Numeri 1
Boekinleiding
lees meer ▾
DE Grieken hebben dit Boek genaamd ARITHMOI, welk woord in de Latijnse taal wordt overgeset NUMERI, en in onze Nederlandse, Getalen, TELLINGEN. De reden deze benaming is, omdat in dit Boek beschreven ...
DE Grieken hebben dit Boek genaamd ARITHMOI, welk woord in de Latijnse taal wordt overgeset NUMERI, en in onze Nederlandse, Getalen, TELLINGEN. De reden deze benaming is, omdat in dit Boek beschreven zijn vele Tellingen, die na de bevele Gods onder zijn volk, als het door de woestijne reisde, geschied zijn, naamlijk van de Israëlieten, en van de Leviten. Niet te min, boven deze Tellingen, zijn vele andere dingen in dit boek vervaat. Want hier vin den wij de Order, na de welke de twaalf stammen rontom de Tabernakel legeren, en diese in 't optrekken gebruiken moesten. Hier wordt ook gesproken van de ambten van de Priesters, en Leviten, van haar onderhoudt, en van de wonderbare bevesting hares Priesterdoms. Hier zijn Ceremoniale, Morale, en Burgerlijke wetten, en die van gemengde zorten zijn. Hier is beschreven de geheel wonderlijke en seltsame wijse, na de welke het God belieft heeft de Israëlieten, door de woestijne, tot het beloofde Land te geleiden. Vele geschiedenissen worden verhaalt, die in deze reize gebeurt zijn; wier oorsaken, middelen, en uitkomsten velerlei onderwijs, en waarschouwing, zo wel tot het burgerlijke, als tot het kerkelijke leven allen Mensen uitgeven. Na de oprichting, en heiliging van de Tabernakels, hebben de Overste van de twaalf stammen de zelf, met haar giften, en offerhanden opentlijk vereert. Van verscheidene murmureringen, en muitingen van de ondankbaren volcx tegen God, en zijn Dienaar Mozesn opstaande, en van de straffen daarop gevolgt, worden hier grouwsame exempelen gevonden. Ondertussen wordt Mozess in den last zijn regering met de onder-hulpe van tseventich Outste gesteunt. Evenwel wordt hij met vele zwarigheden bejegent, zelfs ook van zijn broer Aaron, en zijn suster Mirjam. Op de bespieding van de Lants Kanaän volgen door het kwaad rapport, gedaan van de meestendeel van de Bespieders, en de murmurering van de volcx, zware plagen, die, of stracx enige overvielen, of noch te verwachten waren van de andere, die in de woestijne moesten doolen, en sterven, tot het veertichste jaar van haar uitgang uit Egypte. Daar toe worden noch andere zonden, zo wel van particuliere, als van vele, met haar straffen, in dit boek beschreven. Ook en worden niet verswegen de deugden, en goede werken van de vroomen, nochte van de zelfr toegeseide belooning. Voorder openbaart haar in dit boek, op het allerhoogste, de onbegrijpelijke barmhartigheid Gods in 't verhoren van de gebeden Mozes, zijn trouwen Dienaars, in 't vergeven van de zonden van zeer wederspannige, en oproerige Mensen, en in 't gedurich bewijzen van verscheidene weldaden: Deze waren eensdeels geestelijke, bestaande in de onderhouding van de ware Leer, en rechten Gods-dienst; anderdeels lichamelijke, gelegen in verlossingen van geweldige vijanden, in heerlijke overwinningen van de zelfr, en in zeer milde toewerpingen van vele andere tijdelijke goederen. Ten slotte wordt hier verhaalt, hoe de Israëlieten hen bereid hebben, om te komen in de besitting van de lants Kanaän, wiens palen hier ook beschreven worden. Dit doense na de bevele Gods, mits de stammen Rubens, en Gads, en de halven stamme Manassis, het Land, dat zij aan deze zijde van de Iordane ingenomen hadden, tot haar erfdeel toe te wijsen; en zo over de bedeeling van de lants Kanaän, als over de uitscheiding eeniger steden en plaatsen, daarin gelegen (waarvan enige de Leviten zouden toebehoren, andere tot toevlucht-steden dienen zouden) order te stellen. Dit boek begrijpt de geschiedenissen van acht-en-dertich jaren, en negen maanden, te weten, van de tweede maant van de tweeden jaars, na de uittocht uit Egypte, tot het begin van de elfde maant van de veertichsten jaars.