Romeinen 12
11 Ik bid u dan, broeders,2 door de ontfermingen van God,a dat u3 uw lichamen4b stelt tot5 een levende,6 heilige7 en voor God welbehagelijke offergave, dat8 is uw redelijke godsdienst.
2c En wordt9 deze wereld10 niet gelijkvormig; maar11 wordt veranderd door de vernieuwing van12 uwd gemoed, opdat u mag13 beproeven, welke de goede, en welbehagelijke en volmaakte14 wil van God zij.
3Want door15 de genade,e die mij gegeven is,16 zeg ik17 een ieder die onder u is,f dat hij niet18 wijs zij boven wat men behoort wijs te zijn; maar dat hij19 wijs zij tot20 matigheid, zoals21g God22 ieder23 de mate van het24 geloof gedeeld heeft.
425 Wanth zoals wij in één lichaam vele leden hebben, en de leden alle niet dezelfde werking hebben;
5i Zo zijn wij velen één lichaam in Christus, maar elk zijn wij elkaars leden.
626 Hebbende nuk verscheidene27 gaven, naar de genade, die ons gegeven is,
728 Zo laat ons die29l gaven besteden, hetzij profetie,30 naar de mate vanm het geloof;31 hetzij bediening, in het bedienen; hetzij32 die leert, in het leren;
8Hetzij33 die vermaant, in het vermanen;34 die uitdeelt,35n in eenvoud;36 die een voorstander is, in ijver;37 die barmhartigheid doet,38o in blijmoedigheid.
939 De liefde zij40 ongeveinsd.p Hebt41 een afkeer van het boze, en42 hangt het goede aan.
10q Hebt elkaar43 hartelijk lief met44 broederlijke liefde.r Ga elkaar voor in eerbetoon45.
11Wees niet46 traag47 in het beijveren.48 Wees vurig van geest.49 Dient de Heere.
1250s Verblijdt u51 in de hoop.t Bent geduldigv in de verdrukking. Volhardt in het gebed.
1352x Deelt mee tot de behoeften53 van de54y heiligen. Tracht naar gastvrijheid.
14z Zegent hen, die u vervolgen;55 zegent en56 vervloekt niet.
1557 Verblijdt u met de blijden; en weent met de wenenden.
16a Weest58 eensgezind onder elkaar.b Tracht niet naar59 de hoge dingen,60 maar voegt u61 tot de nederige.62 Wees niet wijs bij uzelf.
1763c Vergeldt niemand kwaad voor kwaad.64d Bezorgt wat eerlijk is65 voor alle mensen.
18e Als het66 mogelijk is,67 zoveel in u is, houdt vrede met68 alle mensen.
19f Wreekt uzelf niet, geliefden, maar69 geeft de toorn plaats; want er is geschreven:g Mij komt de wraak toe; Ik zal het vergelden, zegt de Heere.
20h Als dan70 uw vijand71 hongert, zo72 spijzigt hem; als hem dorst, zo geeft hem te drinken; want dat doende, zult u73 kolen vuurs op zijn hoofd hopen.
21Wordt74 van het kwade niet75 overwonnen, maar76 overwint het kwade77 door het goede.