Jozua 1
Boekinleiding
lees meer ▾
IN dit Boek worden verhaalt de wonderlijke Werken van de Heeren, die hij, tot bewijs van de waarheid en trouwe zijn beloften, gedaan heeft, zedert de dood Mozes tot het overlijden van Iosua, naamlijk,...
IN dit Boek worden verhaalt de wonderlijke Werken van de Heeren, die hij, tot bewijs van de waarheid en trouwe zijn beloften, gedaan heeft, zedert de dood Mozes tot het overlijden van Iosua, naamlijk, hoe hij de kin deren Israëls in ’t beloofde Land Kanaän heeft gebracht, de zelf droochs voets leidende door de Iordane, en hen in handen leverende alle de Koningen van de Kanaäniten, met haar Landen en Steden: die Iosua uit-gedeelt heeft onder negen stammen, en een halve: De vry-Steden, en ook die Steden die de Leviten zouden bewoonen, worden ook verordent: Ten slotte wordt in dit Boek verhaalt de dood van Iosua, doe hij hondert en tien jaren was out geworden, na dat hij de Israëlieten Gods vloek had voor-gesteld, indien zij zouden afwijken van ’t verbond ’t welk de JAHWEH met hen had opgerichtt. Iosua is geweest Beide in naam en in ambt, een besonder voorbeelt onze Heeren JEZUS CHRISTUS, die de geloovige in de ware rust-plaats, naamlijk in ’t Hemelse Kanaän, is brengende, Hebr. 4:8, etc. Deze Historie begrijpt de tijt van meer dan seventien jaren, en zij draagt de naam van Iosua, omdat in de zelf van zijn treflijke daden meest gehandelt wordt: Van wie dat deze historie beschreven zij, is onseker: Enige menen dat zij van een Profeet, die enige jaren hierna geleeft heeft, beschreven is. Zij kan bequamelijk in drie deelen af-gedeeld worden: want in de twaalf eerste Hoofdstukken wordt gesproken van de boven-maten grote victorien, welke Iosua, door de kracht Gods, bevochten heeft: In het tweede deel, van hfst. xiij. tot het xxij. hfst. wordt gehandelt van de afdeeling van de lants onder de Stammen: In het derde deel wordt beschreven de weg-sending van de twee Stammen, en van de halve: Item, de eernstige vermaning van Iosua aan het volk van Israël, en ten slotte het overlijden van Iosua en Eleazar.
1Het gebeurde nu, naa de dood van Mozes, de knecht van JAHWEH, dat JAHWEH tot Jozua, de zoon van Nun, de dienaarb van Mozes, sprak, zeggende:
2Mijn knecht Mozes is gestorven; zo maak u nu op, trek over deze1 Jordaan, u en al dit volk, tot het land, dat Ik hun, de kinderen van Israël,2 geve.
3c Alle plaats, waarop uw voetzool treden zal, heb Ik u gegeven, zoals Ik tot Mozes gesproken heb.
4Van3 de woestijn en deze4 Libanon af tot aan de grote rivier,5 de rivier Frath, het hele land van de Hethieten, en tot aan de grote zee, tegen de ondergang van de zon, zal uw landpale zijn.
5Niemand zal voor uw aangezicht bestaan al de dagen van uw leven; zoals Ik met Mozes geweest ben, zal Ik met u zijn;d Ik zal u niet begeven, en zal u niet verlaten.
6e Wees sterk en heb goede moed! want u zult dit volk dat land erfelijk doen bezitten, dat Ik hun vaderen heb gezworen hun te geven.
7Alleen wees sterk en heb zeer goede moed, dat u waarneemt te doen naar de hele wet, die Mozes, Mijn knecht, u geboden heeft,f en wijk daarvan niet, ter rechterhand noch ter linkerhand, opdat u verstandig handelt overal, waar u zult gaan;
8Dat het boek van deze wet niet wijke6 van uw mond,g maar overleg het dag en nacht, opdat u waarneemt te doen naar alles, wat daarin geschreven is; want dan zult u uw wegen voorspoedig maken, en dan zult u verstandig handelen.
9Heb Ik het u niet bevolen? wees sterk en heb goede moed, en verschrik niet, en ontzet u niet; want JAHWEH, uw God, is met u overal, waar u heengaat.
10Toen gebood Jozua de ambtlieden van het volk, zeggende:
11Gaat door het midden van de leger, en beveelt het volk, zeggende: Bereidt teerkost voor u; want binnen nog drie dagen zult u over deze Jordaan gaan, dat u ingaat, om te erven het land, dat JAHWEH, uw God, u geeft om te beërven.
12En Jozua sprak tot de Rubenieten en Gadieten, en de halven stam van Manasse, zeggende:
13Gedenkt aan het woord, dat Mozes, de knecht van JAHWEH, u geboden heeft, zeggende: JAHWEH, uw God, geeft u rust, en Hij geeft u dit land;
14Laat uw vrouwen, uw kleine kinderen, en uw vee blijven in het land, dat Mozes u aan deze zijde van de Jordaan gegeven heeft; maar u zult8 gewapend trekken, voor het aangezicht uw broers,9 alle strijdbare helden, en zult hen helpen;
15Totdat JAHWEH uw broers rust geve, als u, en dat zij ook erfelijk bezitten het land, dat JAHWEH, uw God, hun geeft; dan zult u terugkeren tot het land van uw erfenis, en zult het erfelijk bezitten, dat Mozes, de knecht van JAHWEH, u gegeven heeft, aan deze zijde van de Jordaan, tegen de opgang van de zon.
16Toen antwoordden zij Jozua, zeggende: Al wat u ons geboden hebt, zullen wij doen, en overal, waar u ons zenden zult, zullen wij gaan.
17Zoals wij in alles naar Mozes hebben gehoord, zo zullen wij naar u horen;11 alleen dat JAHWEH, uw God, met u zij, zoals Hij met Mozes geweest is!
18Alle man, die uw12 mond opstandig wezen zal, en uw woorden niet horen zal in alles, wat u hem gebieden zult, die zal gedood worden, alleen wees sterk en heb goede moed!