Markus 1

Boekinleiding lees meer ▾ DE Inhoud deze Boeks, of deze Evangelie, is dezelfde met het Evangelie Matthei, 't welk hij schijnt in een korter begrijp te vervatten. Hij beschrijft dan hoe de JAHWEH CHRISTUS zijn Ampt op van de aa...
DE Inhoud deze Boeks, of deze Evangelie, is dezelfde met het Evangelie Matthei, 't welk hij schijnt in een korter begrijp te vervatten. Hij beschrijft dan hoe de JAHWEH CHRISTUS zijn Ampt op van de aarden bedient heeft. Ten eerste hoe hij bedient heeft zijn Prophetisch ambt, hebbende daarin Ioannem de Dooper tot een voorlooper, om hem de weg te bereiden, van wie hij gedoopt wordt. En hoe hij na dat hij de versoeking van de Satans overwonnen had, aangevangen heeft het Evangelie te prediken, en hoe hij roept vier Discipelen, een onreinen geest uitwerpt: Petri schoonmoeder geneest van de kort ze, en vele andere van haar ziekten: een melaatse reinigt. capitt. 1. Dat hij geneest een gicht-sieke: beroept Mattheum tot een Apostel: verdedicht zijn Discipelen dat zij niet en vasteden, en dat zij op de Sabbath ayren geplukt hadden, c. 2. Dat hij een geneest die een dorre hant had: dat een grote menigte hem volcht: dat hyder twaalf tot Apostelen beroept: de waarheid zijn wonder-werken tegen de lastering zijn vijanden verdedicht: leert welke zijn vrienden zijn. hfst. 3. Dat hij door een gelijkenis van het zaad leert hoemen Gods woord vruchtbaarlijk moet horen, en 't zelf in het openbaar prediken: en hoe het allencxkens toeneemt, Zoals een opwassende zaad: en Zoals een mostaart-zaad: Dat hij een tempeest stilt. hfst. 4. Een legioen duivelen uitwerpt: de dochter Iaïri van de doden opwekt, en een bloet-vloeiende vrouwe geneest. hfst. 5. Dat hij leert te Nazareth, en zijn Apostelen uitsent om te prediken het Evangelie: wat Horodes, die Ioannem had onthalst, van CHRISTUS gevoelde: hoe hij vijf duizend mannen spijsicht met vijf brooden en twee visschen: op het water gaat, en bij zijn discipelen komt, en vele sieken geneest. hfst. 6. Hoe hij de Farizeeën bestraft, dat zij met haar insettingen de wet Gods te niete maakten, en leert wat de mens ontreinigd: werpt de duivel uit de dochter van een Kanaänitise vrouwe: geneest een dooven en stommen. c. 7. Dat hij opnieuw spijsigt vier duizend met seven brooden en weinige viskens: weigert de Farizeeën een teken te geven: vermaand zijn discipelen haar te wachten van de suerdeessem van de Farizeeën, en Herodis; een blin den ziend maakt: zijn lijden voorsecht, en zijn discipelen vermaand tot lijdtsaamheid. c. 8. Hoe hij op de berch voor drie discipelen zijn heerlikheid vertoont: en haar van de toekomste Eliae onderwijst: een stommen en dooven geest uitwerpt: opnieuw zijn lijden voorsecht, en zijn discipelen vermaand tot nederigheid, weldadigheid, ergernissen te mijden. hfst. 9. Disputeert met de Farizeeën over de echt-scheiding: zegent de kleine kin deren: geeft antwoorde aan een die door zijn eigene gerechtigheid de zaligheid socht, wat hij dan doen moest. Leert hoe hin derlijk ter zaligheid de rijkdommen zijn: belooft de gene, die om zijn't wille dezelfde verlaten sullen hebben, het eeuwige leven: voorsecht noch eens zijn lijden: verwerpt 't versoek van de sonen Zebedei: vermaand zijn discipelen tot nederigheid: maakt de blin den Bartimeum ziend. hfst. 10. Dat hij zijn Koninklijken ingank doet binnen Jeruzalem: een vijgeboom vervloekt: de tempel suivert van de koopers en verkoopers, en het zelf verantwoort: zijn discipelen vermaand tot gelooven, en elkaar te vergeven. hfst. 11. Dat hij de Joden aanwijst haar ondankbaarheid door de gelijkenis van de land-mensen die de knechten en ook de zoon van de JAHWEH van de wijngaarts sloegen en doodden: leert datmen de Keizer cijns moet betalen: en dat men na de opstanding niet trouwen zal: leert welk het grootste gebod is, dat hij niet alleen de Zoon maar ook de JAHWEH Davids is: vermaand van de Pha-riseen zeden te vluchten: prijst de gering aalmoezen van een arme weduwe. hfst. 12. Voorsegt de verwoestingen van de Tempels, en de elenden die dezelfde zouden voorgaan, en de zwaarheid van de zelf: voorsecht ook zijn toekomste ten oordeele, en dat de tijd daarvan onbekent is: en vermaand tot waken en bidden. hfst. 13. Dat de overste van de Joden raadslaan om hem te vangen, met welke Iudas over een komt om hem over te leveren. Dat hij gesalft wordt, het Pascha met zijn discipelen houdt, aan welke hij de verrader ontdekt: met de zelf het H. avondmaal houdt: zijn lijden, sterven, en opstanding, ook de vlucht van de discipelen, en Petri versaking voorsecht: zijn lijden in het hofken aanvangt met zeer grote benauwtheid, en sterk bidden: dat hij verraden, gevangen, tot de hoogen-Priester geleidt, geexamineert, met valse getuigen beswaart, en ter dood veroordeelt wordt: dat Petrus hem drymaal verzaakt. hfst. 14. Hoe hij overgelevert wordt aan de Stadthouder Pilatus, die hem ondersoekt, en tegen Barabbam stelt om hem los te laten, en ten slotte laat geesselen en kruicigen: hoe hij zijn kruice draagt, en daar aan genagelt wordt, neffens twee moordenaars: aan het kruice bespot wordt, en sterft, en begraven wordt van Jozef van Arimatheen, met consent van Pilatus. hfst. 15. Dat hij ten derden dage van de morgens vroech is opgestaan van de doden, en zo door een Engel, als door zijn verschijningen enige godtsalige vrouwen, en zijn discipelen daarvan versekert heeft: en zijn Apostelen last gegeven hebbende om het Evangelie door de gehele wereld te prediken, met belofte van de gave om mirakelen te doen, opgevaren is ten Hemel, en geseten ter rechterhant Gods. Dat de Apostelen haar ambt hebben aangevangen, en hij zijn belofte volbracht heeft. c. 16.
11 Het begin van het Evangelie van JEZUS CHRISTUS, de Zoon van God. 2Zoals geschreven is2 in de profeten:a Ziet, Ik zend Mijn3 engel voor4 Uw aangezicht, die Uw weg voor U heen bereiden zal. 3De stem van de roepende in de woestijn: Bereidt de weg van de Heere, maakt Zijn paden recht. 4c Johannes doopte in de woestijn, en preekte de doop6 van de bekering tot vergeving van de zonden. 5d En al het Joodse land ging tot hem uit, en die van Jeruzalem; en werden allen van hem gedoopt in de rivier de Jordaan, belijdende hun zonden. 6e En7 Johannes was gekleed met kameelhaar, en met een leren gordel om zijn middel, en atf sprinkhanen en8 wilde honing. 7En hij preekte en zei: Na mij komt, Die sterker is dan ik, Wie ik niet waard ben, al neerbuigend, de riem van Zijn schoenen te ontbinden. 8h Ik heb u wel gedoopt met water, maar Hij zal u dopeni met de Heilige Geest. 9En het gebeurde in diezelfde dagen, dat Jezus kwam van10 Nazareth, gelegen in Galilea, en werd van Johannes gedoopt in de Jordaan. 10k En meteen, als Hij uit het water opklom, zag11 Hij de hemelen12 opengaan, en de Geest, gelijk een duif,13 op Hem nederdalen. 11En er kwam een stem uit de hemelen:l U bent Mijn geliefde Zoon, in Dewelke Ik Mijn welbehagen heb! 12m En meteen dreef Hem de14 Geest uit in de woestijn. 13En Hij was daar in de woestijn veertig dagen,15 verzocht van de satan; en was bij de wilde dieren; en de engelen dienden Hem. 14n En nadat Johannes16 overgeleverd was, kwam Jezus in Galilea,17 predikende het Evangelie van het Koninkrijk van God. 15En zeggende: De tijd is vervuld, en het Koninkrijk van God nabij gekomen; bekeert u, en gelooft het Evangelie. 16p En wandelend bij de Galilese zee, zag Hij19 Simon en Andreas, zijn broer, werpende het net in de zee (want zij waren vissers); 17En Jezus zei tot hen: Volgt Mij na, en Ik zal maken, dat u vissers van de mensen zult worden. 18r En zij, meteen hun netten verlatende, zijn Hem gevolgd. 19s En van daar een weinig voortgegaan zijnde, zag Hij Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en Johannes, zijn broer, en deze in het schip hun netten vermakende. 20En meteen riep Hij hen; en zij, latende hun vader Zebedeüs in het schip, met de huurlingen, zijn Hem nagevolgd. 21t En zij kwamen binnen21 Kapernaüm; en meteen op de22 sabbatdag in de synagoge gegaan zijnde, leerde Hij. 22v En zij stonden versteld over Zijn leer; want Hij leerde hen, als23 machthebbende, en niet als de Schriftgeleerden. 23x En er was in hun synagoge een mens, met een onreine geest, en hij riep uit, 24Zeggende: Laat af, wat hebben wij met U te doen, U Jezus Nazarener, bent U gekomen om ons te25 verderven? Ik ken U, wie U bent,26 namelijk de Heilige Gods. 25En Jezus bestrafte hem, zeggende: Zwijg stil, en ga uit van hem. 26En de onreine geest, hem28 scheurende, en roepende met een luide stem, ging uit van hem. 27En zij werden allen verbaasd, zodat zij onder elkaar vraagden, zeggende: Wat is dit? Wat nieuwe leer is deze, dat Hij met macht ook de onreine geesten gebiedt, en zij Hem gehoorzaam zijn! 28En29 Zijn gerucht ging meteen uit, in het hele omliggende land van Galilea. 29y En van dat moment af uit de synagoge gegaan zijnde, kwamen zij in het huis van Simon en Andreas, met Jakobus en Johannes. 30En Simons30 vrouws moeder lag met de koorts; en meteen zeiden zij Hem van haar. 31En Hij, tot haar gaande, vatte haar hand, en richtte ze op; en meteen verliet haar de koorts, en zij diende hen. 32z Als het nu avond geworden was, toen de31 zon onderging, brachten zij tot Hem allen, die kwalijk gesteld, en van de duivel bezeten waren. 33En de hele stad was bijeenvergaderd ongeveer de deur. 34En Hij genas er velen, die door verscheidene ziekten kwalijk gesteld waren; en wierp vele duivelen uit, en32 liet de duivelen niet toe te spreken, omdat zij Hem kenden. 35a En van de morgen vroeg, als het nog diep in de nacht was, opgestaan zijnde, ging Hij uit, en ging heen in een33 woeste plaats,b en bad daar. 36En Simon, en34 die met hem waren, zijn Hem nagevolgd. 37En zij Hem gevonden hebbende, zeiden tot Hem: Zij zoeken U allen. 38En Hij zei tot hen: Laat ons in de bijliggende plaatsen gaan, opdat Ik ook daar predike; want daartoe ben Ik uitgegaan. 39En Hij predikte in hun synagogen, door geheel Galilea, en wierp de duivelen uit. 40En tot Hem kwam een melaatse, biddende Hem, en vallende voor Hem op de knieën, en tot Hem zeggende: Als U wilt, U kunt mij reinigen. 41En Jezus, met barmhartigheid innerlijk bewogen zijnde, strekte de hand uit, en raakte hem aan, en zei tot hem: Ik wil, word gereinigd! 42En als Hij dit gezegd had, ging de melaatsheid meteen van hem, en hij werd gereinigd. 43En als Hij hem36 strengelijk verboden had,37 deed Hij hem meteen van Zich gaan; 44En zei tot hem: Zie, dat u niemand iets zegt; maar ga heen en vertoon uzelf de priester, en offer voor uw reiniging, wat Mozes geboden heeft, hun tot een getuigenis. 45Maar hij uitgegaan zijnde, begon39 vele dingen te verkondigen, en40 dat woord te verbreiden, zo dat41 Hij niet meer openbaar42 in de stad kon komen, maar was buiten in de woeste plaatsen; en zij kwamen tot Hem van alle kanten.