en welk ander gebod er ook is, wordt in dit woord samengevat, namelijk hierin: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. De liefde doet de naaste geen kwaad. Daarom is de liefde de vervulling van de wet.

Wie liefheeft, vervult de wet. Als je je naaste werkelijk liefhebt, zul je hem niet doden, niet bestelen, niet bedriegen, niet benijden. Liefde is de vervulling van alle geboden.

Vraag 9: Lees Mattheüs 22:37-40 en Romeinen 13:8-10. Hoe vat Jezus de hele wet samen in twee geboden? Waarom noemt Paulus liefde ‘de vervulling van de wet’? (Mattheüs 22:37-40; Romeinen 13:8-10)

Jezus geeft ook een nieuw gebod:

Johannes 13:34-35 Een nieuw gebod geef Ik u, namelijk dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u liefgehad heb, moet u ook elkaar liefhebben. Hierdoor zullen allen inzien dat u Mijn discipelen bent: als u liefde onder elkaar hebt.

Het nieuwe aan dit gebod is de maatstaf: ‘zoals Ik u liefgehad heb’. Niet zoals jij je naaste liefhebt, maar zoals Jezus jou liefheeft. Dat is een veel hogere standaard. Jezus had ons lief tot het uiterste — tot aan het kruis. Zo moeten wij elkaar liefhebben.

Vraag 10: Lees Johannes 13:34-35. Wat is ‘nieuw’ aan het nieuwe gebod van Jezus? Wat is de maatstaf van liefde die Jezus ons geeft? Waaraan zullen anderen herkennen dat wij Zijn discipelen zijn? (Johannes 13:34-35)

Niet onder de wet maar onder de genade

Romeinen 6:14 Want de zonde zal over u niet heersen. U bent namelijk niet onder de wet, maar onder de genade.

Als gelovigen in Christus zijn we niet meer onder de wet, maar onder de genade. Dit betekent niet dat de wet niet meer geldig is of dat we nu mogen zondigen. Het betekent dat onze relatie met God niet meer gebaseerd is op het houden van de wet, maar op genade door geloof.

Romeinen 6:15 Wat dan? Zullen wij zondigen omdat wij niet onder de wet maar onder de genade zijn? Volstrekt niet!

Genade is geen excuus om te zondigen. Integendeel: genade geeft ons juist de kracht om niet te zondigen. Onder de wet probeerden we in eigen kracht Gods geboden te houden en faalden we keer op keer. Onder de genade werkt God Zelf in ons door Zijn Heilige Geest, zodat we Zijn wil kunnen doen.

Vraag 11: Lees Romeinen 6:14-15. Wat bedoelt Paulus met ‘niet onder de wet maar onder de genade’? Betekent dat dat we mogen zondigen? Wat antwoordt Paulus zelf op die vraag? (Romeinen 6:14-15)

Titus 2:11-12 Want de zaligmakende genade van God is verschenen aan alle mensen, en leert ons de goddeloosheid en de wereldse begeerten te verloochenen en in deze tegenwoordige wereld bezonnen, rechtvaardig en godvruchtig te leven.

De genade leert ons! Ze is niet passief — ze is actief. De genade leert ons om goddeloosheid te verloochenen en godvruchtig te leven. Genade is de beste leraar die er is.

Vraag 12: Lees Titus 2:11-12. Welke twee dingen leert de genade ons? Wat moeten we verloochenen en hoe moeten we leven? (Titus 2:11-12)

De wet geschreven op het hart

In het Oude Testament stond de wet op stenen tafelen. Maar God beloofde dat er een dag zou komen waarop Hij Zijn wet in het hart van Zijn volk zou schrijven:

Jeremia 31:33 Voorzeker, dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israël sluiten zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn en zíj zullen Mij tot een volk zijn.

Dit is de belofte van het Nieuwe Verbond. Niet langer een wet van buitenaf die ons veroordeelt, maar een wet van binnenuit die ons leidt. God schrijft Zijn wet in ons hart door de Heilige Geest. We gehoorzamen niet meer uit angst voor straf, maar uit liefde voor God.

Hebreeën 8:10 Want dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israël sluiten zal, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven en Ik zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.

De schrijver van de Hebreeënbrief past deze profetie van Jeremia toe op het Nieuwe Verbond in Christus. Door de Heilige Geest schrijft God Zijn wet in ons verstand (we begrijpen Zijn wil) en in ons hart (we verlangen ernaar om Zijn wil te doen). Dit is de prachtige werkelijkheid van het leven onder de genade: God verandert ons van binnenuit.

Vraag 13: Lees Jeremia 31:33 en Hebreeën 8:10. Waar schreef God Zijn wet in het Oude Verbond (op welk materiaal)? Waar schrijft Hij Zijn wet in het Nieuwe Verbond? Wat is het verschil in de praktijk? (Jeremia 31:33; Hebreeën 8:10)

Ezechiël 36:26-27 Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegnemen en u een hart van vlees geven. Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven. Ik zal maken dat u in Mijn verordeningen wandelt en dat u Mijn bepalingen in acht neemt en die houdt.

God geeft een nieuw hart en een nieuwe geest. Hij vervangt het stenen hart door een hart van vlees. En Hij geeft Zijn Geest, die ervoor zorgt dat we in Zijn verordeningen wandelen. Het is niet onze eigen kracht — het is Zijn Geest in ons die het mogelijk maakt.

Vraag 14: Lees Ezechiël 36:26-27. Welke drie dingen belooft God in dit gedeelte te doen? Wat is een ‘hart van steen’ en een ‘hart van vlees’? Hoe maakt de Heilige Geest het mogelijk om Gods wet te vervullen? (Ezechiël 36:26-27)

De koninklijke wet

Jakobus 2:8 Als u echter de koninklijke wet volbrengt, overeenkomstig de Schrift: U zult uw naaste liefhebben als uzelf, dan handelt u goed.

Jakobus noemt het gebod om je naaste lief te hebben de ‘koninklijke wet’. Het is koninklijk omdat het de wet is van de Koning der koningen. Het is de hoogste wet, de wet die alle andere wetten samenvat en vervult. Wie deze wet houdt, handelt goed.

Galaten 5:14 Want heel de wet wordt in één woord vervuld, namelijk hierin: U zult uw naaste liefhebben als uzelf.

De hele wet in één woord: liefde. Niet een sentimenteel gevoel, maar een actieve, opofferende liefde die het belang van de ander boven het eigen belang stelt. Dit is de wet van Christus, de koninklijke wet, de wet die geschreven is op ons hart door de Heilige Geest.

Vraag 15: Lees Jakobus 2:8 en Galaten 5:14. Waarom wordt het gebod om je naaste lief te hebben de ‘koninklijke wet’ genoemd? Hoe wordt de hele wet in één woord samengevat? (Jakobus 2:8; Galaten 5:14)

Vrijheid in Christus, niet wetticisme

Het is belangrijk om te begrijpen dat vrijheid in Christus niet betekent dat we vrij zijn om te zondigen, maar dat we vrij zijn van de macht van de zonde en van de veroordeling van de wet.

Galaten 5:1 Sta dan vast in de vrijheid waarmee Christus ons vrijgemaakt heeft, en laat u niet weer met een juk van slavernij belasten.

Christus heeft ons vrijgemaakt! We zijn vrij van het juk van de wet — het juk van ‘je moet dit doen en dat doen om gered te worden’. We zijn vrij om God te dienen uit liefde, niet uit angst. We zijn vrij om te leven naar de Geest, niet naar het vlees.

Vraag 16: Lees Galaten 5:1 en Kolossenzen 2:16-17. Waarvan heeft Christus ons vrijgemaakt? Wat noemt Paulus een ‘schaduw’ en wat is het ‘lichaam’? Wat is het gevaar van wetticisme? (Galaten 5:1; Kolossenzen 2:16-17)

Kolossenzen 2:16-17 Laat dus niemand u veroordelen inzake eten of drinken, of op het punt van een feestdag, een nieuwe maan of de sabbatten. Deze zaken zijn een schaduw van de toekomstige dingen, maar het lichaam is van Christus.

De spijswetten, de feestdagen, de sabbat — het waren allemaal schaduwen van Christus. Nu Christus gekomen is, hebben we het Lichaam zelf. We houden ons niet meer vast aan de schaduw, maar aan Christus Zelf. Niemand mag ons veroordelen over deze uiterlijke zaken.

Galaten 5:13-14 Want u bent tot vrijheid geroepen, broeders, alleen niet die vrijheid als een aanleiding voor het vlees, maar dien elkaar door de liefde. Want heel de wet wordt in één woord vervuld, namelijk hierin: U zult uw naaste liefhebben als uzelf.

Vrijheid is niet een excuus om te doen wat je wilt. Vrijheid is de mogelijkheid om te doen wat God wilt. We zijn vrij om te dienen — vrij om lief te hebben. Dat is de ware vrijheid in Christus.

Samenvatting: De wet is heilig, rechtvaardig en goed. Ze laat ons zien wie God is en hoe ver we van Zijn standaard af staan. Ze brengt ons naar Christus, die de wet volmaakt heeft vervuld. Nu leven we niet meer onder de wet maar onder de genade. Gods wet is geschreven op ons hart door de Heilige Geest, en we vervullen de wet door liefde. We zijn vrij in Christus — vrij om God te dienen uit liefde, niet uit dwang.

De wet en het geweten

Hoewel de wet specifiek aan Israël gegeven werd, laat Paulus zien dat God ook in het hart van niet-Joden iets van Zijn wet gelegd heeft — namelijk het geweten:

Romeinen 2:14-15 Want wanneer heidenen, die de wet niet hebben, van nature doen wat de wet zegt, zijn zij, hoewel zij de wet niet hebben, zichzelf tot wet. Zij tonen dat het werk van de wet geschreven is in hun hart. Daarvan getuigt ook hun geweten en hun gedachten onderling beschuldigen of ook verontschuldigen elkaar.

Elk mens heeft een geweten — een innerlijk besef van goed en kwaad. Dat geweten is niet volmaakt (het kan verdoofd of vervormd raken door de zonde), maar het laat zien dat God Zijn morele wet in de menselijke natuur heeft ingebouwd. Zelfs mensen die Gods Woord nooit hebben gelezen, weten diep van binnen dat stelen verkeerd is, dat moord verkeerd is, dat liegen verkeerd is.

Vraag 17: Lees Romeinen 2:14-15. Hoe kunnen heidenen die de wet niet hebben toch ‘van nature doen wat de wet zegt’? Wat is de rol van het geweten? (Romeinen 2:14-15)

Voor ons als gelovigen heeft het geweten een bijzondere rol. De Heilige Geest gebruikt ons geweten om ons te overtuigen van zonde en ons terug te leiden naar Gods weg:

Johannes 16:8 En als Die gekomen is, zal Hij de wereld overtuigen van zonde, van gerechtigheid en van oordeel.

De Heilige Geest overtuigt ons van zonde — niet om ons te veroordelen, maar om ons tot bekering te leiden. Wanneer je geweten je aanklaagt, is dat vaak de stem van de Heilige Geest die je terugroept naar de weg van gehoorzaamheid.

De wet van de Geest des levens

In Romeinen 8 introduceert Paulus een nieuwe ‘wet’ — niet de wet van Mozes, maar de wet van de Geest des levens:

Romeinen 8:1-4 Dus is er nu geen verdoemenis voor hen die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest. Want de wet van de Geest van het leven in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet van de zonde en van de dood. Want wat voor de wet onmogelijk was, krachteloos als zij was door het vlees, dat heeft God gedaan: Hij heeft Zijn eigen Zoon gezonden in een gedaante gelijk aan het zondige vlees en dat Christ met het oog op de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees, opdat de rechtvaardige eis van de wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.

Dit is een van de meest bevrijdende gedeelten in de hele Bijbel. Geen verdoemenis meer! De wet kon ons niet verlossen — ze was krachteloos door ons vlees. Maar wat de wet niet kon, heeft God gedaan door Zijn Zoon te zenden. En nu is de rechtvaardige eis van de wet vervuld in ons — niet door onze eigen gehoorzaamheid, maar door de Geest die in ons woont en werkt.

De wet van de Geest des levens is de innerlijke werking van de Heilige Geest die ons leidt, motiveert en kracht geeft om Gods wil te doen. Het is geen externe regelgeving, maar een interne transformatie. De Geest verandert ons hart, zodat we Gods wil niet meer als een last ervaren, maar als een vreugde.

Vraag 18: Lees Romeinen 8:1-4. Wat heeft de ‘wet van de Geest des levens’ voor ons gedaan? Wat kon de wet van Mozes niet doen, en wat heeft God in plaats daarvan gedaan? (Romeinen 8:1-4)

Galaten 5:16-18 Maar ik zeg: Wandel door de Geest en u zult zeker de begeerte van het vlees niet volbrengen. Want het vlees begeert tegen de Geest in, en de Geest tegen het vlees in; en die staan tegenover elkaar, zodat u niet doet wat u zou willen. Als u echter door de Geest geleid wordt, bent u niet onder de wet.

Als je door de Geest geleid wordt, ben je niet onder de wet. Niet omdat je boven de wet staat, maar omdat de Geest in je hart meer doet dan de wet ooit van buitenaf kon doen. De Geest verandert je verlangens, zodat je van binnenuit wilt wat God wilt. Dat is de vervulling van Jeremia’s profetie: de wet geschreven op het hart.

Galaten 5:22-23 De vrucht van de Geest is echter: liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Daartegen richt de wet zich niet.

De vrucht van de Geest is alles wat de wet ooit van ons vroeg — en meer. Tegen zulke dingen richt de wet zich niet, want ze zijn de perfecte vervulling van de wet. Wie de vrucht van de Geest draagt, doet automatisch wat de wet vraagt — niet uit dwang, maar uit liefde.

Vraag 19: Lees Galaten 5:22-23. Noem de negen vruchten van de Geest. Waarom staat er: ‘daartegen richt de wet zich niet’? Hoe is de vrucht van de Geest de vervulling van de wet? (Galaten 5:22-23)

De balans vinden

Hoe vinden we de juiste balans tussen wet en genade in ons dagelijks leven? Twee gevaren liggen op de loer:

1. Wetticisme — het gevaar om het christelijk leven te reduceren tot een lijst van regels en voorschriften. Dit leidt tot trots (‘ik houd mij beter aan de regels dan jij’) of tot wanhoop (‘ik kan de regels nooit volmaakt houden’). Jezus waarschuwde streng tegen de wetticisme van de Farizeeën:

Mattheüs 23:23 Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u geeft tienden van de munt, de dille en de komijn, en u laat het belangrijkste van de Wet na: het recht, en de barmhartigheid en het geloof. Deze dingen zou men moeten doen en die andere niet nalaten.

2. Antinomianisme (wetteloosheid) — het gevaar om de genade te misbruiken als excuus om te leven zoals je wilt. ‘We zijn toch onder de genade?’ Maar Paulus is daar heel duidelijk over:

Galaten 5:13 Want u bent tot vrijheid geroepen, broeders, alleen niet die vrijheid als een aanleiding voor het vlees, maar dien elkaar door de liefde.

De juiste balans is: leven door de Geest, geleid door de liefde, gevormd door Gods Woord. We houden Gods geboden niet om gered te worden, maar omdat we gered zijn. We gehoorzamen niet uit angst, maar uit liefde. We leven niet onder de wet, maar de wet leeft in ons — geschreven op ons hart door de Heilige Geest.

1 Johannes 5:3 Want dit is de liefde tot God, dat wij Zijn geboden in acht nemen; en Zijn geboden zijn geen zware last.

Gods geboden zijn geen zware last wanneer ze voorkomen uit liefde. Een kind dat zijn vader liefheeft, ervaart de regels van zijn vader niet als een last, maar als een uiting van zorg en liefde. Zo is het ook met Gods geboden: wanneer je Hem liefhebt, zijn Zijn geboden geen zware last, maar een vreugde.

Vraag 20: Lees 1 Johannes 5:3 en Mattheüs 23:23. Wanneer zijn Gods geboden ‘geen zware last’? Wat zijn volgens Jezus ‘het belangrijkste van de wet’ dat de Farizeeën nalieten? Zijn er gebieden in jouw leven waar je wettisch bent in plaats van uit liefde leeft? (1 Johannes 5:3; Mattheüs 23:23)

Memorisatieteksten

Leer de volgende drie teksten uit je hoofd. Neem er de tijd voor en herhaal ze dagelijks totdat je ze kent.

  1. Mattheüs 22:37-39‘Jezus zei tegen hem: U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede, hieraan gelijk: U zult uw naaste liefhebben als uzelf.’
  2. Galaten 3:24‘Zo is dan de wet onze leermeester geweest tot Christus, opdat wij uit het geloof gerechtvaardigd zouden worden.’
  3. Jeremia 31:33‘Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.’
← Vorige les Overzicht Volgende les →