Psalmen 127

11 Een lied Hammaäloth,2 van Salomo. Zo JAHWEH3 het huis niet bouwt, te vergeefs arbeiden daarvan bouwers daaraan; zo JAHWEH de stad niet bewaart, te vergeefs waakt de wachter. 24 Het is te vergeefs, dat u5 vroeg opstaat, laat6 opblijft, eet7 brood van de smarten; het is zo, dat8 Hij het9 Zijn geliefden10 als in de slaap geeft. 3Ziet, de kinderen zijn11 een erfdeel van JAHWEH;12 de vrucht van de buik is13 een beloning. 414 Gelijk de pijlen zijn in de hand van een held, zo zijn15 de zonen van de jeugd. 5Welgelukzalig is de man,16 die zijn pijlkoker daarmee gevuld heeft; zij zullen niet beschaamd worden, als zij met de vijanden1718 spreken zullen in de poort.