Romeinen 6
11 Wat zullen wij dan zeggen? Zullen wij2 in de zonde blijven, opdat de genade3 toeneemt?
24 Volstrekt niet. Wij,5 die de zonde gestorven zijn, hoe zullen wij nog6 daarin leven?
3Of weet u niet,a dat zovelen als wij7 in Christus Jezus gedoopt zijn, wij8 in Zijn dood gedoopt zijn?
4b Wij zijn dan9 met Hem begraven, door de doop in de dood, opdat, zoals Christus uit de dodenc opgewekt is10 tot de heerlijkheid van de11 Vader, zo ook wijd in een nieuw leven wandelen zouden.
5e Want als wij met Hem12 een plant geworden zijn in de gelijkmaking Zijn dood, zo zullen wij het ook zijn in de gelijkmaking van Zijn opstanding;
6Dit wetende, dat13 onze oude mens14f met Hem gekruisigd is, opdat15 het lichaam van de16 zonde te niet gedaan wordt, opdat wij17 niet meer de zonde dienen.
7g Want18 die gestorven is, die is19 gerechtvaardigd van de zonde.
8h Als wij nu20 met Christus gestorven zijn, zo geloven wij, dat wij ook21 met Hem zullen leven;
9i Wetende, dat Christus, opgewekt zijnde uit de doden, niet meer sterft; de dood22 heerst niet meer over Hem.
10k Want dat Hij gestorven is, dat is Hij23 van de24 zonde eenmaal gestorven; en dat Hij leeft, dat leeft Hij25 voor God.
11Zo ook u, reken erop dat u wel26 van de zonde dood bent, maar27 voor God levend bent in Christus Jezus, onze Heere.
12Dat28 dan de29 zonde niet heerse30 in uw31 sterfelijk lichaam, om haar32 te gehoorzamen in de begeerlijkheden van het lichaam.
13En stelt uw leden niet33 voor de zonde tot34 wapens van del ongerechtigheid; maar stelt uzelf35 voor God, als36 uit de doden levend geworden zijnde, en37 stelt uw leden voor God tot wapens van de gerechtigheid.
14Want38 de zonde zal over u niet heersen; want u bent niet39 onder de wet,40 maar onder de genade.
1541 Wat dan? Zullen wij zondigen, omdat wij niet zijn onder de wet, maar onder de genade? Volstrekt niet.
16Weet u niet,m dat wie u uzelf stelt tot dienaren42 ter gehoorzaamheid, u dienaren bent van degene, die u gehoorzaamt, of van43 de zonde tot de dood, of44 van de45 gehoorzaamheid tot gerechtigheid?
17Maar Gode zij dank, dat u wel dienaren van46 de zonde was, maar dat u nu van hart gehoorzaam geworden bent47 aan het voorbeeld van de leer, tot dat u overgegeven bent;
18n En vrijgemaakt zijnde48 van de zonde, bent gemaakt dienaren van de gerechtigheid.
19Ik spreek49 op menselijke wijze,50 vanwege de zwakheid van uw vlees; want zoals u uw leden gesteld hebt, om51 dienstbaar te zijn van de onreinheid en52 van de53 ongerechtigheid, tot ongerechtigheid, zo stelt nu uw leden, om dienstbaar te zijn van54 de gerechtigheid, tot heiligmaking.
20o Want toen u dienaren was55 van de zonde, zo was u vrij van de gerechtigheid.
21Wat vrucht dan had u toen van die dingen, waarover u u56 nu57 schaamt? Want het einde daarvan58 is de dood.
22Maar nu,59 van de zonde vrijgemaakt zijnde, en60 voor God dienstbaar gemaakt zijnde, hebt u uw vrucht61 tot heiligmaking, en het einde het eeuwige leven.
23p Want62 de soldij van de zonde is63 de dood,q maar64 de genadegift van God65 is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onze Heere.