Lukas 1

Boekinleiding lees meer ▾ DIT Boek is van eenderlei Inhoud met de voorgaande, uitgenomen dat Lucas noch enige bysondere zaken beschrijft, die van de andere Evangelisten nagelaten waren. Na de voor-reden, beschrijft hij de oude...
DIT Boek is van eenderlei Inhoud met de voorgaande, uitgenomen dat Lucas noch enige bysondere zaken beschrijft, die van de andere Evangelisten nagelaten waren. Na de voor-reden, beschrijft hij de ouders en ontvangenis van Johannes de Dooper, en de ontvangenis CHRISTUS door de Engel Gabriel aan Maria verkondicht, die daarover met de Engel handelt, en daarvan met haar nichte Elisabeth spreekt, en God met een lofsank prijst: verhaalt de geboorte en besnijding Ioannis van de Doopers, en de lofzang, die zijn Vader Zacharias daarover Gode gesongen heeft. hfst. 1. Daar na wanneer, waar, en van wie CHRISTUS is geboren, en hoe zijn geboorte door de Engelen aan de herders is geopenbaard: zijn Besnijdenis, en voorstelling in de tempel, alwaar hij van de ouden Symeon wordt omhelst, met een lofzang en Voorzegging, en van Anna de profeetrs beleden: zijn opwassen, en zijn handeling, als hij maar twaalf jaren oud was, met de Leraren in den tempel. hfst. 2. Wanneer, en hoe Johannes de Dooper zijn dienst heeft aangevangen, met doopen en leeren, vrymoedelijk alle het volk vermanende, en tot CHRISTUS wijsende: hoe hij CHRISTUS heeft gedoopt, wiens geslacht-register hij ook verhaalt. hfst. 3. Hoe CHRISTUS tot zijn ambt hem met vasten heeft bereidt, en de versoeking van de duivels overwonnen: zijn Leer-ambt aangevangen heeft in Galileen, en tot Nazareth, daar hij woonde, uit de Profeet Esaias bewezen heeft dat hij de beloofde Messias was: waarom hij uit de stad geworpen wiert: dat hij te Capernaum geleert heeft, en een onreinen geest uitgeworpen, de schoon-moeder Petri van de kort ze, en vele andere sieken en besetene genesen heeft: en verder is gaan prediken in andere steden. hfst. 4. Dat hij Simon Petrus, Jakobus, en Johannes, na een wonderbaarlijken vischvank, tot Apostelen beroepen heeft: een melaatse gereinigd, en een lamme, die door het dak neder-gelaten wiert, heeft genesen: dat hij Mattheum van de tol tot een Apostel heeft beroepen, en hoe hij hem verantwoort heeft, dat hij met de tollenaren en sondaren at, en zijn discipelen, dat zij niet en vasteden. hfst. 5. Als ook dat zij op de Sabbath ayren plukten: en dat hij op de Sabbath een dorre hant had genesen: dat hij twaalf Apostelen heeft verkoren: voor de welke, als ook voor de gehele schare, hij een treflijke vermaning doet, waarin hij de Apostelen haar geluksaligheid, en de goddelozen en huichelaren haar zonden en straffen aanwijst. hfst. 6. Dat hij de dienaar van een Hooftman te Capernaum op zijn sterven liggende gesont heeft gemaakt: en een jongelink, tot Nain gestorven, van de doden heeft opgewekt: wat hij de discipelen Ioannis van de Doopers tot hem gezonden geantwoort heeft, en wat getuigenis hij van Ioanne gegeven heeft voor de volk: hoe hij Klaagt over de hartnekkigheid van de Joden: en een Sondares, ten huis Simonis eens Farizeeërs, haar zonden beschreiende, dezelfde heeft vergeven. hfst. 7. Dat hij verder in de andere steden is gaan prediken, vergeselschapt met de Apostelen en enige vrouwen: en door de gelijkenis van het gesaayde zaad leert hoemen Gods woord moet horen: en van een keerse, hoe men het moet prediken: wie zijn moeder en broers zijn: dat hij een groot tempeest stilt op de zee: een zeer boosen onreinen geest uitwerpt: een bloedvloeiende vrouwe geneest, en Iairi dochterken van de doden opwekt. hfst. 8. Dat hij zijn Apostelen uitgesonden heeft om te prediken, met macht om de duivelen uit te werpen: dat Herodes hem socht te zien: dat hij vijf duizend mannen gespijsicht heeft met vijf brooden en twee visschen: dat hij zijn discipelen vraacht wat het volk van hem oordeelde: dat hij voorsecht zijn lijden: leert wat doen moeten de gene die zijn discipelen willen zijn: dat hij vertoont een proefstuk zijn heerlikheid op de bergh voor drie discipelen: en een onreinen geest uit een jongen uitwerpt, die zijn Discipelen niet en konden uitwerpen: zijn lijden opnieuw voorsegt: de discipelen bestraft over haar eergierigheid, en wraakgierigheid tegen de Samaritanen: en leert hoemen hem moet volgen. hfst. 9. Dat hij noch andere 70 discipelen uitgesonden heeft om te prediken: en de steden gedreigd, die het Evangelie zouden verwerpen: dat de discipelen met blijdtschap weer keeren: die hij gelukkig verklaart omdat zij deze tijd beleefden: hoe hij geantwoort heeft aan een wet-geleerden, vragende wat hij zou moeten doen om het eeuwige leven te verkrijgen, en met de gelijkenis van een Samaritaan geleert heeft wie onze naasten is: dat hij van twee susters Martha en Maria in haar Huis ontvangen is, van welke hij de één bestraft, en de andere prijst. hfst. 10. Dat hij zijn discipelen heeft leeren bidden, en met de gelijkenissen van een vrient en Vader, belooft dat zij verhoort sullen worden: dat hij met de gelijkenis van een sterk gewapende bewijst, dat hij de duivelen niet uit en wierp door Beelzebul: het volk leert dat de Niniviten en de Coninginne van het Suiden veroordeelen sullen de gene die zijn Evangelie sullen verwerpen: De Farizeeën en Schriftgeleerde bestraft over haar geveinsdheid, en vervolging van de Profeten, die hij ook zware straffen dreigt. c. 11. Dat hij zijn discipelen vermaand het Evangelie opentlijk te prediken, en de vervolging niet te vreesen: weigert een scheids-man te zijn over een erfenis: en vermaand het volk door de gelijkenis van een rijk man, haar te wachten van gierigheid, als ook van te grote sorge voor het onderhoudt deze levens: vermaand aalmoezen te geven, te bidden, en te waken tegen zijn toekomste, die onvoorsiens geschieden zal: waarschouwt voor de twist, die onder de Mensen zal ontstaan, als het Evangelie zal gepredikt worden: en vermaand tot voorsichtichheid, en versoenlikheid. c. 12. Evenzo tot boetveerdigheid door enige geschiedenissen, en door de gelijkenis van een onvruchtbaren vijgeboom: geneest op de Sabbath een vrouwe die 18 Iaren krom gegaan had: verklaart de verbreiding van de Evangelie door de gelijkenissen van een mostaart-zaad, en suerdeessem: verkondicht de huichelaren dat zij uit de hemel sullen uitgesloten, en in de helle geworpen worden: verwijt die van Jeruzalem haar ongeloove, en vercondicht haar verwoesting. hfst. 13. Geneest op de Sabbath een watersuchtigen en verantwoort het, vermaand tot nederigheid: leert wie men ter maaltijt zal nooden, vergelijkt het Koninkrijk Gods bij een grote maaltijd, tot welke vele genoodde niet en wilden komen: vermaand zijn discipelen het kruis te dragen, voorsichtich te zijn, en alles te versaken. hfst. 14. Door de gelijkenissen van een verloren schaap en pennink, tot neerstigheid in haar ambt, en door de gelijkenis van een verloren zon tot boetveerdigheid, en verblijden over dezelfde. c. 15. Door de gelijkenissen van een onrechtveerdig Rent-meester tot weldadigheid, met verklaring van de vastigheid van de wet, in het bijzonder aangaande het stuk van de huwelijk: en van een rijke vrekke en van Lazarus, hoe verscheiden de staat is van de Mensen zo in dit, als in het toekomende leven. hfst. 16. Vermaand ergernissen te mijden, en zijn naasten te vergeven: beschrijft de kracht van de geloofs: en leert dat God ons vergelt niet uit verdienste maar uit genade: geneest thien melaatse: leert hoe de Mensen haar sullen dragen als hij zal komen ten oordeele. c. 17. Door de gelijkenissen van een weduwe en een onrechtveerdig Rechter, datmen in 't gebed altijt moet aanhouden: en van een tollenaar en Farizeus, die opgingen om te bidden, wie van God gerechtveerdicht sullen worden. Laat de kin derkens tot hem brengen, en vermaand dat men dezelfde moet Zoals zijn: houdt de geboden Gods voor, de genen die door de wet willen gerechtveerdigt worden: waarschouwt hoe verhin derlijk de rijkdommen zijn ter zaligheid: belooft vergelding aan de gene die hem belijden: voorsecht zijn lijden en opstanding: en geneest een blin den. c. 18. Dat hij Sacheum tot Iericho bekeert: door de gelijkenis van thien ponden vermaand de gaven Gods wel te besteden: hoe hij zijn Koninklijken ingank doet te Jeruzalem, en over de zelf stad weent, de koopers en verkoopers uit de Tempel werpt. c. 19. Hoe hij de Overste van de Priesters en de Schrift-geleerde vraacht van waar de Doop Ioannis is: door de gelijkenis van een verhuerden wijngaart, de zelf haar godtloosheid voor oogen stelt: op de vrage, of men de Keizer de cijns moet betalen, antwoort: de opstanding van de doden beweert tegen de Sadduceeën: en leert dat de CHRISTUS niet alleen een Zoon, maar ook een JAHWEH Davids is: en het volk waarschouwt haar te wachten van de Schriftgeleerde. hfst. 20. Dat hij de kleine aalmoezen van een arme weduwe prijst: voorsecht de verwoesting van de Tempels, en de tekenen die zo dezelfde, als zijn laatste toekomste sullen voorgaan: vermaand tot waken en bidden: en wijst aan wat hij te Jeruzalem doe gedaan heeft. hfst. 21. Hoe Iudas met de Overste van de Priesters gehandelt heeft, om hem over te leveren in haar handen: hoe hij het laatste Pascha met zijn Discipelen heeft gehouden, en in van de zelf plaats het H. avondmaal heeft ingestelt, en met zijn Discipelen gehouden: de verrading Iude heeft voorsecht: De Discipelen over haar eergierigheid bestraft: en de zelf ook vertroost: en naamntlijk Petrum tegen zijn val, die hij voorsecht: de Apostelen versterkt tegen haar aanstaande zwarigheden: Hoe hij zijn lijden heeft aangevangen met het gebed in een hofken: van Iuda is verraden met een kus: en van de gewapende krijghs-knechten gevangen wordt, en geleidt tot de sale van de Hoogen-priesters, daar Petrus hem drymaal verzaakt, en hij geslagen wordt: dat hij voor de Raad is gesteld, en van de zelf ter dood veroordeelt. hfst. 22. Hoe hij geleid is tot de Stadthouder Pilatus, die hem ondersocht hebbende verklaart, geen schult in hem gevonden te hebben: en van hem versonden is tot Herodem, die hem spottelijk wedersend: dat Pilatus hem met geesselen gezocht heeft vry te laten, en met hem te stellen tegen een dootslager Barrabam, 'twelk hem mislukt is: en daarom hem overgeeft om gekruist te worden: hoe hij zijn kruis heeft gedragen buiten de stad, geholpen van Symon van Cyrenen, en onderwegen de vrouwen van Jeruzalem tevoren heeft gesecht haar toekomende elende: Hoe en waar hij gekruist is met twee moordenaren, en aan 't kruis bespot en gelastert, ook van één van de moordenaren, die met hem gekruist waren, die daarover bestraft wordt van zijn metgesel, welke hem bekeert. Dat hij na een grote verduistering op de middagh, zijn geest heeft gegeven: en van een Raads-heer Jozef van Arimatheen is begraven. hfst. 23. Hoe hij op de eerste dach van de weke weer opgestaan is: en zijn opstanding door Engelen bekent is gemaakt aan de vrouwen, die kwamen om zijn lichaam te salven: Hoe hij zelf hem geopenbaard heeft aan twee Discipelen gaande na Emmaus: en daarna aan de elf Discipelen bij een vergaderd, die hij zijn handen en voeten laat tasten: en met welke hij eet: en na dat hij haar de H. Geest belooft had, in haar tegenwoordigeid is opgevaren ten hemel. hfst. 24.