Openbaring 13
11 En ik zag uit de zee2a een beest opkomen, hebbende3 zeven hoofden en4 tien hoornen; en op zijn hoornen waren tien5 koninklijke hoeden, en op zijn hoofden was6 een naam van godslastering.
2En het beest dat ik zag, was een7 pardel gelijk, en zijn voeten als de voeten van een beer, en zijn mond als de mond van een leeuw; en8 de draak gaf hem zijn kracht, en zijn troon, en grote macht.
3En ik zag één van zijn hoofden als tot de dood9 gewond, en10 zijn dodelijke wonde werd genezen; en de hele aarde11 verwonderde zich achter het beest.
4En zij aanbaden de draak, die het beest macht gegeven had; en zij aanbaden het beest, zeggende: Wie is dit beest gelijk? wie kan strijd voeren tegen het?
5En het werd een mond gegeven,13 om grote dingen en godslasteringen te spreken; en het werd macht gegeven,14 om dat te doen, twee en veertig maanden.
6En het opende zijn mond15 tot lastering tegen God, om Zijn Naam te lasteren, en16 Zijn tabernakel, en17 die in de hemel wonen.
7End het werd macht gegeven, om de18 heiligen strijd aan te doen, en om19 die te overwinnen; en20 het werd macht gegeven over alle geslacht, en taal, en volk.
8En allen, die op de aarde wonen, zullen het aanbidden,21e wier namen niet zijn geschreven in het boek van het leven, van het22 Lam, Dat geslacht is,f van de grondlegging van de wereld.
9Als iemand oren heeft, die hore.
1023 Als iemand in de gevangenis leidt, die gaat zelf in deg gevangenis; als iemand met het zwaard zal doden, die moet zelf met het zwaard gedood worden.h Hier is de volharding en het geloof van de heiligen.
1124 En ik zag een ander beesti uit de aarde opkomen, en25 het had twee hoornen, van het Lam hoornen26 gelijk, en het sprak als de draak.
12En27 het oefent al de macht van het eerste beest,k in aanwezigheid van het, en het maakt, dat28 de aarde, en die daarin wonen het eerste beest aanbidden, wiensl dodelijke wonde genezen was.
13En29 het doetm grote tekenen, zodat het ook30 vuur uit de hemel doet afkomen op de aarde, voor de mensen.
14Enn verleidt degenen, die op de aarde wonen, door de tekenen, die aan het toe doen gegeven zijn in de aanwezigheid van het beest; zeggende tot degenen, die op de aarde wonen, dat zij het beest, dat de wond van het zwaard had, en weer leefde,31 een beeld zouden maken.
15En het werd macht gegeven32 om het beeld van het beest een geest te geven, opdat het beeld van het beest ook zou spreken, en maken, dat allen, dieo het beeld van het beest niet zouden aanbidden, gedood zouden worden.
16En het maakt, dat het aan allen, kleinen en groten, en rijken en armen, en vrijen en dienaren,33p een merkteken geve aan hun rechterhand of aan hun voorhoofden;
17En dat niemand mag kopen of verkopen, dan die dat merkteken heeft,34q of de naam van het beest,35 of het getal van zijn naam.
18Hier isr de wijsheid: die het verstand heeft, rekene het getal van het beest; want het is36 het getal van een mens, en zijn getal is zeshonderd zes en zestig.