Psalmen 52

11 Een onderwijzing van David, voor de2 opperzangmeester. 2a Als Doëg, de3 Edomiet, gekomen was, en Saul te kennen gegeven, en tot hem gezegd had: David is gekomen in het huis van4 Achimelech. 3Wat beroemt u u5 in het kwaad, o u6 geweldige? Gods7 goedertierenheid duurt toch de hele dag. 4Uw tong8 denkt9 enkel schade als een geslepen scheermes,10 werkende bedrog. 5U hebt het kwade liever dan het goede, de leugen, dan gerechtigheid te spreken.11 Sela. 6U hebt lief alle woorden van12 verslinding, en een tong van13 het bedrog. 7God zal u14 ook15 afbreken in eeuwigheid; Hij zal u16 wegrapen en u uit de17 tent uitrukken; ja, Hij zal u uitwortelen uit het land van de18 levenden. Sela. 8En de rechtvaardigen zullen het zien, en19 vrezen; en zij zullen over hem20 lachen, zeggende: 9Zie de man, die God niet stelde tot Zijn Sterkte, maar vertrouwde op de21 veelheid van zijn rijkdom; hij was sterk geworden door zijn22 beschadigen. 10Maar ik zal zijn als een23 groene olijfboom in Gods huis; ik vertrouw op Gods goedertierenheid eeuwig en altijd. 11Ik zal U loven in eeuwigheid,b omdat U het24 gedaan hebt; en ik zal Uw25 Naam verwachten; want26 hij is27 goed voor Uw28 gunstgenoten.