Openbaring 15
11 En ik zag een ander2 groot en wonderlijk teken in de hemel;3 namelijk zeven engelen, hebbende4a de zeven laatste plagen; want in deze is de toorn van God geëindigd.
2En ik zagb als een5 glazen zee, met vuur gemengd; en6 die de overwinning hadden van het beest, en7 van zijn beeld, en van zijn merkteken, en van het getal van zijn naam,8 die stonden aan de glazen zee, hebbende9 de citers van God;
3En zij zongen10 het gezang van Mozes, de dienaar van God, en11 het gezang van het Lam, zeggende:12c Groot en wonderlijk zijn Uw werken, Heere, U almachtige God,d rechtvaardig en waarachtig zijn13 Uw wegen, U Koning van de heiligen!
4e Wie zou U niet vrezen, Heere, en Uw Naam niet verheerlijken? Want U bent alleen heilig; want14 alle volken zullen komen, en voor U aanbidden; want15 Uw oordelen zijn openbaar geworden.
5En16 na deze zag ik, en ziet,17f de tempel van de tabernakel van het getuigenis in de hemel18 werd geopend.
6En de zeven engelen,19 die de zeven plagen hadden, kwamen uit de tempel, bekleed20 met rein en blinkend lijnwaad, en21g omgord om de borst met gouden gordels.
7En22 één van de vier dieren gaf de zeven engelen23 zeven gouden schalen,24 vol van de toorn van God, Die in alle eeuwigheid leeft.
8En25 de tempel werdh vervuld met26 rook uit de heerlijkheid van God, en uit Zijn kracht; en27 niemand kon in de tempel ingaan, voordat de zeven plagen van de zeven engelen geëindigd waren.