Psalmen 146
11 Hallelujah! O mijn ziel! prijs JAHWEH.
2Ik zal JAHWEH prijzen in mijn leven; ik zal mijn God psalmzingen, terwijl ik nog ben.
3a Vertrouwt niet op prinsen, op het kind van de mens, bij dat geen heil is.
42 Zijn3 geest gaat uit,4 hij keert opnieuw5 tot zijn aarde; op dezelfde dag6 vergaan zijn7 aanslagen.
5Welgelukzalig is hij, die de God van Jakob tot zijn Hulp heeft, wiens verwachting op JAHWEH, zijn God is;
6Die de hemel en de aarde gemaakt heeft, de zee en al wat daarin is; Die trouwe houdt in de eeuwigheid.
7Die de verdrukte recht doet, Die de hongerige brood geeft; JAHWEH maakt de gevangenen8 los.
8b JAHWEH opent de ogen9 van de blinden; JAHWEH richt de gebogenenc op; JAHWEH heeft10 de rechtvaardigen lief.
9JAHWEH bewaart de vreemdelingen; Hij houdt de wees en de weduwe staande; maar de11 goddelozen12 weg keert Hij om.
10d JAHWEH zal in eeuwigheid regeren; uw God,13 o Sion! is van geslacht tot geslacht.14 Hallelujah!