Spreuken 29
11 Een man, die, dikwijls bestraft zijnde,2 de nek verhardt, zal plotseling verbroken worden, zodat3 er geen genezen aan is.
2a Als de rechtvaardigen4 groot worden, verblijdt zich het volk; maar als de goddeloze heerst,5 zucht het volk.
3b Een man, die van de wijsheid houdt, verblijdt zijn vader;6c maar die een metgezel van de hoeren is, brengt het goed door.
47 Een koning houdt8 het land staande9 door het recht;10 maar een, die tot geschenken genegen is, verstoort het.
5Een man, die zijn naaste11 vleit,12 spreidt een net uit voor daarvan gangen.
6In de overtreding van een slechte man is een13 strik; maar de rechtvaardige14 juicht en is blij.
7d De15 rechtvaardige16 neemt kennis van de rechtzaak van de armen; maar de goddeloze begrijpt17 de wetenschap niet.
818 Spotdrijvende mensen19 blazen een stad aan brand; maar de wijzen keren de20 toorn af.
9Een wijs man, met een dwaas man in rechten zich begeven hebbende, hetzij dat21 hij beroerd is of lacht, zo is er toch geen22 rust.
1023 Bloedgierige mensen haten de24 vrome; maar de oprechten zoeken zijn25 ziel.
11e Een zot laat26 zijn hele geest uit, maar de wijze27 wederhoudt die achteruit.
12Een28 heerser, die op29 leugentaal30 acht geeft, al31 zijn dienaren zijn goddeloos.
13f De arme en32 de bedrieger33 ontmoeten elkaar; JAHWEH34 verlicht hun beider ogen.
14g Een koning, die de35 armen in trouw36 recht doet, diens troon zal in eeuwigheid bevestigd worden.
15h De37 roede, en de38 bestraffing geeft wijsheid;i maar een kind,39 dat aan zich zelf gelaten is, beschaamt40 zijn moeder.
16Als de goddelozen41 velen worden, wordt de overtreding veel; maark de rechtvaardigen zullen42 hun val aanzien.
1743l Tuchtig uw zoon, en hij zal u gerustheid aandoen, en hij zal uw ziel vermakelijkheden geven.
18Als er geen44 profetie is, wordt het volk45 ontbloot; maar welgelukzalig is hij,46 die de wet bewaart.
19Een47 knecht zal door de woorden48 niet getuchtigd worden;49 hoewel hij u verstaat, toch zal hij50 niet antwoorden.
2051 Hebt u een man gezien, die haastig in zijn52 woorden is?m Van een zot is meer53 verwachting dan van hem.
21Als men zijn knecht van jongs op weeldig houdt, hij zal in zijn laatste een54 zoon willen zijn.
22n Een55 boos man verwekt gekijf; en56 de grammoedige is veelvoudig in overtreding.
23o De hoogmoed van de mensen zal hem vernederen; maar de nederige van geest zal de eer57 vasthouden.
24Die met een dief deelt,58 haat zijn ziel;59p hij hoort een vloek, en hij geeft het niet te kennen.
25De60 siddering van de mensen61 legt een strik; maar die op JAHWEH vertrouwt, zal62 in een vesting gesteld worden.
26q Velen63 zoeken het aangezicht van de heersers; maar een ieders recht64 is van JAHWEH.
2765 Een ongerechtig man is de rechtvaardige een gruwel; maar66 die recht is van weg, is67 de goddeloze een gruwel.